Afscheidsrede Jos Franssen: Naar maatwerk in toekomstgericht onderwijs

In juli heeft, in stilte toch wel een beetje a.g.v. deze coronatijd, mijn collega Jos Fransen afscheid genomen van Inholland. Vijf jaar heeft hij verder vorm gegeven aan zijn Lectoraat: ‘Teachning, Learning & Technology’. In zijn lectoraat wordt onderzoek gedaan naar de didactische inzet van technologie in leerprocessen. Als afscheid laat hij een afscheidsrede na, in de vorm van een publicatie.
Wat mij betreft is de kern van het gedachtengoed in deze publicatie dat we als hoger onderwijsinstelling: de student opleiden tot een zelfsturende professional. We zullen de student serieus moeten nemen als professional in opleiding. Dit betekent dat we het eigenaarschap van het leerproces en ook voor de toetsing zo veel mogelijk beleggen bij de student, passend bij het niveau van ontwikkeling. Voor het vormgeven van ons onderwijs betekent dit: maatwerk, op verschillende niveaus.
Jos Fransen heeft zijn afscheidsrede opgehangen aan de 4 lijnen van de Inholland Kwaliteitsafspraken: beroepsproducten, activerend onderwijs, leergemeenschappen en deze alle drie ondersteund door technologie.

Lijn 1. Beroepsproducten.
Bij beroepsproducten (of liever ‘beroepstaken’) gaat het om wat iemand in de beroepspraktijk moet kunnen. Dit moet dan ook het uitgangspunt zijn voor een curriculum. En daarbij gaat het om de afstemming van de complexiteit van de taakuitvoering op kenmerken van de student. Van een ‘novice’ verwacht je iets anders dan een expert. Niet dat de complexiteit van de taak anders is. Het gaat er om wat je van een student mag verwachten. Zo ontwikkelt de student zich toe naar het uitvoeren van een volwaardige taak. De inzet verschuift dan van ‘leren van de praktijk’ naar ‘leren in de praktijk’. De toetsing zal op een steeds rijke bewijslast plaatsvinden om daarmee tot een valide beoordeling te komen. De student die steeds meer zelfsturend wordt en zich ontwikkelt van novice tot expert. Maatwerk in alle opzichten.

Lijn 2. Activerend onderwijs
Bij activerend onderwijs gaat het in principe om versterking van de kwaliteit van de interne dialoog bij de student. Nodig voor diepgaand leren. De aanpak daarbij hangt af van de voorkennis en ervaring van de student. Het learner-learning framework van Laurillard, en het 4C-ID model van Jeroen van Merriënboer haalt Jos Fransen aan. Om een beroepstaak succesvol te kunnen uitvoeren is het belangrijk aan te sluiten bij met name de kennis die iemand al heeft. Voor het verwerven en verwerken van nieuwe kennis is een inductieve en begeleid inquisitoire aanpak nodig; bij een expert is een deductieve en expositoire aanpak efficiënter en effectiever. Ook hier maatwerk: naargelang type beroepstaak en fase van ontwikkeling van de professional in opleiding.

Lijn 3. Leergemeenschappen
Leergemeenschappen verschillen naargelang het doel dat ze dienen en de context waarin ze worden vormgegeven of ontstaan. Jos Fransen stelt een indeling voor waarbij leergemeenschappen worden gepositioneerd naargelang de prioriteit ligt bij leren of werken, en of ze bewust worden georganiseerd of eerder spontaan tot stand komen. Zo ontstaan verschillende types die op verschillende momenten en om verschillende redenen een rol kunnen vervullen. Ook hier, bij het concept leergemeenschap, maatwerk als het gaat om de inzet en concretisering. Te zien aan het volgende overzicht (zie blz 39, afscheidsrede).




Centraal in de matrix is het ‘living lab’ gepositioneerd: een hybride vorm van een leergemeenschap. Het doel van zo’n living lab is dat professionals en niet­professionals samenwerken aan complexe (maatschappelijke) vraagstukken, waarbij ‘ontwerpen’ en ‘onderzoeken’ worden verbonden.

Lijn 4. Ondersteuning door technologie
Jos Fransen stelt de groeiende impact van de technologie op leven en op werken vast. Vandaar dat hij twee perspectieven voorstelt: (1) Leren van/met technologie: technologie ter ondersteuning van het leren; (2) leren over technologie: de te ontwikkelen kennis en vaardigheden door studenten ten aanzien van technologie in hun toekomstig beroep. De inzet van technologie zal daarmee afhangen van de vraag of het puur gaat om de ondersteuning van het leerproces, of dat het ook of vooral gaat over het leren omgaan met technologie in het kader van specifieke beroepstaken. Ook hier zal de inzet van technologie maatwerk vereisen. Beredeneerde keuzes maken. Want de functie die de technologie vervult en de positie van de professional in opleiding bepaalt wat en hoe je technologie inzet. Deze doordachte inzet vraagt het nodige van de docent.

Kortom (zie blz 70): Dat betekent dat de didactische vormgeving van toekomstgericht onderwijs geen kwestie is van de toepassing van standaardaanpakken, maar dat het bij het ontwerpen van leerpraktijken gaat om de vraag welke aanpak voor wie op welk moment in welke vorm het meest passend kan zijn. Maatwerk dus.

Andere bronnen
(*) De afscheidsrede in 15 minuten: samenvatting op video.
(*) Toekomstgericht onderwijs bij Inholland: Interview van Jeroen Bottema met Jos Fransen en Huug de Deugd.
(*) De Inholland-site met alle informatie m.b.t. de afscheidsrede over toekomstgericht onderwijs.
(*) Publicatie afscheidsrede van Jos Franssen: Naar maatwerk in toekomstgericht onderwijs

Over Ria Jacobi

Als ervaren onderwijskundig ontwerper, -adviseur en projectmanager houd ik mij bezig met het ontwikkelen en verbeteren van onderwijs. Mijn ambitie is goed doordacht onderwijs te realiseren, dat aansluit bij de behoefte van individuen en hun organisaties en daarmee een stimulerend effect heeft.
Dit bericht werd geplaatst in didactiek, onderwijsinnovatie, Ontwerpen, Rapporten en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s