Corona en Ontwerptips voor onderwijs op afstand

anderhalvemeterEen collega verzuchtte deze week: wat een gedoe dat ver-online-iseren! Het is lastig wat je zo gewend bent f2f te doen, nu online te moeten doen. Vooral toetsen of het organiseren van groepsgesprekken. Uit gesprekken (e.a. bronnen) binnen mijn instelling blijkt dat toch een behoorlijke aantal docenten worstelen met de inzet van technologie in het onderwijs. De werkdruk wordt niet alleen ervaren doordat het letterlijk druk is (vele taken te doen) maar óók speelt onzekerheid een belangrijke rol (handelingsverlegenheid). Opeens ben je de kwijt wat je gewend bent. Zo proberen docenten bijvoorbeeld wegwijs te raken in de veelheid van functionaliteiten van de (vele) beschikbare tools. Niet voor niks dat er een zekere stress wordt ervaren. En dan is het wel begrijpelijk dat veel onderwijs 1-op-1 wordt overgezet naar online onderwijs. 

En zelfs als je gewend bent online les te geven, is het constant calibreren, blijkt. Zo las ik gisteren in de NRC een verhaal van een docent van de Universiteit Leiden. Zij heeft ervaring in het lesgeven via haar MOOCs. Zij kwam tot de ontdekking (*) dat reguliere studenten fysiek onderwijs verwachten en niet gewend zijn online les te krijgen met bijbehorende (leer)houding (MOOC-studenten zijn daarop ingesteld); (*) (bestaand) contactonderwijs omzetten naar online lesgeven is niet hetzelfde als online onderwijs sec.. Deze laatste vraagt een ander ontwerp. Lees Tweet Paul Kirschner.

‘’ Het online onderwijs dat we nu met zijn allen maken en volgen, mag die naam eigenlijk niet hebben, vind ik. Ja, het is online, en ja het is onderwijs. Maar online onderwijs is iets anders: dat zijn vakken die speciaal ontwikkeld zijn voor het internet, met bijbehorende leerdoelen, manieren van beoordelen en met studenten en docenten die daar voor kiezen. ‘’

Maar ja, we staan allemaal voor dezelfde online-onderwijs-uitdaging: studenten en docenten en ondersteuners. Misschien zullen we in alle onderwijsadviezen sterker moeten zeggen wat Reneé Fillius aangeeft: “Bedenk je dat goed online onderwijs echt om een compleet herontwerp vraagt,” …. “Daar is in deze tijd niet de mogelijkheid voor. Probeer dat ook niet na te streven.

Wel begon ik begon me opeens af te vragen of de handreikingen, rijtjes, tips voor docenten die we aanreiken meer gebaseerd zijn op het ontwerpen van blended learning in plaats van online onderwijs. En dat we vooral ook met de studenten communiceren wat de omslag voor hen betekent: wat verandert er voor hen, waar stellen zij hun vragen als dit niet in MS Teams kan. Het stappenplan van de Radboud Universiteit is een aanzet. Maar is dit genoeg? Hoe studenten bewust maken dat remote onderwijs een andere leerhouding vraagt dan online onderwijs? Hoe studenten te betrekken bij hun leren. Hoe begeleid je het leren of afstand? Welke afspraken maak je? Waar spreek je studenten op aan (op afstand)? In die zin vond ik de tutorial van Martij van Grootel (Fontys) over hoe je in online onderwijs een mooie aanzet: 1) een onderwijseenheid ontwerpt en 2) hoe je een interactieve online les verzorgt (met instructies die je kunt geven aan studenten).

In hoofdlijnen denk ik dat het erop neerkomt dat het nodig is veel meer en heldereder te communiceren over de bedoeling van de les en de leeractiviteiten. Dus  verwachtingsmanagment over opzet, doel van de les en de leeractiviteiten, planning, wat ze te zien krijgen in een video en continue terugkoppeling.  Ik eindig toch maar met enkele uitgangspunten voor onderwijs op afstand (gebaseerd op o.a. diverse bronnen) zoals de vlog van Paul Kirschner (de wijze lessen).

  • Blijf bij de essentie, breng focus aan in de les/de module/het college
    En daarbij: werk doelgericht, wees daarbij pragmatisch, niet alles hoeft flashy te zijn.
  • Zet structuur, duidelijkheid en daarmee rust voorop de les/de module/het college
    En daarbij: geef duidelijkheid over wat studenten kunnen verwachten (in de cursus, bij het kijken van video e.a.), geef het doel aan, een planning, maak kaders of schema, wees consistent voor vertrouwen.
  • Zet toetsing in als een kans voor leren van studenten
    En daarbij: studenten bij de ‘les’ houden door formatief te toetsen en resultaat in de gaten houden en waar en wanneer nodig direct terugkoppeling.
  • Geef houvast bij het zelfstandig leren van studenten
    En daarbij: nadruk ligt op thuisleren dan niet te veel opdrachten in 1 keer, just-in-time informatie geven en motiveer, communiceer de succescriteria en zorg voor succeservaring (het gevoel dat je stappen maakt).
  • Wees betrokken en zichtbaar naar studenten
    En daarbij: benadruk sociaal leren, laat je zien (a)synchroon zien bijv in vragenuurtjes, foto van studenten en jezelf als docent(enteam) plaatsen; bijdrage in discussiefora; neem contact op met een student indien nodig.


Nog enkele bronnen ter facilitering van het ontwerpen van online onderwijs die zo langskwamen afgelopen tijd:

ccbysa

Geplaatst in Online Onderwijs, Uncategorized | Tags: | Een reactie plaatsen

Corona en Voorbereiding ‘nieuwe’ normaal

oogNadenken over toekomstscenario’s en plannen doen we meestal niet in een urgentie-fase. Dit vraagt tijd voor reflectie en verbeelding. Nodig is die tijd vrij te maken in de fase waar we nu langzamer in komen: de sustain-fase. Zo wees een collega mij op een artikel van Bates: what should we be doing about online learning when social distancing ends. Bates reikt de volgende stappen aan.

1. Ontwikkel of update je digitaal onderwijsstrategie
Geen plan, dat is te statisch volgens Bates. Beter is het een strategie te ontwikkelen die je, de ontwikkelingen volgend, constant bijstelt. Bates vermoedt, dit n.a.v. een onderzoek bij post-secondary instelling in Canada, dat er wel plannen zijn maar dat weinig hiervan zijn geïmplementeerd. Advies van Bates: bereid je volgende collegejaar voor door nu je strategie voor digitaal onderwijs (online learning) te ontwikkelen c.q. bij te stellen.

2. Zorg voor een betekenisvolle digitaal onderwijsstrategie
Uitgangspunt is, bij het opstellen van een strategie, dat deze waardevol en van betekenis is (werkzaam): een gids die richting geeft. Het maken van korte termijn besluiten zijn dan makkelijker te maken. Elementen die Bates o.a. noemt om op te nemen in de strategie:

  • de rationale voor verandering;
  • de gewenste uitkomsten als het resultaat van de verandering (meer toegang, benodige vaardigheden);
  • acties en initiatieven om de verandering tot stand te kunnen brengen;
  • beschreven verantwoordelijkheden op diverse niveaus in de instelling om de implementatie te kunnen uitvoeren (opleidingsdirecteuren, docenten, studenten, IT, bibliotheek e.a.);
  • benodigde planning, deadlines en targets;
  • een financiële strategie;
  • een monitoring of evaluatie strategie;
  • een strategie voor continue aanpassing.

3. Verzamelen van data
Voor continue aanpassingen, zijn data nodig. Van belang is, schrijft Bates, met goed gedefinieerde data te gaan werken. Instellingen kunnen dan de resultaten van hun digitale leerstrategieën nauwkeuriger volgen en dienovereenkomstig aanpassen. Daarvoor is o.a. nodig heldere definities te hanteren binnen je instelling zoals: blended, online, en remote onderwijs?

4. Zorg voor het aanstellen van mensen met kennis en kunde
Je ziet dat vele instellingen deze periode zien als kans voor het versterken van digitaal onderwijs (online, remote, blended). Welke mensen heb je nodig om, wat nu is ontwikkeld, door te kunnen ontwikkelen. Of misschien moeten er mensen worden opgeleid.

5. Start met een instellingsbreed programma voor digitaal onderwijs
Online onderwijs ontwerpen vraagt een andere manier van denken en doen: een andere manier van ontwerpen. Zie ook laatste alinea: hoe maak je online onderwijs sociaal?
Bates houdt een pleidooi dat er een online course wordt ontwikkeld, voor docenten, over ontwerpen van online onderwijs.
Zoals: Althabasca University Mooc over professional learning. Voor Nederland zou dit bijv. de OU-sessie (c.q. cursussen) kunnen zijn?

Slot
Bates doet aan verwachtingsmanagement. We zullen waarschijnlijk veel meer online onderwijs gaan geven in het komende collegejaar. Wat is/wordt het komende jaar de ‘normale’ situatie? Wat is dan nodig om online onderwijs effectief en efficiënt en vooral betekenisvol vorm te geven? Zouden we bij het updaten van de strategie online onderwijs als uitgangspunt kunnen nemen (als denk/scenariostap) omdat we dan bewuste (ontwerp)keuzes gaan maken voor de f2f-momenten? Of toch naar wat we gewend ‘waren’: f2f-onderwijs als uitgangspunt nemen en die versterken en ondersteunen (ontwerp)keuzes met inzet van technologie. Beide zullen richting blended onderwijs, als uitkomst, gaan maar dan vanuit een verschillend perspectief. Lijkt me wel een interessant scenario om uit te werken in het kader van strategievorming. En daarmee onszelf voor te bereiden op het ‘nieuwe’ normaal met veel mogelijke alternatieven. Want wat is eigenlijk normaal?

ccbysa

Geplaatst in Online Onderwijs, Uncategorized | Tags: | Een reactie plaatsen

Corona en Ondersteuning van docenten

everyday learningWe zijn inmiddels een aantal weken (online) onderweg sinds de landelijke intelligente lockdown. De techniek voor online onderwijs zijn we iets meer gewend en meestal werkt het. De basistechnieken krijgen we steeds meer onder de knie. Alleen online toetsen is nog, zie ik hier en daar, een vraagstuk. Nu de eerste paniek en hectiek wat naar de achtergrond raakt, beginnen sommigen van ons al met het nadenken over de toekomst. Zo zit ik in een werkgroep die naast ook nog acute vraagstukken ook begint met de grotere vraagtukken zoals de kwaliteit van het online onderwijs (digitale didactiek) en vraagstukken rondom een andere kijk op toetsen (Tool/Doelgericht). Want, maar misschien heb ik een beperkt perspectief, zie en lees ik toch wel veel dat de manier door de urgente situatie min of meer manieren die we gewend waren bij f2f-onderwijs zijn omgezet naar online onderwijs: een college geven wordt online college geven. En dat geldt ook voor toetsen.

Met het zicht op de toekomst komen vragen aan de orde als: wat gaat er gebeuren als we weer contact onderwijs mogen verzorgen? Of: hoe voorkom je dat het dadelijk “back to usual” is? Wat leren we van waar het goed ging ‘best practices’ en ook waar het niet goed ging, de “best failures”? Zijn er docenten die hun weerstand of handelingsverlegenheid ten opzichte van technologie in onderwijs versterken of overwinnen? Hoe en waar kunnen we de impact van de huidige ontwikkelingen versterken? Want dat is zeker te constateren: docenten zetten kleine en grote stappen op de online-onderwijs-weg. Er zijn vele experimenten en vele ervaringen.

De vraag die ik en mijn collega’s deze week veel hebben besproken, is: hoe we de docenten bereiken met de ondersteuning. Gisteren verzuchtte een directeur dat docenten niet op nog meer informatie zitten te wachten. Er wordt veel geproduceerd aan handleidingen, websites, magazines: maar sluit dat aan bij de vraag van de docent?  Zie overzicht instellingsondersteuning aan docenten (vraagbaak SURF). Is dit de informatie die docenten nodig hebben? Zijn dit de stappenplannen en tips die docenten direct, bij het ontwikkelen van hun onderwijs, kunnen gebruiken?

Bovendien zien we in de statistiek, bij onze supportsite, dat gebruik van de vraagbaak op ons intranet (ingesteld 4 weken geleden) door docenten afneemt. Zijn er dan geen vragen meer of is er geen behoefte aan ondersteuning? Jawel! Uit gesprekken komt naar voren dat docenten de nabije ondersteuning opzoeken.  De eerste week werd de informatie op de supportsite over bijvoorbeeld Teams veel bekeken. De support wordt nu gezocht in de opleiding en het eigen docententeam en niet zozeer ‘centraal’. Dat las ik ook uit de informatie uit de webinar van 9 april over docentprofessionalisering jl. (gekregen van een collega):

hans
Ik vind dat best wel een urgente vraag: hoe faciliteren we docenten vanuit onderwijskundige (ondersteunings- en expert-) diensten optimaal in de huidige situatie maar ook voor de toekomst. En vooral daarbij ook hoe we de ondersteuning/support die nu (vanuit de urgentie) is opgezet als basis kunnen gebruiken voor vervolgstappen.

Vanuit een werkgroep, waar ik aan deelneem, zijn we op zoek naar hoe we de docent het beste kunnen faciliteren.

  • Zit het in het structureren en cureren van informatie: kan de docent direct de informatie vinden bij zijn/haar vraag. Je ziet bij alle sites en magazines dat dit zeer verschillend is: de ene start vanuit de tool (Bijv. HAN) de ander vanuit de werkvorm (bijv. HRO) of vanuit de vraag van de docent (bijv. UM). Bij Inholland hebben we een intranetpagina opgezet met een vraagbaak, instructies (didactische en technisch gebruik teams, Moodle, video, screencast), aanbod webinars, FAQ., etc..
  • Zit het in de (centrale) vraagbaak zelf: is dit wel het instrument om snel docenten antwoord te geven op hun vraag? Vooral docenten die handelingsverlegen zijn ten aanzien van technologie en geen beeld hebben hoe die technologie in onderwijs in te zetten zijn niet direct geholpen met een antwoord, een instructie. Die willen iemand die hen helpt.
  • Of zit het in het tijd nemen voor reflecteren. Ook al zitten we nu in een urgentie situatie waar het ontwikkelen van onderwijs opeens in een ander perspectief staat: alles online. En na de paasdagen begint (bij ons) al weer een nieuw semester. We experimenteren veel, we zoeken en maken keuzes. Maken we tijd, juist in deze periode, voor reflectie? Wat leren we van dit (gedwongen) experimenteren?

Of (denk ik dan) is het misschien nodig opnieuw te kijken wat we onder docentprofessionalisering verstaan. Ook hier vervallen we misschien in vertrouwde aanpakken: het leren naast ons dagelijks werk organiseren in plaats van te incorporeren in het werk (we gaan naar een cursus). Kunnen we anders tegen (docent)professionaliseren aankijken? Moeten we nog wel spreken over (docent)professionaliseren? Zou leren en ontwikkelen niet veel meer een deel van ons dagelijks werk moeten zijn? Is het denken in termen van een leergemeenschap/community dan bijvoorbeeld een alternatief? Dat instrumenten in die leergemeenschap elkaar versterken: de practices, de online plek met o.a. alle gecureerde informatie, de nabije f2f (onderwijskundige) ondersteuning, de (micro)workshops, en dat iedereen elkaars vraagbaak is op bepaalde terreinen. Ik heb dat niet van mezelf. Deze inspiratie komt van Josh Bersin. Beluisteren eens: learning in the flow of work. Het is meer een bottom-up-leren. Lijkt me in deze tijd zeer actueel. De vraag daarbij is ook: hebben we die onderzoekende experimenterende houding, zijn we deze manier van leren gewend, staan we open voor andere manieren om daar zelf voortdurend van te leren? En nemen we hier tijd voor?

‘’ Learning in the flow of work is a new idea: it recognizes that for learning to really happen, it must fit around and align itself to working days and working lives. Rather than think of corporate learning as a destination, it’s now becoming something that comes to us. Through good design thinking and cutting-edge technology, we can build solutions and experiences that make learning almost invisible in our jobs.’’ Uit: making learning a part of everyday work.

Meer bronnen
(*) Coronasite van HsZuyd
(*) Versnellingsplan Faciliteren en Professionaliseren van docenten
(*) Kwaliteitsvol evalueren in het Hoger Onderwijs(over toetsen)

ccbysa

Plaatje van: https://oeb.global/oeb-insights/jane-hart-oeb/

Geplaatst in Online Onderwijs | Tags: | Een reactie plaatsen

Corona en motivatie van studenten

hopperHoe gaat het met de studenten? Die vraag kwam deze week vaak voorbij? Voelen ze zich alleen thuis, geen contact met hun studievrienden? Ook internationale studenten die niet meer naar huis konden: hoe houden zij contact met de opleiding, hun studiegroep?
En wat voor mij ook een vraag is: hoe hou je studenten gemotiveerd om te leren? Zo op afstand, zonder direct (f2f) contact met medestudenten of de docent? Kunnen studenten zichzelf motiveren? Of hebben ze voldoende zelfdiscipline? Er is afleiding thuis? Vooral nu er nog vele vragen zijn rondom de afname van tentamens. Onzekerheid en dus frustratie: motivatieproblemen liggen voor het oprapen.

Online onderwijs (waar nu de nadruk op ligt) doet een sterk beroep op de motivatie van studenten. De OU-sessie van 23 maart ging in op de vraag hoe je studenten motiveert op afstand? Een sessie gegeven door Rob Martens. Hij ging in op de belangrijkste motivatietheorieën. Deze theorieën spreken van het volgende onderscheid: (1) ‘gedwongen’ motivatie (gecontroleerde, extrinsiek motivatie) en (2) motivatie uit ‘vrije wil’ (autonome, intrinsiek motivatie).  Uit onderzoek blijkt dat de intrinsieke motivatie leidt tot diepgaander leren. Motivatie is dus geen kwestie van je hebt het of je hebt het niet.

Een overzicht door Rob Martens gegeven in de OU-sessie over intrinsieke motivatie.

martens

Drie factoren liggen aan de basis van intrinsieke motivatie. Dit zijn de hele bekende factoren door Deci & Ryan benoemd, in hun self-determination theorie:
(1) Sociale Verbondenheid: erbij horen, gelijkwaardig voelen, zorgen voor anderen.
(2) Autonomie: het gevoel van eigen keuzes kunnen maken; je eigen ding kunnen doen.
(3) Competence: weten waarvoor en waarom je iets doet, het nut van de opdrachten inzien.

Vooral in deze tijd is de sociale verbondenheid met de opleiding en de groep weggevallen en kan bij studenten het gevoel sterker worden waarom je eigenlijk dat vak zit te leren. De context waarin je leert is geheel veranderd. Veel ondersteundend materiaal wordt gemaakt over de inzet van tools of activerende didactiek. Maar de basis is de motivatie van studenten, en vooral de intrinsieke motivatie. Hoe faciliteer je echter motivatie online? Hoe kun je die drie basisuitgangspunten voor intrinsieke motivatie vormgeven in online onderwijs. Hoe intrinsieke motivatie stimuleren bij online leren? Een paar tips vanuit de sessie, aangevuld met wat ik verder tegenkwam.

(1) Sociale Verbondenheid: onderling contact en interactie versterken (synchroon en asynchroon)

  • Synchrone communicatie: dagelijks (op hetzelfde tijdstip steeds, zie 3) een vragen- of feedbackuurtje via MS Teams/Skype/Zoom. Hier laat je je zien en kun je direct reageren op vragen of waar studenten mee zitten. Of het organiseren van breakout-rooms bij een online college. Of organiseren van tutorgroepen in Zoom (en als docent individuele feedback geven).
    Een collega organiseert en faciliteert dagelijkse  ochtend- en avondsessies met studenten. Studenten zijn in de lead, waar nodig springt de collega in.
  • A-synchroon: persoonlijke elementen vertellen bij uitleg van de leerstof; snel reageren op vragen. Maak een persoonlijke welkom video (voor op het LMS) zodat ze je leren kennen. Ook het organiseren van peerfeedback is stimulerend. Of een ‘spel’element in te brengen met bijv. quizes, stellingen etc.
    (*) Maak studenten mede eigenaar van content aandragen: laat hen een bijdrage leveren bij het maken van quizes of het maken van blogs, vlogs, wiki’s.

(2) Autonomie: keuzeruimte maken in tijd en tempo en manieren van leren

  • Het thuis studeren zorgt al voor enige autonomie. Toch zijn er nog meer tips: zorg bij inrichten van het LMS voor variatie: de leerstof aanbieden in tekst, audio of video. Of zet een formatief toets klaar zodat je als docent maar ook als student inzicht krijgt in de eigen studievoortgang. Geef daarbij feedback bij elk antwoord met extra of alternatieve bronnen (of eventueel een persoonlijk note). N.b. zoek wel een balans in de hoeveelheid aan informatie: want teveel keuze van materialen kan weer verwarring oproepen.
  • Ook het inrichten van een student-portfolio kan helpen : waar ben je mee bezig, planning en wat leer je. En als student andere uitnodigen te reageren op je portfolio (mede-studenten of begeleiders).
  • En ook hier: maak studenten mede-eigenaar van de leeractiviteiten in het vak, laat hen bijdragen en bepalen hoe ze de doelen halen.

(3) Competence: het nut van het (waarvoor) leren: betekenis geven

  • Bij het inrichten van het LMS zorgen voor structuur en consistentie zodat studenten weten waar bronnen, opdrachten, uitleg staat.  Voorkomen van onduidelijkheden versterkt de motivatie en verlaagd de onzekerheid en frustratie.
    Dit geldt ook voor de inzet van tools. Studenten raken soms de weg kwijt doordat docenten allerlei (eigen gevonden) tools inzetten waar ook documenten in geplaatst worden. Advies van Rob Martens: gebruik de ondersteunde tools van de  instelling (=veilig en helder).
  • Bij het inrichten van het LMS zorgen voor uitleg: beschrijf of geef waarover de video gaat en waarom het van belang is dat de student dit bekijkt. Soort advanced organizers.
  • En dit geldt ook voor de materialen zelf (tekst, video, podcast): leidt in met informatie over het doel en wat de lezer, luisteraar kan verwachten.

Ik vond het wel inzichtgevend om (a) weer even stil te staan bij de kern van motivatie en (b) met deze aanwijzingen toch iets te kunnen doen om studenten (in deze tijd) op afstand te motiveren bij hun leren.

Bronnen
(*) Beluister (korte video) en lees de uitleg op de blog van Rob Martens.
(*)  Voor en nadelen van online communicatie
(*) 7 tips for increasing student engagement in online coruses
(*) Drie strategieën voor het stimuleren van studentbetrokkenheid bij online leren
(*) Tips en informatie over online onderwijs van de Universiteit Maastricht
(*) Website selfdetermination.org
(*) TEDtalk over motivatie: extrinsieke en intrinsieke motivatie; bonus geven werkt averechts.

Plaatje: Edward Hopper: Ochtendzon (https://www.kunstdwalingen.nl/ochtendzonedward-hopper1952/)

ccbysa

Geplaatst in Online Onderwijs | Tags: | 1 reactie

Corona en Innovatie

kaft turner‘Waarom kan het nu wel?’, verzuchte Judith Hooijdonk (HSZuyd) op haar blog ‘lesgevenintijdenvancorona’. Tijd, geld, mensen, aandacht voor digitale onderwijs, wat daarvoor soms heel lastig was. Voor mij een herkenbare gedachte! Is die urgentie&noodzaak nodig voor meer slagkracht en tempo binnen hoger onderwijsinstellingen?
Bestuurders waren in ieder geval tevreden over het tempo van innovatie, waaronder digitaal onderwijs, blijkt uit een rapport van Turner ‘Hogescholen, waar blijft de echte innovatie’. Tja, als dat zo is, kun je je een roepende in de woestijn voelen (tot een maand geleden).

Het rapport is voor de coronacrisis geschreven. Ik vond het wel interessant te lezen hoe er in dit rapport over dilemma’s rondom innovatie wordt gedacht. En dit dan tegen de tijd van nu af te zetten. Martijn Babeliowsky, Jessica van Deurzen, Marga Severs hebben onderzoek gedaan naar onderwijsinnovatie onder directeuren en bestuurders van hogescholen. De scope is breder dan alleen digitaal onderwijs. De hoofdlijnen zijn interessant.

Ambitie
Het blijkt dat de innovatie-ambities er wel zijn bij hogescholen, de richting is beschreven. Het tempo waarin de innovatie wordt opgepakt en gestimuleerd niet.

Bij veel hogescholen is onvoldoende duidelijk hoe hoog de innovatie-lat ligt. Bovendien zijn onderwijsprofessionals allemaal razend druk met de dagelijkse praktijk. Het gevolg: het gevoel van urgentie wordt niet gevoeld, of in elk geval slechts bij een beperkt deel van de organisatie. Onderwijsinnovatie krijgt daardoor niet de aandacht die het verdient.’ (blz 9)

Het rapport beschrijft ook dat de hogescholen hard bezig zijn met het verbeteren en vernieuwen van onderwijs. Dit is dan vaak: het doorvoeren van aanpassingen in de huidige manier van werken binnen het bestaande bedrijfsmodel. Een echte fundamentele (digitale) innovatie, waarbij een geheel nieuw verdien- en bedrijfsmodel, werd niet beschreven.
Hoe gaat dat nu? In een tijd van online onderwijs geven. Doen we dingen anders, of doen we andere dingen? Zo mijn oor te luister leg, ligt het accent op onderwijs geven zoals we gewend waren maar dan online. Is dit innoverend? Er is urgentie, en daarmee aandacht, maar waarvoor? En, hierbij besef ik ook dat een vraag is: voor wie is het innoverend? Voor de ene docent is het geven van online college in MS-Teams een enorm stap: een enorme innovatie. De ander vindt het een uitdaging de colleges los te laten en manieren van online activerend onderwijs aan te bieden. En die voorbeelden zijn er ook!

De strategie
In het rapport worden drie strategieën beschreven van innovatieaanpak: organische, gefaseerd en alles-in-1x of apart. De organische aanpak werd door de meeste hogescholen gehanteerd (tot 16 maart). En het blijkt dat dit een onbewuste keuze is. In deze tijd is het een ‘alles in 1x’-aanpak: een grootschalige manier van werken op één moment. Zo voelt deze periode wel: in 1x online ons (hoger) onderwijs. Nu een gedwongen keuze. Onderwijs moet door.

Tempo van innovatie: de slagkracht
De slagkracht van onderwijsinnovatie vereist sturen en leren. Het rapport beschrijft dat instellingen moeite hebben de vereiste slagkracht te realiseren. Echte voortgang in innovatie bereik je als er voldoende (gezamenlijk) geleerd én gestuurd wordt. Te weinig sturing en te weinig leren dan is dan ‘dobberen’ docenten (en ook studenten). Te veel sturing zonder (gezamenlijk) leren leidt tot excelleren ‘ieder in eigen hokje’. Te weinig sturing wel met leren is hobbyisme.

hokje
Ik denk dat juist in deze periode dat ‘sturen en leren’ niet moet worden vergeten. Voortgang is niet alleen doen en ontwikkelen: wat is ons kompas en de reflectie op onze genomen acties. In de hectiek voelt het aan alsof we daar geen tijd voor heben en dus nemen. Dingen moeten nu. Vandaag was ik in een (online) overleg bij een domein. Men is zoekende in hoe het onderwijs opnieuw te organiseren en te geven. De druk is hoog. Soms is er sturing, soms ook niet. In ieder geval was de conclusie wel dat er geen rustpunten ingebouwd werden: tijd voor reflecteren en leren. Zijn we goed op weg? Is er voortgang?  Dat gaan de collega’s nu doen!

Als aanvulling op het rapport heeft Turner nog drie tips geschreven op hun geactualiseerde website: hoe kun je blijvend innoveren na de Corona-crisis?
1. Definieer wat je in deze crisis wilt leren. Experimenten overal: wat willen we leren?
2. Verzamel bewijsmateriaal. Registreren van uitkomsten van die experimenten: wat werkt en wat niet?
3. Organiseer reflectie- en evaluatieproces. Wat zijn ervaringen? Wat hebben we geleerd? Wat willen en kunnen we verduurzamen?

Mooi tips voor de sustainfase.

ccbysa

Geplaatst in onderwijsinnovatie, Online Onderwijs, Rapporten | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Corona en Reflectie

thuiswerkenZo aan het einde van deze tweede ‘thuiswerkweek’ is het tijd voor even ‘stilstaan’. Deze drie aspecten kwamen in mij op: wat ik heb geleerd op basis van wat ik heb ervaren, gelezen. Beseffend dat ik dit vanuit een thuiswerksituatie zit te observeren met input uit de online, op afstand zijnde, (werk)wereld . De fysieke (werk)wereld voelt aan als ‘ontbrekend’.

Structureer oftewel doelgerichte communicatie en informatie
Op donderdag 26 maart heb ik de OU-sessie over efficient, effectief en plezierig online studeren gevolgd. Eén van de boodschappen was het geven van structuur, regelmaat en plannen voor studenten. Dit geeft studenten houvast, duidelijkheid en focus bij het leren. Dit met het oog op de informatieverwerking door het brein. Teveel informatie in 1 keer (f2f, ook online) bevorderd het leren niet. Zie ook wijze lessen.
Ik moest hier ook aan denken toen ik het stuk van Toolgericht of Doelgericht las van Sluijsmans et al.. In tijden van hectiek, onrust, onzekerheid: breng focus aan, structuur en doelgerichtheid geven houvast. Lees ook punt 2 die NRO benoemt met betrekking tot afstandsleren. Niet alleen voor de student. Ook voor docenten (red. en voor mij). Hoe breng je een goede logische zoekstructuur in de informatieberg die op hen afkomt (zodat hij/zij kan vinden wat hij/zij zoekt? Hoe bieden wij houvast in het in al overdaad van (verschillende) adviezen&tips&kennisclips e.a.: wat is nu goed, zinvol, effectief, toepasbaar voor mij als docent? Hoe organiseer je een effectieve interactie tussen docent en student? Stoppen we niet alle webinars, trainingen, tips in 1 week? En denken we wel goed na over de structuur van de pagina’s waarop we alle content zetten? Een aantal aspecten zie ik weer terug in het volgende kader m.b.t. communication overload van Stephens (2017) (via blog Wilfred Rubens).

Formative-model-of-communication-overload

Motiveer oftewel aansluiten waar de energie en aandacht is
MS Teams is ‘hot’ bij onze instelling. Het onderwijs zoals dat wordt gegeven kan heel gemakkelijk in teams worden gegeven. Een docent aan de lijn: ik doe alles in Teams: documenten delen, opdrachten geven, begeleiden van studenten. Wat docenten niet kenden, wordt nu volop gebruikt. En Moodle (ons LMS) dan? Is het nodig om aan te geven dat Moodle de startplaats is voor alle documenten en vandaaruit kun je voor synchrone leeractiviteiten Teams inzetten? Raken de studenten straks niet helemaal ‘lost’ in hoe docenten op verschillende manieren de applicaties in hun onderwijs inzetten? Moet je dit proces sterker sturen, bijvoorbeeld vanuit het oogpunt van veiligheid?
Samen met collega’s heb ik een overzicht (voor een infographic; nog niet af) gemaakt van alle applicaties die Inholland ondersteunt, gekoppeld aan de (verschillende) docentactiviteiten. Hierbij hebben we aangegeven welke applicatie voor welke activiteit het handigst kan worden ingezet. Geen sturing, wel advies. Met tips en risico’s bij bijv. gebruik van social media applicaties. Zie ook tips door Wilfred Rubens opgesteld t.a.v. de selectie van tools. Aansluiten dus bij wat docenten nu meteen oppakken rondom inzet technologie in onderwijs. Blijkbaar is bijv. in onze situatie MS Teams op dit moment het meeste gebruikersvriendelijk, snel in te zetten en de tool waar docenten mee experimenteren. Want dat is volop in beweging: docenten (eigenlijk iedereen van de organisatie) proberen (noodgedwongen) nieuwe technologie uit en doen ervaring op. Hopelijk ontdekken en waarderen docenten (iedereen) de mogelijkheden van de digitale tools, wat enorm motiveert. In ieder geval ervaren veel docenten dat ze hun onderwijs kunnen blijven geven aan studenten. Om vandaar uit de volgende stap te kunnen nemen.

Reflecteer oftewel niet rennen maar creëren van rustpunten
Een (mijn) reflectiemoment. Iedereen ‘rent’, zit in de doe-maak-ontwikkel-advies-antwoorden-stand. Mijn neiging is mee te rennen met vak- en functiegenoten. Ik vroeg mezelf opeens af of ik, op die manier, ook bijdraag aan de informatieoverload. Dus terug naar mijn rol, kracht, doel, voor en in de organisatie (zelfs als die online is).
Wat ik bij mezelf ook merk dat ik inzicht probeer te krijgen in alle online werkgroepen, projectgroepen, adviesgroepen die nu spontaan ontstaan. En dit soms naast de structuren in de staande organisatie. Ik ben daar niet te enige hierin: ik heb wat schema’s langs zien komen (en ikzelf was ook al begonnen met wie doet wat in welke groep). Ik vroeg me opeens af hoe hier mee om te gaan. Is dit erg vanwege ‘de bomen en het bos’. Of is deze beweging juist interessant voor nieuwe manieren van werken en organiseren met nieuwe mensen uit de organisatie. Verandering ontstaat, nu, spontaan op plekken in de organisatie. Beweeg ik mee?
Tijd voor bespiegeling dus: wat zien we hoe online onderwijs zich ontwikkelt? Hoe hebben we de ondersteuning geregeld: welke basis is dat voor de langere termijn? Maar ook wat is mijn rol daar in gezien de structuren die nu ontstaan? Hoe verander ik mee in gedrag? Ik zeg/schrijf wel zo gemakkelijk dat online onderwijs, onderwijskundig bekeken, nieuwe manieren van denken en doen vergt. Maar verander ik (mijn denken en doen) zelf ook mee?  Creëer ik mijn eigen ideaalbeeld over de online onderwijs werkelijkheid of sluit ik aan bij er nu ontstaat? Dus zo af en toe maar eens stilstaan en reflecteren bij bovenstaande vragen: dat geeft focus en ruimte en niet het rennen.

Hierbij nog een oogst aan bronnen (deze afgelopen week) rondom online onderwijs die ik in deze blog wil ‘bewaren’:
(*) Overzicht ondersteuning door instellingen aan docenten
(*) Magazine van Hogeschool Rotterdam met tips over het maken van online onderwijs  
(*) Een oproep van een student ‘Please do a bad job of putting your courses online (over ervaring o.a. t.a.v. communicatie en informatie).
(*) HAN-bericht: online onderwijs schiet in de allerhoogste versnelling
(*) Wijze lessen (Engels): 12 building blocks to use learning technologies:
(*) Online Onderwijs vraagt om Open Pedagogy: een webinar gegeven (door o.a. Robert Schuwer) op de Open Education Week.

ccbysa

Geplaatst in Online Onderwijs | Tags: | Een reactie plaatsen

Corona en reflexen

vierentwintigzevenNieuwe werkelijkheid, oude reflexen. Daar ging het gisteren en vandaag vooral over. Ik zag het in de manier van onderwijsgeven: hoe we gewend zijn onderwijs te geven doen we nu online. We ‘plakken’ er technologie tegen aan . Bijvoorbeeld men is ingeroosterd om 1,5 uur een les te geven (waar studenten denk ik ook op rekenen); dat wil men dan ook zo invullen via MS Teams in ons geval. Je kunt je natuurlijk afvragen of dat handig en verstandig is. Of een docent die de powerpoint gewoon opstuurt naar studenten: dit is mijn instructie. Ik kreeg dat beeld ook bij bijvoorbeeld iets als een Open Dag: het programma blijft hetzelfde alleen online. En het is ook lastig: hoe organiseer je zo’n dag in deze tijd. Of vanuit studentenperspectief kwamen opmerkingen mijn kant op: studenten die geheel niet gemotiveerd raken met al dat online lesgeven van een uur, hun vragen niet kwijt kunnen in MS Teams, niet meer weten hoe ze hun studeren moeten op- of aanpakken. En natuurlijk veel vragen over het toetsen. Natuurlijk ontstaan er ook hele goede voorbeelden en initiatieven. Iedereen is wat ‘lost’ in deze tijd. Ook ik heb oude reflexen in de nieuwe online werkelijkheid. Waarom stuur ik een document op voor feedback aan een collega als we er ook online samen aan kunnen werken via MS teams?

Inzet van technologie vraagt een andere manier van denken en doen: voor docenten en ook voor studenten. Het vraagt om opnieuw jezelf af te vragen: wat is het doel waarvoor ik de les, de instructie, de open dag organiseerde. En hoe geef ik dat online vorm (met welke tool). En het vraagt nieuw gedrag. Ik en velen met mij vinden dat lastig.

Deze tijd zijn we heel hard bezig docenten (en ook studenten), een collega zei dit heel erg beeldend, een reddingsboei. En dat is nodig in deze urgentie-fase. Maar het vraagt ook om alvast na te denken hoe gaan we docenten (en studenten) leren zwemmen.

Mooie voorbeelden die ik tegen kwam voor de urgentie en ter inspiratie voor het leren zwemmen:
(*) Deze week interessante thema’s bij de online sessies van de OU: o.a. hoe motiveer je studenten online.
(*) Remote Teaching website van Universiteit Leiden.
(*) Beter Online Ontmoeten; website SURF.
(*) Vanuit het Lectoraat Studiesucces: 10 tips voor succesvol thuis studeren (en misschien ook wel werken?).
(*) Quarantaine colleges met aanwijzing: Hoe maak ik een videocollege.
(*) Overpeinzingen (met tips) van Wilfred Rubens

ccbysa

Geplaatst in Online Onderwijs | Tags: | Een reactie plaatsen

Corona en Social Media

Tussen de online overlegjes door en de thuisactiviteiten (dat loopt ook gewoon door) probeer ik ook twitter te volgen. Ik had dit de afgelopen tijd wat op een laag pitje gezet want ook hier kun je er helemaal in opgaan. Maar ik vind het nu erg interessant wat er zoal over de ontwikkelingen op online onderwijs gesproken. De aanpak, de tips, de meningen, de adviezen, maar ook de gekkigheden en verontwaardigingen. Deze periode gebruik ik social media als een bron en inspiratie van allerlei informatie. Dit kan ik weer inzetten voor de ontwikkeling van online onderwijs in mijn eigen instelling.

Tussen het scrollen door kom ik ook  leuke schrijfsels tegen. Zoals:

wim daniels
Toevallig kwam ik tegen, via een tweet van een collega, de videoboodschap van Minister van Engelshoven & Slob.

videotoespraak minister

Ik heb wat hastags verzameld die deze week (gerelateerd aan deze corona-periode) oppoppen rondom online onderwijs: nieuwe  of hernieuwde. Zo zie ik: #onlineonderwijs, #lesgevenopafstand, #MicrosoftTeams (want ja, dat is booming), #digdactiek, #voordocenten, #onlinelecture of #scholendicht en #dag5 (dus ook 1-2-3-4). Maar ook: #onlineschool, #onlinelearning, #studeeronline, #onderwijsopafstand, #ebooks, #ikleesthuis, #onlinebibliotheek, #GoDigital etc.

collegainholland

Wat ik ook leuk vond en aantrof zijn tweets die kenbaar maken dat er oproepen zijn voor online uitwisselsessies voor tips&tricks (bijv in MS Teams) zoals bij de Universiteit van Utrecht.

doemeeQ&A

Ik beschouw en gebruik deze informatiestroom en verbinding van allerlei experts, docenten, als 1 groot informatie- en leerportaal. 

Online is nu een nieuwe werkelijkheid. Offline getipt worden, blijft bestaan. Zo kwam ik een oud collega van de HvA in de supermarkt tegen. Zij tipte mij op de Score site. Als redactrice verzamelt en beschrijft zo allerlei actuele zaken rondom toetsen op deze site. Fijn dat dit wordt gedeeld!

En verder wat opgehaalde oogst (kleine selectie) via twitter:
(*) Toolkit over Open Educational Resources van Robert Schuwer.
(*) Cursus EDX: Pivoting to OnLine Teaching
(*) Hoe nu verder met tentamens via U-Today (HOP, Evelien Flink)

ccbysa

Geplaatst in Online Onderwijs | Tags: | Een reactie plaatsen

Corona en structuur

thuisplan-1Vandaag is de dag van de ‘structuur’. Na drie dagen denderend van online overleg naar overleg te gaan, online afstemmen en online informatie zoeken en verwerken, besefte ik: ik wil grip op mijn dag en beweging inbouwen. Ik zit uren achter mijn scherm. Zelfs als ik van plan ben even in beweging te komen dan is wel weer een tweet, mail, chatbericht of sessie die mijn aandacht vraagt. Je bent zo een uur verder, sterker voordat je het weet zit je de hele dag achter je PC/laptop. Ik realiseer dat ik mijn beweging (helaas) moet plannen. Ik ga mijn dag structureren voor mijn welzijn.

En ik ben niet de enige die structuur op een dag wil: menig ouder, las ik, heeft een dagplanning opgesteld voor de kinderen. Een collega vertelde dat zij 2 uur online was en daarna 2 uur offline voor haar kinderen. En die 2 uur offline voor haar was 2 uren online voor haar man. Een planning van een puber:

tweet

En dan de structuur in de overleggen zelf. Die overleggen lopen lang niet altijd ‘lekker’. Hoe overleg je online? Vraagt wat ander proces dan f2f? Vraagt een ander gedrag? Besproken aspecten: stel een gespreksleider aan en een moderator; gebruik de chat voor vragen stellen; deze vragen worden door de moderator doorgegeven aan de gespreksleider; maak een korte en strakke agenda; laat vragen of opmerkingen van te voren al inleveren bij de stukken. Dit alles om te voorkomen (ik heb het meegemaakt) dat iedereen door elkaar heen zit te praten. Ook hier: structuur organiseren.

Dat zal een docent ook meemaken in het online lesgeven. Hoe moet je een vragenuurtje of interactieve les goed effectief en efficiënt opzetten. Ook hier structuur. Hoe zorg ik ervoor dat studenten al hun vragen kunnen stellen? Maar ook hoe structureer ik de informatie zodat studenten snappen wat de bedoelding is en wat ze moeten doen. Adviezen die ik zie: hoe het kort (geen lange teksten of instructievideo’s), hou het eenvoudig en simpel voor de student en daarmee ook voor jezelf, doe aan verwachtingsmanagement zodat studenten weten welke acties ze moeten doen wanneer. Bijvoorbeeld enkele tips op Vernieuwenderwijs.

En worden er misschien instellingsroutines, -procedures en -structuren doorbroken? Notities die eerst in een formele route worden gebracht, vinden nu online alternatieve wegen. Bijvoorbeeld gaat een onderzoekje, die we doen onder docenten, meteen viraal. Voor 16 maart werd voor zo’n initiatief altijd toestemming gevraagd via de formele lijn. Ik ben benieuwd of dit nieuwe gedrag, ontstaan door ons online handelen, impact heeft op bepaalde organisatieprocessen? Ontstaan nieuwe informatiestructuren?

En verder: de EUR die advies en materiaal heeft ontwikkeld, gestructureerd en toegankelijk gemaakt: advice for online education

Geplaatst in Online Onderwijs, Uncategorized | Tags: | Een reactie plaatsen

Corona en de bomen en het bos

Vele experts die een bijdrage leveren: ook een tweet van Paul Kirschner.

twitter paul kirschner

Na de ‘ontploffing’ rondom online onderwijs dwarrelt er vandaag wat rust naar beneden. En dat in de vorm van lange termijn vragen. Wat we nu allemaal aan het ontwikkelen zijn en op de landingspagina (het platform of de website) neerzetten: hoe kunnen we dat zo organiseren dat het een basis is voor de toekomst? Kunnen we door het alle ‘bomen’ die nu worden ontwikkelt en geplaatst ‘het bos’ nog wel zien? Het is niet alleen een kwestie van inhoudelijke materialen maar ook van structuur en communicatie en, denk ik ook, een kwestie van curatie. Hoeveel tijd kost het de docent wel niet om alle materialen door te spitten om te beoordelen of de webinar, de kennisclip, de handleiding ‘how to…’ iets voor hem/haar is. Een collega gaf aan we zitten nu nog in de fase van urgentie maar denken ook al alvast een beetje na over de ‘sustain-fase’.

En dit geldt natuurlijk ook voor de docent. In de snelheid worden ook in de leeromgevingen allerlei links, webinars, kennisclips geplaatst die studenten moeten bekijken. Wordt hier wel bij gezet waar dat clipje over gaat. Hoe zorg je ervoor dat studenten direct aan de slag kunnen gaan in plaats van tijd kwijt te zijn met zoeken naar de juiste informatie. Naast didactiek is ook hier wellicht communicatie, structuur in informatievoorziening en cureren van belang.

Dat bos zag ik vandaag ook terug in de opmerking van andere collega. Er zijn nu zoveel online overlegjes in zeer veel verschillende kanalen (teams, chat, mail, app, mobiel, skype), en er gaat zoveel informatie rond op allerlei lagen (werkvloer tot OCW) zodat: (a) lang niet alle informatie iedereen bereikt; (b) lang niet alle informatie helder is gestroomlijnd en soms ad hoc aanvoelt. Je krijgt constant het idee dat je (soms) besluiten moet nemen op 50% aan informatie. Zijn dit normale processen in zo’n crisis of kun je dit toch effectiever oppakken. Kijken hoe het volgende week gaat.

Gelukkig zijn er rustpunten vandaag:
(*) Overzichtje te lezen op Scienceguide (door SURF) over online onderwijs: wat kan SURF doen om te helpen.
Met de webinar van de SIG Media&Education (van collega Zac Woolfitt)
(*) En vanavond 18 maart de (tweede) online sessie van de OU (19 uur-20 uur).
Tevens hebben ze een zeer informatieve informatiepagina over digitale didactiek. Die wij als inspiratie gebruiken voor de community die we willen opzetten. Een stap in de ‘sustain-fase’.

ccbysa

Geplaatst in Online Onderwijs | Tags: | Een reactie plaatsen