Alternatief platform onderwijscontent

trendsDonderdag 23 november heb ik de NRClivedag bezocht over ‘De toekomst van het Leren’. Een inspirerende dag. Wel zat ik na te denken over de titel want gaat de toekomst van het leren niet veel meer over de toekomst van de context waarin we leren en wat we weten over hoe we leren? Hoe we leren zal op zich niet veranderen.

Wat mij triggerde was de presentatie van Kees Versteeg. Hij is bezig met het opzetten en verder ontwikkelen van ZuluConnect: een platform voor onderwijscontent. Kees Versteeg liet zich inspireren door platforms als Uber of Blendle of Airbnb. Platforms waar de vraag en leverancier samen komen. Uber is een platform die zelf geen auto heeft. Uber laat de klant (die van A naar B wil) direct in contact komen met iemand die een auto heeft (en die iemand van A naar B wil brengen). Blendle is een platform zonder zelf artikelen te schrijven. Blendle zorgt voor dat de klant alleen die artikelen (uit bestaande kranten en tijdschriften) op maat kunnen worden geleverd. Het gaat dus over de platform-gedachte.

ZuluConnect stoelt ook op die platform-gedachte: een ontmoetingsplaats van de klant (de docent die op maat onderwijscontent wil gebruiken in de les) en de leverancier ( de docent/de uitgever die specifieke onderwijscontent heeft). Dus, ontmoeten en interactie en goedkope uitwisseling van producten. Zuluconnect is een soort uitgeverij van onderwijscontent, zonder het zelf te produceren.

Kees noemt het de spotify voor het onderwijscontent.

Er zijn heel veel websites met onderwijscontent. De bekenste is Wikiwijs. Maar er zijn ook: Elerna of Lessonup. Of individuele websites zoals die van Meester Gijs. Het verschil van ZuluConnect met wikiwijs e.a. sites is dat platform-principe: nieuwe content maken; content verrijken en direct plaatsen; content delen. En, er is een verdienmodel: per gedeeld (voor de docent/student benodigd) kennisobject betaalt de gebruiker een klein bedrag (n.b. dit hoeft niet persé). En tot slot connectiviteit&interactiviteit: tools om opdrachten te maken, vragen e.a.. Het verdienmodel zorgt voor een zekere een kwaliteitscontrole. Is de geplaatste content na een tijd nog niet hergebruikt dat wordt deze verwijderd.

Het deed me denken aan het gedachtengoed van Cor Molenaar, hoogleraar bedrijfskunde Erasmus Universiteit. Eén van zijn vlogs gaat over ‘Klanten willen ontmoetingsplaatsen’. Zijn boodschap is: mensen willen elkaar ontmoeten en interacteren. Dat doen ze op dit moment via platforms.

Het deed me ook denken aan de oratie van Peter van Baalen. Gaat ZuluConnect zo’n voorbeeld van worden van een generatief platform?

Er zullen heel wat kanttekeningen zijn bij ZuluConnect. Bijvoorbeeld de noodzaak om te delen; docenten organiseren zich op vakken; de tijd die het kost voor een docent om content te cureren. En de posities die de platforms innemen (zie Zembla over Uber). Toch vind ik het een interessante poging om de platform-gedachte concreet te maken. Een open infrastructuur waarin klanten en producenten direct met elkaar in contact staan. Wie weet worden studenten ook nog producent. In ieder geval is het uiteindelijke idee dat studenten niet met dure boeken blijven zitten waar de helft (of soms minder) uit wordt geleerd.

Advertenties
Geplaatst in conferentie, etextbook | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Blockchain voor levenlang leren: wie weet?

blockchainDe SURFonderwijsdagen zijn altijd weer inspirerend. Iets horen over nieuwe ontwikkelingen die gaande zijn, vind ik interessant. Eén van de ontwikkelingen is bijvoorbeeld blockchain. Een presentatie van Osiris ( Informatie op maat voor iedere type student (wel even doorklikken) ging hier o.a. over. Deze blog gebruik ik voor mezelf om iets meer helder te krijgen wat blockchain is en kan betekenen in onderwijs.

Stel: we zijn in 2025 en levenlang leren is gemeengoed. Je volgt een module bij opleiding A en doet een groot project bij bedrijf B. Beide rond je af met een (erkent) certificaat. Beide certificaten plaats je in de blockchain. Vanaf dat moment kan iedereen daar zien welke certificaten met welke expertise: een soort openbaar register. Je kunt het bijvoorbeeld koppelen aan je Linkedin-profiel (of ander portfolio). Dit betekent dat je zelf kunt laten zien wat je aan expertise (kennis, ervaring) hebt opgedaan. Is een diploma nog nodig?

De blockchainsoftware werd aanvankelijk ontwikkelt voor de Bitcoin en het doen van financiële transacties. Maar al gauw is men gaan nadenken over andere toepassingen.
De blockchain is een netwerk van een reeks computers, de blokken, waarin transacties zijn vastgelegd. Er is geen tussenkomst van derden (bijv de bank bij geldtransactie, de notaris bij koopcontracten). Bij elke transactie wordt informatie versleuteld. Niemand is eigenaar, het is een peer-to-peer-netwerk dat kan bestaan uit enkele tot duizenden computers. Op iedere computer wordt een identieke kopie bewaard van een transactie of een document. Op die manier kun je niets veranderen aan het document. Mocht iemand iets veranderen aan het certificaat op een computer, dan zou je dat ook moeten doen op al die andere computers.
Terug naar het voorbeeld: het afronden van een cursus bij docent van opleiding A met een certificaat is het brokje informatie. Of de verklaring van de begeleider van bedrijf B. Je krijgt steeds inzicht in wie het bewijs (certificaat,verklaring) heeft afgegeven en waarop het bewijs is gebaseerd.

In de presentatie van Osiris werden een aantal toepassingen genoemd. Allereerst wordt het al concreet toegepast bij MIT: BlockCerts. Alumni-studenten krijgen hun certificaat krijgen op papier en online. Ze zetten hun certificaat in een ‘BlockCerts-wallet’. Op deze manier kunnen ze hun certificaat downloaden en bijv. laten zien aan een opdracht-/werkgever. In het kader van levenlang leren is het behalen van certificaten (en online vastleggen) bij verschillende opleidingen en/of bedrijven interessant. Of het behalen van MOOCS of andersoortige online onderwijs. Of het vastleggen van vrijstellingen. Of het verrekenen van studie-credits.

Grech&Camilleri beschrijven enkele scenario’s voor gebruik van blockchain in onderwijs (in de Europese context):
1. voor het beveiligen van certificaten;
2. voor het inzetten bij multi-step accreditatie;
3. voor het automatisch erkennen  van transfer van credits;
4. als een soort paspoort bij levenlang leren;
5. voor het achterhalen van intellectueel eigendom;
6. of voor het betalen van collegegeld door studenten;
7. of voor het uitbetalen van beurzen aan studenten (voucher systeem);
8. of ook voor het achterhalen van ID’s van studenten.

De technologie rondom blockchain is nog sterk in ontwikkeling maar gaat snel. En er zijn nog voldoende kritische kanttekeningen te maken. Het blockchain-systeem is gebaseerd op vertrouwen. Hoe het werkt is nog ondoorgrondelijk. Natuurlijk speelt privacy ook een belangrijke rol en de kans op hacking.

Meer informatie
(*) Impressie blockchain conferentie RuG door Fontys Educational Designers
(*) De onstuitbare opmars van de blockchain. Broerstraat nr 5|oktober 2017
(*) Blog Wilfred Rubens over blockchain (met drie links naar eerder blogs)
(*) Blockchain eenvoudig uitgelegd zie NOSop3
ccbysa

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Niet tégen, maar mét de robot

DSC05174De robotcoach: ‘’als robot coach draag je je vakkennis over aan toekomstige vakmensen.  Mensen en robots werken optimaal samen met en van elkaar.’’ Deze robotcoach is één van de beroepen die zijn uitgewerkt door HUBOT (*) waarbij mens en technologie samenwerken. Op de site staan ook profielen uitgeschreven voor de ‘superslimme klusser’ of de ’orgaan ontwerper’ en ook de ‘boerderij regisseur’.

Het HUBOTproject zag ik dit weekend op een stand van de Dutch Design Week (DDW). De mensen achter dit project vertelden mij dat het hen gaat om stil te staan bij de vraag hoe we omgaan met de digitalisering in onze maatschappij. Gaan we de strijd aan of maken we er juist gebruik van. Niet tégen, maar mét de robot.

Een ‘slimme docent’ heeft tijd voor de student
Deze vraag intrigeert mij natuurlijk. En natuurlijk ging ik dan ook in gesprek over een scenario voor het onderwijs. Iets als de ‘slimme docent’ die algoritmes (KI) inzet bij faciliteren van leerprocessen (voor bijv. flexibilisering/onderwijs op maat). Wat zou in het onderwijs door ‘een robot’ kunnen worden overgenomen en wat helemaal niet? Waar ligt de grens? Bijvoorbeeld: het samenstellen van (standaard)toetsen en het nakijken ervan; directe instructie of voorbeelden automatisch klaarzetten (op maat voor een student) rondom standaardvakken (een voorbeeld is er al: de Hololens; de Holobots); automatisch cureren van leerstof (screening van het web) voor feedback of instructie, e.a.. Dit maakt tijd vrij voor waar het bij  docentschap écht om gaat: studenten begeleiden bij hun (persoonlijk) leren of andere onderdelen van het onderwijsleerproces.

Slim omgaan met technologie
De blog van Wilfred Rubens is in dit kader dan ook interessant: Hoe kunnen we slim leren omgaan met technologie. Maar daarachter ligt de vraag: hoe verhouden we ons tot de inzet van technologie in het onderwijs? Volgens mij zijn we zoekende in de vorm maar ook hoe we ons moeten verhouden tot de technologie. Wat betreft de vorm: wat we kennen vervangen of we voegen technologie toe. Bijv. het vervangen van een papieren boek door een digitaal boek. Uitdagend is het boek te herdenken en herontwerpen: reframing. Wat betreft ons verhouden: we gaan ambivalent om met technologie. Het mag iets extra’s bieden, iets erbij (communicatie gemak, vervoer) maar een verbinding techniek-mens is een stap te ver.
De kern van onderwijs is de interactie van docent en student. Door de technologie is die interactie sneller, gemakkelijker, zichtbaarder. Maar we willen niet dat het onze aandacht en concentratie wegneemt (mobiel de klas uit; laptop niet meer in hoorcollege). Technologie komt erbij: een hulpmiddel die we wel of niet inzetten. Volgens mij zijn we er aan verbonden.

Maken we voldoende gebruik van de mogelijkheden die technologie (en de ontwikkelingen daarin) biedt? Bespreken we (in deze tijd vooral) voldoende de verwevenheid tussen mens en techniek? Andrew McAfee geeft aan, in een interview in de NRC (20 okt 2017; E2): we leven in een gouden tijdperk van vernieuwing. Hij kijkt naar de mogelijkheden van robots, KI: deze kunnen we meer benutten. ‘Kunstmatige Intelligentie gaat ons helpen allerlei rotklusjes op te knappen, burgers krijgen via internet steeds meer middelen om bij te dragen aan nieuwe ideeën…’. Bekijk zijn TEDtalk: we creëren een wereld met steeds meer technologie en minder banen. Wat hij positief bekijkt omdat het onze productiviteit verhoogt en daarmee welvaart.
En de computer (robot) kan steeds meer : begrijpen, zien, horen, spreken, antwoorden, schrijven etc.. Zo stond op de DDW een blinde afgestueerde student die een apparaatje had gemaakt die kon (aan)voelen hoe degene die tegen hem praatte zich emotioneel uitdrukte (omdat hij dat wel hoorde maar niet zag). Wie weet is een psycholoog over een aantal jaren ‘een sociale robot’s die precies kan aangeven wat iemand mentaal nodig heeft: vast te stellen zonder vooroordeel over iemand en op basis van heel veel kennis.

Niet tégen, maar mét de robot. Je beroep slimmer, efficiënter en leuker maken. Dat zou ook voor beroepen in het onderwijs gelden, zelfs de docent. Alle voorbeelden geven aan: mens en technologie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Ontwerp je beroep: mét de robot
Tijdens DDW sprak ik met een afstudeerstudent (Design Academy Eindhoven) Ottonie von Roeder. Zij had met de doelgroep zelf een robot gemaakt. Dit met de vraag: hoe ziet jouw beroep eruit als je technologie gaat gebruiken. Zo had ze met een postbode een robot-postbode gemaakt en met een schoonmaakster een robot-schoonmaakset. Natuurlijk was meteen de discussie dat je je eigen beroep opheft. Maar daar ging het niet om bij dit afstudeerwerk. Het ging om bewustwording: wat betekent digitalisering in je beroep? Wat zijn mogelijkheden om te digitaliseren? Waar zit de angst? Waar is onwenselijk? Hoe en waar houd ik er zelf controle op? Wat kan ik met de tijd die het me oplevert? Of kost nu iets anders tijd? Heel concreet nadenken wat het beroep kan zijn mét de robot.

Want zoals Wilfred ook al aangaf in zijn blog , en wat ik onderschrijf, we kunnen technologie-devices-social media niet uitbannen. We kunnen er slimmer mee moeten omgaan. Een stap is reframen dat techniek niet iets ‘extra’s is, maar dat we ons ermee zullen verbinden.
Een stap is (durven) experimenteren met ontframen en nieuwe ontstane ‘frames’ uitproberen en daarvan leren. En met elkaar in dialoog om aannames die we hebben over ‘hoe onderwijs nu (eenmaal) is vormgegeven’ te verschuiven naar ‘wat onderwijs nog meer kan zijn en zich kan ontwikkelen’.

Zou het niet iets zijn om eens, vanuit diezelfde gedachte, samen met allerlei betrokkenen (en zeker docenten en studenten) die ‘slimme-docent’ te beschrijven? En sturen we de uitkomst naar HUBOT als nieuw scenario.

(*) Een samenwerking van Nextnature network, Gemeente Eindhoven en Start Foundation

En meer inspiratie
(-) Wat als wij gaan samenwerken met Robots (NRC; 24 oktober 2017)
(-) Jan Benjamin: De renaissance van de kunstmatige intelligentie (NRC; 13 maar 2017)
(-) Robbert Dijkgraaf: tijd voor de Robot columist (NRC; 28 oktober 2017)
(-) Folkert Jensma: Big Data kunnen ook de rechter verdringen (NRC; 28 oktober 2017)
(-) Robots naar Mars sturen is gemakkelijker dan Robots de was laten vouwen (NRC; 8 september 2017)
(-) Kunstmatige Intelligentie is een beetje dom (De correspondent, 15 aug 2016)

ccbysa

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Naar een Slimme Leeromgeving

transformatieKlaus Schwab  (WEF) geeft aan dat we ons in de vierde industriële revolutie begeven. Een revolutie die gekenmerkt wordt door technologie als kunstmatige intelligentie, robotica en biotech. Deze technologie is een aanjager van de digitale transformatie die nu gaande is. De kern van deze digitale transformatie komt o.a. neer op fundamentele veranderingen in (a) benadering van en interactie met de gebruiker (klant); (b) andere verdienmodellen en (c) de operationale processen in organisaties (Rik Maes).  Organisaties hebben verschillende percepties van digitale transformatie variërende van volgzaam tot radicale vernieuwing (ING; Netflix).

Digitalisering is niet alleen louter een technisch proces, het is ook samenspel tussen betrokkenen ( ontwikkelaars, besluitvormers, adviseurs en gebruikers) binnen een organisatie context. Een proces van (met elkaar) keuzes maken ten aanzien van het aanschaffen, ontwikkelen en implementeren van de nieuwe technologie.  Van Baalen (zie oratie ‘digitaliserende organisaties’) onderscheidt representatieve en generatieve digitalisering. Bij representatieve digitalisering ligt de nadruk op substitutie of aanvulling van taken een processen in de organisatie. Vertrekpunt een visie, plan mbt processen die men wil ondersteunen. Generatieve digitalisering is het vermogen van een technologie om spontaan diensten en producten voort te brengen door een grote, gevarieerde en initieel ongecoördineerde groep van mensen (blz 14; van Baalen). Bij generatieve digitalisering staat het platform centraal. Of ook wel het denken vanuit ecosystemen. YouTube of Android of airBnB zijn bekende platforms. Binnen het onderwijs kennen we de MOOC-platforms. De achterliggende technologieën zijn (aan elkaar verbonden) intelligente systemen die allerlei nieuwe bewerkingen van de data mogelijk maken. Alles hangt met alles samen (via internet of things).
Staat bij die representatieve digitalisering de techniek centraal. Bij generatieve digitalisering de organisatie (en de mens in deze organisatie). Van Baalen (blz 18): ‘’bij het generatieve digitaliseringsperspectief ligt het accent op het organiseren en samenbrengen van kennis, creativiteit en andere capaciteiten met hulp van digitale platforms uiteindelijk niet om de technologie, maar om de organisatie’’

Slimme leeromgeving
Bij het lezen moest ik ook weer denken aan die virtuele ruimte van Erik Veldhoen (zie eerder geschreven blog). Zouden we bij de ontwikkeling van de nieuwe digitale leeromgeving niet veel meer in dat perspectief moeten ontwikkelen. Zou de toekomstige digitale leeromgeving niet veel meer een virtuele leerruimte moeten zijn (rakend aan de generatieve digitalisering).  Een ruimte waar docenten gebruik maken van allerlei voorhanden zijnde informatie (gedeeld en ter plekke ook ontstaan) om het leren van studenten te faciliteren; waar verschillende betrokken (docent-student-externe experts) elkaar ontmoeten en samenwerken (en niet afgesloten modules); een plek waarin de gebruiker zijn eigen ‘leerverhaal c.q. leerroute’ maakt; een plek waar een collectief innovatieproces ontstaat doordat vele expertises en leer)behoeftes samen komen en samen creëren.

In deze leerruimte gaat het om kennis bij elkaar brengen (kennisdelen) en nieuwe kennis laten ontstaan (kenniscreatie). Ter ondersteuning heb je uiteindelijk niet een systeem nodig maar een informatie- en database (nu nog repository en database) waarin je als gebruiker op allerlei interessante manieren met informatie en gegevens kunt omgaan. Ter vergelijking: je bent bezig met een game i.p.v. een film. De film is voor je ontworpen. In een game maak je je in het design, je eigen verhaal. Vaak gaat de DLO-discussie over het systeem en niet over wat dit systeem moet ondersteunen.

In dat perspectief, hebben we dan eigenlijk niet veel meer over een slimme leeromgeving; een combinatie is van representatieve en generatieve digitalisering (van Baalen (blz 6):
1. Een slimme (leer)omgeving: inzet van slimme techniek voor een slimme infrastructuur c.q. leerplatform. Op basis van een metadesign: niet voorschrijvend maar beschrijvend (internet of things) (representatieve digitalisering).
2. Een omgeving voor slim organiseren van leren en ontwikkelen: kennis en expertise samenbrengen en verbinden, creativiteit en innovatie stimuleren, inbrengen van andere capaciteiten, beter benutten van de digitale mogelijkheden voor het maken van ‘eigen’ leerverhalen; het on-demand kunt werken en leren. Een omgeving waar co-creatie letterlijk worden opgevat (generatieve digitalisering).

We zijn op dit moment bezig met de digitale leeromgeving de leeromgeving ‘beter’ te ontwerpen door o.a. een platform te kiezen (aan te besteden) die met de bestaande systemen kan worden verbonden (interoperabiliteit).  Alhoewel, van Baalen aangeeft dat (blz 18): ‘’Er liggen grote uitdagingen voor meer traditioneel organiseerde bedrijven, waarin het gebruik van slimme digitale technologieën en generatieve digitale platforms vaak nog beperkt is.’’ Hij ziet daarbij wel dat er (kleine) stappen worden ondernomen. Het ontwikkelen van een slimme (leer)omgeving gaat ons (vast) lukken.
Een omgeving slim organiseren is een lastiger verhaal. Van Baalen geeft aan dat ‘innovatieproces aanzienlijk wordt versneld naarmate het platform een meer open, en daarmee een meer generatief karakter heeft’. Dat vraagt van een organisatie ook openheid, vertrouwen, samenwerken, creativiteit, diversiteit in denken, design denken.

Mentale transformatie
Wat mij betreft is het kernwoord bij een ontwerpen van een slimme leeromgeving: verbondenheid. Individuen die samen activiteiten ontplooien waarbinnen de organisatie (maar) één schakel is. De technologie is de aanjager, maar mensen zullen de nieuwe technische mogelijkheden moeten (gaan) adopteren, benutten en implementeren voor innoveren. Daarmee is de digitale transformatie ook een mentale transformatie.

Deze mentale transformatie start niet bij technologie maar bij het beeld over waartoe dient ons onderwijs. En volgens mij zou daar een verschuiving moeten plaatsvinden namelijk: de focus leggen op het leren & ontwikkelen (high impact learning) in plaats van het doceren (high impact teaching). Ontwikkelen wij niet veel meer een onderwijsomgeving in plaats van een leeromgeving? Of zoals Dochy het beschrijft op blz 30 van High Impact Learning that Last (HILL)): ‘.. dat niet alle learning management systemen in voldoende mate een leerproces gericht op HILL  faciliteren, maar eerder gericht zijn op het gebruik van een variatie van vrij traditionele leeraanpakken‘.
Wie weet stimuleert het ontwerpen van een leeromgeving vanuit de gedachte van generatieve digitalisering deze focus en daarmee die mentale transformatie.

Inspiratie
De oratie van van Baalen: digitaliserende organisaties.
Podcast interview met Rik Maes: digitale transformatie.
Column Jaap Boonstra: Innoveren en slimmer organiseren ; drie focuspunten
Flexibele en persoonlijke leeromgeving. SURF: notitie, website
Notitie ‘Dare to share‘. Werkgroep Kennisdeling Onderwijs UvA.
Hype cycle van Gartner voor onderwijs: blog Pedro de Bruyckere
Bouwstenen voor High Impact Learning. Dochy, Berghmans, Koenen, Segers. (inkijkexemplaar)(artikel)

ccbysa

Geplaatst in informatiemanagement, onderwijsinnovatie, Ontwerpen, Rapporten, Trends | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Virtuele (leer)ruimte

zwermFlexibilisering en personalisering van het onderwijs en nu net opkomende dialoog over Levenlang leren komen niet zomaar uit de lucht vallen. Deze gedachte werd versterkt door het lezen van het boek ‘De Zwerm’ (te downloaden via de website van Doxis). In dit boek staat de (veranderende) relatie informatie en mens centraal en de slimmer en onoverzichtelijk wordende informatiesystemen. Kortom: de betekenis van een informatie in de informatiesamenleving waarin we nu, als mens, leven.

Zwerm
Aan de hand van drie interviews (Erik Veldhoen, Jos de Mul en René ten Bos) destilleert de schrijver drie maatschappij trends:

1. Atomatiseren. Het proces van fragmentatie: het opgaan in kleinere eenheden. Ontstaan van diversiteit.
Traditionele (sociale, economische e.a.) verbanden vallen uiteen: groepen hebben niet langer een sterke identiteit. Mensen willen maatwerk (eigen samengestelde Niki-sneakers). Dit gaat gepaard met een betere dienstverlening gericht op de wens van de klant.

2. Uniformering. Het proces van concentratie, het zoeken naar verbinding en homogeniteit.
‘Op maat’ gaat samen met ‘en masse’: atomatisering gaat hand in hand samen met uniformering. Een gemiddelde ontstaan op basis van de inbreng van vele diverse bijdragen. Wikipedia is een uniform geheel (platform-infrastructuur), ontstaan door kleine bijdragen. Uniformeren is een soort standaardiseren die nodig is om persoonlijk / op maat mogelijk te maken.
n.b. Hier komt de term ‘zwerm’ ook uit voort: Jos de Mul (blz 32): ‘’in de toekomst wordt individuele intelligentie steeds meer vervangen door collectieve intelligentie – de ‘zwerm’.. De kennis bevindt zich niet langer op het niveau van het individu, die zit in allerlei patronen…. En dat betekent dat het denkwerk meer wordt uitgesmeerd over verschillende individuen, en systemen die hen verbinden.’’

3. Toenemende onzekerheid. Het proces van leren leven met complexiteit en onzekerheid.
Door de toegenomen complexiteit ontstaat meer onzekerheid. Jos de Mul’(blz 94): ‘we leven niet langer in een risicosamenleving, waar de kansen en de bedreigingen kunnen worden berekend en beleid erop aangepast, maar in een onzekerheidssamenleving, waarin het effect van ons handelen niet te overzien is’’. Niet meer streven naar totaaloverzichten en controle, maar leren leven met die onzekerheid.

Virtuele (leer)ruimte
Deze trends zijn technologisch gedreven. In het boek wordt door de drie geïnterviewden een pleidooi gehouden om bewuster na te denken over wat de betekenis is van digitalisering en informatie. Ieder vanuit een eigen perspectief. Digitale informatie kan op oneindig veel manieren worden geconstrueerd, geproduceerd, verspreid, gebruikt: data-informatie en de samenleving worden complexer in de informatiesamenleving.

Erik Veldhoen benadrukt de belangrijkheid van virtualisering. Dit proces gaat veel verder dan digitaal maken van informatie (bijv. voor onderwijs: het digitaal maken van een college en op de DLO plaatsen). Het gaat om het werken (zoals hij dat benoemd) in een virtuele ruimte: daar ontmoeten we elkaar, delen en creëren we, net als wij dat nu in de fysieke ruimte zijn. In een virtuele ruimte gaat het om andere activiteiten. Virtualisering stelt namelijk opnieuw de vraag naar de kernactiviteit van de organisatie. Bij een architect gaat het niet meer over ‘woonomgeving’ maar een ’leefomgeving’. Bij een taxibedrij niet meer om ‘ritjes’ maar om ‘vervoer van mensen’. Hierop doorgaand zou het bij onderwijs niet meer gaan op ‘diploma garantie’ maar om ‘begeleiden van leren en ontwikkelen’.

Erik Veldhoen stelt in het algemeen dat (blz 17): ‘de samenhang van digitale informatie en wat je daarmee doet, is op dit moment in die virtuele ruimte nog niet goed georganiseerd’. We denken en doen nog te veel vanuit een fysieke ruimte. Wat zou er ontstaan als we de onderwijsactiviteiten eens vanuit een virtuele (leer)ruimte zouden ontwikkelen? En dit gaat verder dan de nieuwe digitale en/of online en/of blended leeromgeving. Denk maar eens aan de hobbels die we ondervinden bij archivering van toetsen, zoeken en vinden van webcolleges, documenten plaatsen in de DL(W)O.

Een virtuele (leer/onderwijs)ruimte is een plek waar informatie transparant en toegankelijk is (makkelijk te zoeken en te vinden en te delen); waar informatie verrijkt kan worden door studenten en mede-docenten (nieuwe informatie toevoegen; feedback geven). Het is een plek voor samenwerken en netwerken, waar innovaties ontstaan o.b.v. kenniscreatie (waar informatie de basis voor is) en waar flexibiliteit en diversiteit wordt benut. Let nog even op de termen in de definitie van de ‘informatiesamenleving’…….

Was informatie eerst een boek, artikel: een document. Erik Veldhoen pleit dat we meer uitgaan van ‘content’. Documenten sla je op en archiveer je (toetsen, scripties, beleidsdocumenten, papers): is gesloten en soms wel/niet toegankelijk. Bij content gaat het over delen, hergebruiken, verrijken: is dus open en direct toegankelijk.

Als we flexibilisering en personalisering van het onderwijs en ook Levenlang leren verder vorm willen geven kunnen we niet om het vraagstuk informatie heen. Het is een integraal vraagstuk waarbij vele betrokkenen en experts nodig zijn. Bijvoorbeeld: bibliotheek (zoeken en vinden; licenties; copyrights); DIV (archivering); docenten (delen en hergebruiken van onderwijsleermaterialen; onderwijsontwerp); ICT (informatiesystemen); juristen (privacy); IR (omgaan met data en informatie). We hebben elkaar nodig!

Deze betrokkenen zullen ten dienste moeten staan aan een steeds meer ‘op maat’-wens van de student. Daarbij kan de vraag worden gesteld: wie is deze student? Die identiteit is divers niet zo helder meer in de komende jaren (atomatiseren). Flexibiliseren vraagt om standaardiseren van omgevingen om verbinding en toegankelijkheid tot stand te kunnen brengen (uniformering). En ja, dat is een complex vraagstuk met vele onzekerheden op korte termijn (zoals veiligheidsvraagstuk) en op de langere termijn (stelsel-vraagstuk). We zitten er al midden in.

Een kans:
Call Stimuleringsregeling Open en Online Onderwijs 2018. Alhoewel het er niet direct staat: in deze call gaat om delen en hergebruiken van informatie(objecten) (onderwijsleermaterialen).

ccbysa

Geplaatst in flexibilisering, gepersonaliseerd-onderwijs, informatiemanagement, Levenlang Leren, onderwijsinnovatie, Open Online Onderwijs, Rapporten, Trends | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Nodig voor toekomstgericht functioneren

toekomstig functionerenDe steeds verdergaande technologische ontwikkelingen en de onzekerheden die dat met zich meebrengt roept discussie, verbeelding en vele rapporten op. Er is een gevoel van urgentie. Ik had in mijn vorige blog het rapport ‘Maak Waar’ aangehaald waarin een oproep wordt gedaan aan overheid hun dienstverlening toekomstgericht in te richten. De Onderwijsraad doet een appèl op nadenken over toekomstgericht onderwijs in hun rapprt ‘Doordacht digitaal’. Vorige week kreeg ik een whitepaper ‘Met de juiste vaardigheden de arbeidsmarkt op’ van Juliette Walma van der Molen en Paul Kirschner en onder ogen. Zij schrijven welke met kennis, vaardigheden, houding, zelfbeeld en motivatie nodig zijn die het leren en ontwikkelen van leerlingen ondersteunen. Wat hebben jongeren nodig om een plaats in te nemen in een steeds complexere en technologisch snel ontwikkelende samenleving.

In de toekomstige arbeidsmarkt zullen routinematige en administratieve banen verdwijnen (Kirscher&vdMolen halen een onderzoek van Frey&Osborn, 2013;2017 aan). Computers en robots (combinatie Big data en  machine learning) zijn in staat dergelijke taken over te nemen en zelfs beter te doen.

Gezien de snelle ontwikkelingen zijn (samengevat) belangrijke aspecten voor het toekomstig functioneren, volgens Kirscher &vd Molen , de volgende (blz 17, whitepaper):

  1. een gedegen basiskennis waarmee de wereld te begrijpen is,
  2. voldoende kennis over maatschappelijk-technologische ontwikkelingen,
  3. voldoende kennis over ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en het maken van keuzes die daarbij aansluiten,
  4. vaardigheden om goed met die kennis om te gaan: creativiteit, eigen analyse, kritische informatieverwerking,
  5. een positieve wil en houding om onderzoekende en kritische vragen te stellen, te blijven leren en samen te werken,
  6. vertrouwen in je eigen ontwikkelmogelijkheden,
  7. de motivatie om te blijven leren en je flexibel aan te passen.

Op basis van een eigen onderzoek naar de effectief en efficient gebruik van informatievaardigeheden komen Kirschner&vdMolen tot drietraps-advies voor onderwijsbeleid (blz 39, whitepaper) waarbij trap 1 en 2 de basis legt voor trap 3.

  1. ‘’De eerste trap betreft het leggen van een kennisfundament waar leerlingen op voort kunnen bouwen om goed te functioneren in vervolgonderwijs en in de toekomstige loopbaan. Dat houdt in dat kennis niet beperkt blijft tot de monodisciplines, maar ook discipline-overschrijdend
  2. De tweede trap moet ervoor zorgen dat leerlingen het gevoel krijgen dat zij ook echt iets kunnen met wat zij hebben geleerd (efficacy building). Om dat mogelijk te maken zullen zij moeten beschikken over de nodige kwaliteiten (zowel kennis, vaardigheden, attitudes, als een positief zelfbeeld en motivatie) om hun opgedane kennis in uiteenlopende situaties toe te passen, problemen op te lossen, zichzelf blijvend te ontwikkelen en te kunnen samenwerken.
  3. De derde trap betreft het zorgen dat leerlingen hogere denkvaardigheden ontwikkelen zoals metacognitie en reflectie, vaardigheden die aan de basis liggen van een leven lang leren en kritisch kunnen denken.’’

Succesvolle trajecten die al stapen zetten richting het inrichten van onderwijs dat zich richt op het toekomstig functioneren. Een kenmerk is inspirerend leiderschap en dat innovatie natuurlijk aansluit op en integreert in het reeds ontwikkelde onderwijsprogramma (geen added-on). En dat het docententeam een andere houding (door nascholing e.a.) heeft ten aanzien van onderzoekend en vakoverschrijdend onderwijs.
(zie verder de website van het nsvp waar de whitepaper te downloaden is: innovatiefinwerk)

Toekomstgericht functioneren
Het WEF stelt dat wat het allerbelangrijkste wat de wereld nodig heeft in 2020: complex probleemoplossend vermogen. Vraagstukken die ‘complex’ zijn kenmerken zich door o.a.: chaotisch, voortdurend in ontwikkeling, waarschijnlijk onoplosbaar. En bij het oplossen van die complexe vraagstukken zit altijd ‘onzekerheden’. Bijv. hoe anticipeer je als transportbedrijf op zelfrijdende auto’s hebt;  hoe anticiperen we in het onderwijs op de mogelijkheden en risico’s van big data? Dit soort vraagstukken heb je dus niet 1-2-3 opgelost. En ook, er is waarschijnlijk ook niet één oplossing.
Om dit soort vraagstukken aan te kunnen pakken zijn de beschreven aspecten voor toekomstig functioneren in de whitepaper van Kirscher&vdMolen de basis. Wel zou ik er voor willen waken dat we niet in de valkuil stappen van oude discussies over ‘kennis&vaardigheden’. We moeten goed kijken naar welke kennis en vaardigheden. Niet voor niets hebben Kirschner&vdMolen het over ‘basiskennis om de wereld te begrijpen’ en kennis om keuzes te maken.
Kennis en informatie is in onze informatiesamenleving fluïde. En ook hier neemt de computer en de robot taken van ons over.

Wat mij betreft is de kern bij toekomstgericht functioneren dat het gaat om jezelf blijvend te ontwikkelen: leren en innoveren. Beseffen dat je nooit klaar bent, dat je telkens weer nieuwe ideeën moet verzinnen, deze testen en aanpassen. En ervaringen en wat je ervan leert (welke kennis je opdoet) vastleggen en (open) delen als basis voor de volgende stap. Dit vraagt kritisch denken, creativiteit, open staan, aanpassingsvermogen en vertrouwen (in jezelf en anderen).

Voor de komende tijd gaat mijn interesse dan uit naar: welke nieuwe (onderwijs-, leer)omgeving past bij de voorbereiding op dat toekomstig functioneren? En hoe creëren we die? Gaat deze verder dan de ideeën en ontwerpen (en functionele eisen) die we hebben ten aanzien van de digitale leeromgeving? Is dit niet veel meer een (virtuele) ruimte waar fysiek en digitaal samenvloeien. Een slimme leeromgeving…….

Andere inspiratiebronnen
* Talent voeden (Juliette Walma van der Molen)
* Erik Veldhoen: Het nieuwe werken ( Autonomie, vakmanschap, netwerk en ‘activity based working’)
* Column Ben Tiggelaar dd 28 juli 2017: Zo ben je klaar voor de technologische revolutie.
* Deloitte Review: Navigating the future of work (issue 21; July 2017)

ccbysa

Geplaatst in Levenlang Leren, Rapporten, Trends, Uncategorized | Tags: , | 1 reactie

Digitaal een tandje harder

maak waarInmiddels zijn we als burgers gewend dat ‘alles’ online kan zoals film kijken, eigen sieraden ontwerpen en online 3D uit laten printen of online bestellingen plaatsen. Het personaliseren van de dienstverlening is steeds meer een normale zaak. We zijn er inmiddels aan gewend geraakt en willen ook steeds meer gepersonaliseerde producten en diensten. Dit is o.a. mogelijk door o.a. ‘the internet of things’: slimme verbonden digitale technologie objecten met continue gegevens uitwisseling. We leven niet meer in een tijdperk dat digitalisering processen automatiseert: we zijn er integraal onderdeel van geworden. Dienstverlening wordt en is gepersonaliseerd.

Als we dit gegeven weten dan moeten we als overheid ‘een tandje harder’ inzetten van de digitale technologie in de diensteverlening van de overheid. Het rapport van de studiegroep Informatiesamenleving en Overheid ‘Maak Waar’ stelt: ‘’digitalisering hoort in de categorie belangrijk én urgent’’.

Misvattingen digitalisering
De grote maatschappelijke impact van digitalisering staat nog onvoldoende op ons netvlies, stelt de studiegroep. Enkele misvattingen die zij aanstippen (blz 11):

  1. De opvatting dat digitalisering louter een middel is om beheersefficiency van bedrijfsvoering te vergroten, gericht op kosten reductie;
  2. Digitale technologie slechts een middel is dat niet of nauwelijks invloed heeft op de beleidseffectiviteit; mogelijkheden blijven onbenut;
  3. De angst voor uit de hand lopende projecten die de noodzaak tot innoveren verlammen

Bovendien wordt beschreven dat digitalisering nog vaak een kwestie is van afzonderlijke organisaties en afdelingen. Oplossingen (met daarbij behorende app/softeware) worden apart ontwikkeld en beheerd). Voor de gebruiker ontstaat een een doolhof van websites, portals.

Ontwikkelingen door digitalisering
Waarom ‘een tandje harder’? De studiegroep beschrijft enkele ontwikkelingen:

  1. Dataficatie: de explosieve groei van hoeveelheid data: voor profielen, continue feedbackloops;
  2. Kunstmatige intelligentie en Machine learning: o.b.v. data algoritmes opstellen voor het nemen van beslissingen ergens over;
  3. Platformen: deze maken verbindingen tussen gebruikers en aanbieders maar stellen andere partijen ook in staat nieuwe producten te ontwikkelen (Youtube); zo ontstaat innovatieve dynamiek (eco-systemen);
  4. Customization: producten en diensten worden op maat van de gebruiker gemaakt en geleverd; verwachtingen worden tegelijkertijd geïnventariseerd;
  5. Commoditisering: digitalisering is plug-and-play; slim en snel nieuwe diensten en producten een brede toepassingsbereik geven.

Pleidooi
De studiegroep beveelt aan dat de overheid digitale technologie als integraal onderdeel van de strategiën moet inzetten: daarvoor is nodig een langetermijnvisie. Maar ook een andere (radicalere) houding ten aanzien van digitale techonologie.
Wat mij triggerde is het pleidooi dat een andere houding vereist is ten opzichte van digitale technologie (blz 54 rapport maak waar). Technologie niet langer zien als ‘hulpmiddel’  maar als vertrekpunt van denken, organiseren en werken van de overheid (digital by design).
Dit vraagt het in huis hebben van kennis (bij iedere medewerker) op het gebied van digitale technologie, multidisciplinair samenwerken: de vraagstukken rondom digitale technologie kent vele perspectieven; agile werken; participeren in brede digitale ecosystemen: investeren in relaties met marktpartijen en onderwijs- en kennisinstellingen. En beseffen dat digitalisering ’nooit af’ ‘permanent bèta). Het vraagt ook het stimuleren (door de overheid) van meer weten van digitalisering bij de burger: het leren vinden en kritisch beoordelen van online-informatie, nieuwsgierigheid, samenwerken en programmeren.

Relatie Onderwijs
En ligt bij dit laatste ook niet een schone taak voor het onderwijs: de bewustwording van vraagstukken rondom digitale technologie. Zoals vakinhoudelijke bewustwording maar ook het omgaan met informatie (informatiegeletterdheid).
Verder is gepersonaliseerd onderwijs is ook een bekende discussie in de onderwijssector. Die discussie focussed zich erg op het onderwijsprogramma en de logistiek. Zouden we de discussie van de digitale technologie ook hierin niet veel meer moeten betrekken. Tenslotte verlenen we ook een dienst aan studenten: het creëren van een leeromgeving. En met het oog op de toekomst: die leeromgeving wordt virtueel. We zijn nu te veel bezig met het digitaal maken van onderwijs (en de leeromgeving). In die virtuele ruimte gaan we werken, elkaar ontmoeten, dingen met elkaar delen, met elkaar samen zijn, net als wij dat nu in de fysieke ruimte zijn. Dat is (radicaal) anders.
En die leeromgeving wordt slim: een platform die gebruikers van onderwijs en experts op vakgebieden verbindt en waar nieuwe vormen van onderwijs ontstaan.
Het onderscheid tussen de digitale en fysieke leeromgeving zal vervagen en een nieuwe onderwijs- en leeromgeving(en) ontstaat(n). En dan is technologie geen ‘(hulp)middel meer maar een vertrekpunt.

‘Maar Waar’ is dus een lezenswaardig rapport. Geschreven voor de nieuwe digitale dienstverlening van de overheid. De vertaling naar onderwijs is zo te maken.

Downloaden rapport ‘Maak Waar’ via Rijksoverheid pagina.
https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2017/04/18/actievere-rol-voor-overheid-in-informatiesamenleving-nodig

ccbysa

Geplaatst in informatiemanagement, Rapporten, Trends | Tags: , , | Een reactie plaatsen