Robuust en innovatie kunnen samen gaan?

treehouseAls een gebouw een weerspiegeling is van een uitgewerkt idee van de architect, is dan een leeromgeving een weerspiegeling van het onderwijsidee van een docent(en-team)/een opleiding/een instelling. Kun je dat zo stellen?

Ik vroeg me dat af bij het bekijken van Close-up. Een aflevering van Frank Gehry, architect van het Bilboa-museum. Het gebouw dat in deze documentaire centraal staat, is het UTS-onderwijsgebouw in Sydney: The Treehouse. Dit gebouw kwam te staan in een traditionele omgeving.
Het ontwerp wijkt nogal af van de omliggende gebouwen. Het gebouw draagt twee elementen in zich (zo wordt verteld): een robuuste kant (verbeeld door de bakstenen; sluit aan bij de cultuur van Sydney) en een innovatieve kant (verbeeld door glas; de skyline van Sydney). De binnenkant van het gebouw is flexibel en kan naar wens worden veranderd. Essentieel zegt Gehry, in de tijd van nu.Geen recht betonnen gevaarte maar hoekig en tegendraads. Dit riep de nodige reacties op bij de bewoners. Maar het had ook z’n impact.

Behalve het resultaat ‘het Treehouse’ zelf, vond ik het ontwerpproces en impact nog interessanter. Ik vroeg mij af of aspecten in het ontwerpproces bij een nieuw gebouw te vergelijken zijn bij het onderwijsinnovatie ontwerpproces. Wat ik uit de documentaire haalde aan aspecten.

Aspecten The Treehouse Onderwijsinnovatie
Uitgaan van een complex vraagstuk Een vernieuwend onderwijsgebouw ontwerpen in een traditionele wijk Nieuw onderwijsmodel (bijv flexibilisering) in een bestaand Onderwijsstructuur
Uitgaan van idee en concept
(uitdenken)
Ontwerp: robuust (baksteen) en inovatief (glas) Flexibilisering met robuuste basis
Ontwerpen en prototypen

(concreet maken)

Schetsen, maquetes, verbeelden

Kleine muurtjes bouwen

Kaders schetsen, verbeelden, voorbeelden

(kleine) experimenten starten

Continue reflectie en verbeteren (feedbackloop) Monitoren en herijken van het ontwerp en het bouwen (*) Continue PDCA cyclus; leren en verbeteren
Inzet technologie Technologie ondersteunt en maakt inzichtelijk: werd ingezet om grensverleggend ontwerp mogelijk te maken Technologie ondersteunt onderwijs- en leerproces; technologie als driver voor innovatie.
(integraal) samenwerken en co-creatie Teamwork; vertrouwen; participatie betrokkenen (*); verschillende perspectieven betrekken Teamwork; vertrouwen; participatie betrokkenen; betrekken van verschillende perspectieven
Voortdurende communicatie Omwonenden, betrokkenen over de voortgang vertellen. Er is altijd wel te vertellen dat iets nieuws niet werkt (hier: Gehry’s gebouwen lekken). Vernieuwing roept weerstand op: steeds inzichtelijk maken van het de richting (concept en doel) en de voortgang.
Impact Transformeren van de omgeving: het gebouw heeft impact op de omgeving Transformeren van de onderwijs- en leeromgeving
Innoveren Durven te vernieuwen (zegt Gehry) Heb lef en begin met de durfal: de mensen die willen innoveren. Geef ruimte.
(*) n.b. de film vertelt maar een paar perspectieven; ik kon er niet achter komen in hoeverre de ‘bewoners’ van het gebouw werden betrokken bij het ontwerp. De gesprekken zijn met omwoners en de bouwers.

The Treehouse heeft ‘de wijk en haar bewoners’getransformeerd. Wat ik zelf geweldig vond was het verhaal van de metselaars. In eerste instantie  stonden zij zeer ambivalent tegenover Gehry’s ontwerp: zo kan je geen muren metselen. Maar naarmate het gebouw zich ontwikkelde, testmuurtjes waren gemaakt, er vertrouwen ontstond, het gebouw zich concrete vormen kreeg verdwenen de twijfels. De metselaars werd trots, waren betrokken, beseften dat ze onderdeel waren van iets unieks. En de wijk trok nieuwe bewoners aan. Bewoners die ook beseften dat zo’n gebouw positieve invloed had op de omgeving (wonen&werk, cultuur) en mogelijkheden creëert.

Ik kan me zo voorstellen dat nieuwe onderwijsconcepten (met bijbehorende ontwerp) de leeromgeving transformeren en haar ‘betrokkenen’. Kunnen we binnen ons bestaande onderwijs, die lineaire en gestructureerd programma’s kent, ook non-lineaire programma’s ontwerpen. Routes waar studenten zelf invloed hebben op hun programma en leerproces (flexibiliseren bijvoorbeeld in bijv. tempo, plaats, tijd, groep, content). Robuuste onderwijseenheid-kaders met een flexibele invulling door de student. Wat is dan de impact? Misschien in het begin een hevige twijfelende student maar daarna betrokken en trots op het resultaat? En nieuwe studenten (en docenten) die zo willen ontwerpen.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

DIT is HET

DSC01233Ik moest er erg aan wennen, maar wil nu niet meer anders”. Een uitspraak van een student nadat ze een multidisciplinaire minor bij de Hogeschool van Amsterdam (Faculteit Onderwijs en Opvoeding) had gevolgd en afgerond. En deze uitspraak gold ook voor de docenten en de opdrachtgevers voor de minor uit het werkveld.  Het betrof de minor: Didactiek, Inhoud (of Informatie) en technologie: DIT. (gebaseerd op TPACK). Afgelopen donderdag mocht ik aanwezig zijn bij de afsluiting van deze bijzondere minor.

DIT is een minor waar de HvA-ontwerpprincipes voor flexibilisering van onderwijs een meer concreet ‘gezicht’ kregen. En deze ontwerpprincipes zijn: (1) de student heeft regie op het leerproces; (2) studenten werken in co-creatie (student met docent en werkveld) aan praktijkvraagstukken; (3) studenten werken samen. Of anders: een persoonlijke leerroute komt tot stand vanuit de individuele ambitie en krijgt vorm door het uitvoeren van relevante praktijkvragen en door leren van en met elkaar.

In DIT werken en leren studenten van diverse lerarenopleidingen en van de opleiding Communicatie en Multimediadesign samen en deelden hun kennis. Ze vormden een professionele leergemeenschap. De kaders (leeruitkomsten) waren vastgelegd. De leerroute er naar toe bepaalden de studenten zelf. Bijvoorbeeld door via het oprichten van een student-bestuur zelf invulling te geven aan de minor. Aanvullend kennis en vaardigheden werden opgehaald bij de docenten of gastsprekers. Scholen en studententeams vonden elkaar rond opdrachten, die zij in overleg specificeerden.

De professionele leergemeenschap werd blended vormgegeven. Voor het digitale deel is gekozen voor een combinatie van Moodle (de standaard leeromgeving van CMD), Mahara (voor communities en portfolio) en SLACK (een social media- en communicatietool). Dit alles vormt een ‘laboratorium’ waar studenten kunnen ontwerpen en evalueren.

Een voorbeeld van een opdracht. Een ROC had de wens beter inzicht te krijgen in het leerproces van de studenten en registratie van de stage-uren. In een ontwerpproces dat ontstond tussen docenten van het ROC, de minor-studenten en de HvA-begeleiders kwam een werkend prototype van een app voor 3600 feedback met een achterliggende urenregistratie tot stand. ROC-leerlingen kunnen in deze app kort hun voortgang van de stage beschrijven; docenten en begeleiders volgen de voortgang en geven directe feedback.

De slotmanifestatie leverde een hoge motivatie en eigenaarschap op. Dat zag je en dat ervoer je. Trotse en zelfverzekerde studenten beantwoordden allerlei vragen – ook lastige – van de scholen, docenten, managers, bestuurders en anderen.

Een impressie is te zien via de volgende link: DIT is…

Hoe terecht is dan ook het citaat: “studenten moeten het onderwijs eigenlijk gaan beléven, in plaats van dat ze het volgen”.

Laten we dat veel breder oppakken in ons Hoger Onderwijs.

PLG

 

Geplaatst in flexibilisering, onderwijsinnovatie, seminar, Uncategorized | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Wendbare didactiek in perspectief

spreeuwen
Als we beide rapportages (blog 1 blog 2) nog eens belichten vanuit de trend-gedachte. Wat ‘zeggen’ de beschreven innovatieve pedagogies ons? Daarbij realiserend dat een didactisch concept een werkvorm is die altijd gerelateerd dient te worden aan het realiseren van een bepaald doel van onderwijs. Didactiek ondersteunt onderwijs. In de didactiek zitten gemaakte keuzes. In alle vormen van innovatieve didactische concepten laten een verschuiving zien van vormgeving van onderwijs.

Laten we het een verschuiving naar ‘persoonlijk onderwijs’ noemen (o.a. inspiratie Stephen Downes en Gert Biesta). Ik ben zelf nog niet tevreden met die term. Want onderwijs is meer dan ‘persoonlijk’. Een persoon staat altijd in verbinding met anderen en heeft een doel. De kern is dat de student regie heeft op het eigen leerproces en er richting aan geeft. En dit is een kanteling in denken over onderwijs-vormgeven.

Als ‘persoonlijk onderwijs’ de richting is , kunnen we dan de volgende uitgangspunten nemen die de basis vormen voor de didactische keuzes?

  1. Uitgaan van diversiteit
    Allereerst dat we veel meer onderkennen dat we met diversiteit in het onderwijs te maken hebben. Hoe kunnen we rekening houden met de diverse achtergronden, voorkennis, wensen van studenten. En moet iedereen hetzelfde kunnen en kennen? Vormgeven aan onderwijs waarbij de student regie heeft op het leerproces. En dit betreft onderwijs voor de actief lerenden en prosumer en self-learner.
    Het gaat erover dat we onderwijs niet zo vastleggen. Zodanig dat studenten al ruim van te voren keuzes moeten maken waarvan ze later toch op terug moeten komen. Regie hebben op je eigen leerproces. Eigenaarschap voor je leerpad en wat je wilt bereiken.
    Vormgeven aan dit uitgangspunt zien we bij adaptief onderwijs, inclusief onderwijs, engaging pedagogy.
  2. Uitgaan van wendbaarheid
    Bij dit uitgangspunt gaat het over ‘de klas in de wereld’ brengen in plaats van ‘de wereld in de klas’.
    Zowel ten aanzien van de keuzes die je zelf wil maken in je leerroute. Zelf wendbaar zijn voor het samenstellen van wat je wilt leren, met wie en waartoe? Wel de richting weten maar niet alles vastleggen. En daarmee sneller kunnen anticiperen op ontwikkelingen die er zijn. Anticiperen op wie en wat je tegenkomt die invloed op je hebben of die je inspireren, En dat integreren in jouw route.
    Maar ook ‘letterlijk’ de vraagstukken waarvoor we staan integreren in onderwijs. Studenten laten werken aan complexe praktijkgerichte vraagstukken. Ervaren dat de weg naar de oplossing creativiteit vraagt, nieuwsgierigheid, uithoudingsvermogen, samenwerken, intuïtiviteit, omgaan met mislukkingen, aanpassings vermogen, anticiperen, itteratieve aanpak.
    Vormgeven aan dit uitgangspunt zien we bij: agile pedagogy, computable thinking, labs, contextbased learning, situated pedagogy, incidental learning.
  3. Uitgaan van connected-zijn
    Complexe vraagstukken vragen een integrale benadering. Vanuit verschillende expertises ideeën voor oplossingen aandragen. Co-creatie. Leren met en van elkaar, soms in verschillende communities. Het kan ook betekenen dat studenten in verschillende (digitale) onderwijsomgevingen leren en werken.
    Vormgeven aan dit uitgangspunt zien we bij: agile pedagogy, computing pedagogy, labs, crosslearning, learning through argumentation.
  4. Uitgaan van open
    Co-creatie, crosslearning, integraal leren en werken betekent onderwijs ‘over grenzen’ heen vormgeven. En dat betekent ook delen en verdelen.
    Vormgeven aan dit uitgangspunt zien we bij: distributed pedagoy, open pedagogy, adaptive teaching.

We zitten in een overgangsperiode van innovatieve didactische vormen die we uitproberen in een onderwijsomgeving c.q.-systeem die er (nog) niet voor klaar is.Want voordat we het weten geven we vorm aan ‘gepersonaliseerd onderwijs’ (aanbodgericht) in plaats van ‘persoonlijk onderwijs’ (vraaggericht). Zodat flexibel onderwijs gaat over het herorganiseren en niet over de wendbaarheid. Wendbaarheid is niet alleen (*) de organisatie van onderwijs (wanneer: verschillende tempo’s, momenten van instappen); (*) de didactische vormen (hoe: keuzes in opdrachten, leeractiviteiten, toetsvorm) of (*) inhoud (dat de student flexibel is in ‘wat’ hij/zij leert).  Dit alles om bepaalde leeruitkomsten te halen. Op zich goed.
Het gaat ook over de vraag: hoe wendbaar mag de student zijn in het ‘waartoe’? Regie hebben op de richting.

Wendbaar onderwijs staat en valt bij wendbare mensen (die gezamenlijk een wendbare organisatie vormen). En dat is nu juist waar de discussie over gaat: hoe leiden we op tot wendbare studenten die weten welke richting ze op willen gaan en steeds daarbij zich kunnen aanpassen aan wat op je (leer)pad komt. En (reflectieve) ruimte en het geduld hebt om na te gaan of je je nog steeds op de juiste leerroute bevindt in de juiste (leer/onderwijs)omgeving met de juiste mede-mensen.

Ter inspiratie:
Gepersonaliseerd leren of persoonlijk leren (blog Wilfred Rubens)
Delibarate practice (Paul Kirschner)
Six ways to support personalized learning (Gregory Dobbin) (nav blog Wilfred Rubens)
De inleiding van de trendrapportage open en online onderwijs 2015

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Innovatieve didactische concepten

next generation2

Ter voorbereiding van de trendrapportage-bijeenkomst van SURF kreeg ik van Robert Schuwer een net uitgekomen eindrapport vanuit het FUTURA project. Het is geschreven in opdracht van Universitat Oberta de Catalunya en in samenwerking met  eLearnCentrum. Het rapport beschrijft een framework van innovatieve manieren van didactiek. De titel:

Next Generation Pedagogy: IDEAS for online en Blended Higher Education.

De vijf innovatieve manieren van didactiek

1. Intelligent Pedagogy
Een benadering van het onderwijs waarin de technologie wordt gebruikt voor het versterken van een leerervaring. Voorbeelden zijn het gebruik van learning analytics om onderwijs betrokkenen te ondersteunen bij beslissen over curriculumontwerp of studenten te helpen het inzichtelijk maken van hun leren. Het gaat niet alleen over de digitale stappen in een LMS maar ook in virtuele en augmented reality situaties of digitaal toetsen.
Kortom: naar gebruik van data en informatie in onderwijs

2. Distributed Pedagogy
Dit verwijst naar gedeeld eigenaarschap van verschillende elementen in het leerproces door verschillende stakeholders. Het verdelen of delen van onderwijs kun je op verschillende manieren aanvliegen. Aan de ene kant bijvoorbeeld aanbieden van programma’s (modules, module-onderdelen) vanuit samenwerkingsverbanden tussen instellingen. Aan de andere kant bijvoorbeeld studenten laten kiezen uit modules van concurrerende aanbieders. Het is mogelijk dat een instelling aanbod heeft dat bestaat uit beide uiteinden van dat spectrum.
Kortom: naar delen van en in onderwijs

3. Engaging Pedagogy
Bij curriculum ontwerp waarbij lerenden worden aangemoedigd actief deel te nemen aan/in het leerproces. Bijvoorbeeld studenten die een portfolio bijhouden die zowel voor het onderwijs op dat moment als voor ‘buiten de klas’ interessant en relevant is. Of dat studenten content produceren die voor mede-studenten, docenten, groter publiek interessant is. Een soort prosumer-gedachte: de studenten dragen bij aan vernieuwing van kennis. Instellingen ondersteunen steeds meer docenten bij deze student-engagement-benadering.
Kortom: naar actief betrekken in onderwijs

4. Agile Pedagogy
Deze benadering verwijst naar flexibiliteit en aanpassing van het curriculum en de studentervaring. Het omvat bijvoorbeeld: (*) gepersonaliseerde leerroutes, (*) individuele (op maat) ondersteuning voor studenten, (*) de erkenning van eerder verworven competenties en/of non-formele gedane activiteiten om sneller door programma’s te kunnen (of de verbreding ervan), (*) wendbaar kunnen reageren als instelling op de behoefte en (support)wensen van studenten. Al deze mogelijkheden gaan over het toegankelijk maken van studenten voor onderwijs (die daarvoor drempels aantroffen) en het verbreden van de participatie aan onderwijs.
Kortom: naar wendbaarheid in onderwijs

5. Situated Pedagogy
Deze benadering omvat het idee van contextualisering van leren. Onderwijs relateren aan praktijkgerichte vraagstukken en/of activiteiten laten plaatsvinden in authentieke situaties. Het samen aanpakken van “complexe vraagstukken” vanuit een bedrijf of overheidsinstantie of een maatschappelijk vraagstuk. Denk aan de ontwikkeling rondom het werken en leren in labs, ateliers e.a..
Kortom: naar contextgebonden onderwijs (praktijk- en wereldgericht-onderwijs)

Samengevat: IDEAS: Intelligent, Distributed, Engaging, Agile and Situated.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Innovatieve didactische werkvormen

innovating pedagogies2In de voorbereiding van een bijeenkomst over trends in het onderwijs, met inzet van ICT, beschrijf ik in deze blog een samenvatting van de rapportage die de Open University (UK) vorig jaar al heeft uitgebracht: Innovating Pedagogies 2015  . Het is mijn bijdrage aan de bijeenkomst.

Robert Schuwer maakte een mooi overzicht van de vernieuwende didactische werkvormen uit het OU-rapport. Daar maak ik dankbaar gebruik van.

innovating pedagogies 2015 overzichtDe innovative pedagogies worden in vijf thema’s ondergebracht:

  1. Schaalgrootte
    Het opschalen van de omvang van het onderwijs en het gebruik maken van de mogelijkheden van die omvang.
    Een voorbeeld hiervan is de ontwikkeling rondom MOOCs.
  2. Connectiviteit
    Het gebruik maken van de kracht en de mogelijkheden van de verbindingen tussen lerenden.
    Innovatieve didactiek 2015: Crossover learning. Het verbinden en in samenhang brengen van informeel leren met formeel leren.
  3. Reflectie
    Kennis vergt reflectie op het leren en op datgene wat geleerd wordt.
    Innovatieve didactiek 2015: Learning through argumentation. Leren door redeneren.
  4. Uitbreiding
    Didactiek die uitbreidingen zijn van bestaande didactiek en proberen bepaalde beperkingen in die didactiek op te lossen.
    Innovatieve didactiek 2015: Contextbased learning. Nieuwe informatie integreren en verbinden met voorkennis; leren vindt plaats inde context
    Innovatieve didactiek 2015: Computional learning. Grote vraagstukken opdelen in kleinere delen; onderzoek deze deelproblemen a.h.v. eerdere problemen (patroonherkenning). Programmeren bijvoorbeeld.
  5. Personalisatie
    De missing link als het gaat om onderwijs, onderwijs toegespitst op de behoeften van individuele studenten.
    Innovatieve didactiek 2015: Adaptive teaching. Uitgaan van diversiteit in het onderwijs. Aansluiten met begeleiding, feedback, extra leerstof op de wens en achtergrond van de individuele student.
    Innovatieve didactiek 2015: Stealth assessment. Inzet van data uit systemen voor beoordeling van o.a. ook aspecten waarvan je niet bewust bent dat je ze leert. Zoals uit games of simulaties het doorzettingsvermogen beoordelen.Wilfred Rubens heeft hier een uitgebreide blog over geschreven. Idem de weblog van Pierre Gorissen.

    Andere bijdrages alvast voor de trendbijeenkomst: Samenvatting van de trendrapportage KPMG + filmpje door Jochem Goedhals

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Leren Ontwikkelen Vormen

3e schaken
Je hebt van die bijeenkomsten waar je van te voren al naar uitkijkt. Zo’n bijeenkomst had ik maandagmiddag: een lezing van Gert Biesta. Veel over gelezen, veel over bekeken. Nu eens live.

De centrale vraag in het werk van Gert Biesta is: Wat is goed onderwijs? En dat is een complexe vraag. Voor Gert Biesta gaat het in het onderwijs niet om ‘leren’. De taal van het leren is namelijk niet voldoende bij onderwijs. Het gaat erom dat studenten iets leren (inhoud), van iemand (in relatie), met een bepaald doel (vormen). Het gaat dus altijd om doel, inhoud en relatie. Dat zijn fundamenteel pedagogische dimensies. Door alleen over leren te praten, ‘verleren’ we wat belangrijk is in het onderwijs. We hebben niet alleen leertheorieën nodig, maar ook onderwijstheorieën.
Als onderwijs alleen leren zou zijn geeft het niet de complexiteit weer. Biesta laat ook het driedimensionaal schaakbord zien waarop een docent ‘speelt’.

Biesta beschrijft drie domeinen voor het onderwijs in relatie met het doel van onderwijs. De opgave is om deze drie domeinen in balans te houden. De drie domeinen zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. En alle onderwijsprocessen hebben een relatie met:

  1. Kwalificatie: het gaat ergens over (inhoud): het (aan)leren van kennis en vaardigheden, competenties (specifiek en breed). Bijvoorbeeld het leren van een taal of van onderzoek-doen of video-clip maken.
  2. Socialisatie: de reproductie van en het in aanraking brengen met praktijken en tradities, beroepen, culturele praktijken, gemeenschappen, burgerschap. Bijvoorbeeld: hoe is het om in een research-team te werken, welke taal wordt daar gesproken. Of wat ik zelf moest leren de praktijk rondom beleid maken en de politieke omgeving waarin je opereert. Of je bijdrage leveren aan een bedrijfscultuur.
  3. De subjectivering: hier gaat het om de persoonsvorming (verantwoordelijkheid leren nemen; zelfstandig zijn; regie nemen) Centraal staat hier wie je bent en wat de bijdrage is in de wereld en hoe je verschijnt in de wereld.

Goed onderwijs is dus de balans tussen die drie doeldomeinen. Accentueer je de kwalificatie dan gaat daar alle aandacht naar toe en is er grote kans dat je een ander domein onderbelicht.

Onderwijs gaat over het je oriënteren op het leven. En is daarmee wereldgericht. Het gaat om juiste talent en juiste ontwikkelen. Maar wat is ‘juist’ en wie bepaalt dat? Er is niet een eenduidig antwoord te vinden. Het stellen van de vraag is cruciaal. Het gaat om het bevragen wat zich ontwikkelt. Wat dient zich aan, is dat goed voor de student en in leven met anderen. Onderwijs zou een existentieel curriculum moeten omvatten. Een curriculum dat vooral kijkt welke mogelijkheden verschillende vakken en vakgebieden bieden voor studenten om (aspecten van) de wereld te ontmoeten.

Toen ik zijn boeken las werd ik helemaal geraakt. Hier gaat het om. We zijn te veel bezig wat een student zou moeten zijn en zou moeten leren in plaats van wat hij/zij is en wil leren. Of dat we te gericht zijn in op hoe de student zich moet aanpassen aan ons systeem in plaats van aan te sluiten waar in het kind/de student zou willen ontwikkelen. Wie is een student? Wat is nodig om de student ‘in de wereld’ te laten komen. En dat begint met de ervaring van aangesproken worden in de ontmoeting en de ont-moet-ing.

DSC01126

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Accenten flexibel onderwijs

vierentwintigzevenFlexibel onderwijs staat in de belangstelling. Van flexstuderen tot flexstudent ( (de flexstudent LSVB; flexstuderen ISO). De strategische agenda van het ministerie OCW zet flexibel onderwijs in het licht van ‘kansen creëren voor elk talent’ en het toegankelijk maken van onderwijs (par. 3.1.).

Bij het inrichten van flexibel onderwijs ligt vaak focus op het versnellen van de studie. Bij deeltijd onderwijs kan dit deel worden verklaard dat werknemers niet te lang ‘deeltijd’ werken. In het rapport dat ik in de vorige blogpost besprak, geven sommige studenten aan dat zij hun studie willen verbreden of vertragen. Bijvoorbeeld door neven activiteiten op te pakken zoals bestuurswerk.

Als we het hebben over flexibel onderwijs uit welke accenten bestaat dat dan?

Wat ik met een aantal collega’s al eens heb geschreven (visie learning tomorrow) is dat het accent van flexibel onderwijs komt te liggen op het mogelijk maken dat studenten zelf (mede) vorm kunnen geven aan hun eigen onderwijs (1). In de betekenis van: de student heeft invloed op hoe en wat hij/zij wil leren maar ook wanneer, waar en met wie. De student stelt bijvoorbeeld zelf het vakkenpakket (invloed op het programma) samen of heeft keuzes in een module (opdrachten, te lezen studiestof, toetsmoment en zelfs toetswijze).
Als we als onderwijs studenten ruimte geven om zelf vorm te geven gaat het ook om o.a.: verantwoordelijkheid (leren) dragen, zelf-ontplooiing, zelf-reflectie (leren), stimuleren van creativiteit en inititiatief (leren) nemen; keuzes (leren) maken.

Een tweede accent bij flexibel onderwijs is de nadruk op netwerkleren (2). Samen werken en leren in (online; multidisciplinaire) teams c.q. community’s. Niet alleen als studenten maar docenten samen met studenten en werkveld. Personaliseren is daarmee niet individualiseren maar leren van en met elkaar. Het leren in leergemeenschappen.
Als we als onderwijs studenten het netwerkleren stimuleren betekent dit o.a.: (leren) luisteren; co-creatief (leren) werken; dialoog ipv discussie (leren) voeren; (online) samen (leren) werken; verbinden.

Naast het ‘zelf vormgeven’ en ‘netwerkleren’ gaat flexibilisering ook over interdisciplinairiteit  (3). Bij actuele praktijkgerichte vraagstukken of complexe innovatieve vraagstukken (vernieuwende) oplossingen vinden. Dit vraagt om het vermogen vanuit verschillende perspectieven c.q.disciplines een bijdrage te leveren aan de oplossing van een vraagstuk (interdisciplinariteit). Dit betekent dat je de gehanteerde taal en concepten vanuit verschillende disciplines wilt begrijpen en vandaar uit gezamenlijk (discipline)overstijgend aan oplossingen werkt.
Als we studenten stimuleren interdisciplinair te gaan werken betekent dit o.a.: kritisch en analytisch (leren) denken en doen; wendbaar (leren) zijn in denken en doen; (leren) omgaan met onzekerheid; creativiteit; dialoog ipv discussie (leren) voeren; (leren) luisteren; openheid.

In de studie Future of Learning (2011) werd dit, met iets andere termen, beschreven: het personaliseren van, co-creëren in en informaliseren (over grenzen heen) van onderwijs (conceptual map of the Future of Learning (zie blz 9):
future of learning

Andere inspiratiebronnen voor de accenten flexibel onderwijs zijn ook:
* Future Proof Onderwijs (film voor de HvA conferentie 2015)
* Horizonreports e.a. trendartikelen (bijv. kennisnet; ecbo)
* Fullan
* Onderwijs2032
* Gert Biesta

Geplaatst in flexibilisering, gepersonaliseerd-onderwijs, onderwijsinnovatie | Tags: , , | Een reactie plaatsen