Naar studentmobiliteit

Afgelopen weken waren ‘beelden over de toekomst van onderwijs’ een thema voor mij. Het kwam allemaal samen in het filmpje dat ik naar aanleiding van de webinar op vrijdag 22 april jl. heb mogen volgen: #hoe leer jij? Een toekomstvisie op digitale leermaterialen. De titel van het filmpje gaat misschien wel over digitale leermaterialen maar daarachter ligt eerder het thema flexibel onderwijs met studentmobiliteit (de titel van het webinar). Het verslag van het webinar is hier te lezen, of opname te bekijken. Naast dit webinar las ik enkele rapporten die recentelijk zijn uitgekomen.

(*) Het jaarlijkse trendrapport van Educause: 2022 Educause Horizon Report; Teaching and Learning Edition . Een publicatie van het New Media Consortium en EDUCAUSE Learning Initiative. Het rapport gaat in op diverse trends waaronder de technologische trends en ontwikkelingen op het gebied van leertechnologie. Lees blog van Wilfred Rubens voor een samenvatting; lees de samenvattende slides. Ik noem hier één beschreven trend: AI voor learning analytics en AI voor leertechnologie. Leertechnologieën zullen in toenemende mate gebruik maken van AI. Dit voor het beter ondersteunen van leren of de leerervaring van studenten verbeteren: op maat geven van feedback en interventies.

(*) Het gehonoreerde project ‘Digitaliseringsimpuls NL’ vanuit het Nationaal Groeifonds. Ik noem dit project omdat de thema’s, de opzet en aanpak en de taal een weergave zijn van hoe over de toekomst van onderwijs wordt gedacht: wendbaar en effectief en vooral als (gekoppelde, flexibele) (infra)structuren om de snelle verandering in de arbeidsmarkt en de maatschappij te kunnen ‘bijbenen’. De basis is al gelegd via het Versnellingsplan: we gaan door op thema’s: docentprofessionalisering, open leermaterialen, data en innovatieve technologie (VR). Zie filmpje voor korte uitleg: Digitaliseringsimpuls Onderwijs: wat willen we bereiken?

(*) Het rapport trendverkenning Studiedata met 10 trends, gekoppeld aan studiedata maar ook breder op te vatten. Ik noem één van de trends hyper personalisatie: ‘Advies is maatwerk en data kunnen je tot op individueel niveau aanbevelingen en tips geven. Personalisatie tot op de millimeter lijkt de norm.’ Of frictieloos leren: Data helpen om een frictieloos leven te leiden door on demand en real-time tot je beschikking te staan en je te ontzorgen.


Bij mij blijven nav deze rapporten en het webinar twee bewegingen in mijn gedachten bleven hangen: studentmobiliteit en leeromgeving.

Studentmobiliteit. De beweging van vaste leerpaden naar gedifferentieerde leerpaden. De student die kiest op basis van persoonlijke ambities, leerwensen, achtergrondkennis en -vaardigheden, persoonlijke situatie. Mobiliteit als doel, flexibiliteit in organiseren. En vanuit een ander perspectief ontwerpen (programma en module). Van een resort (alles geregeld, standaard programma, 1 cohort/groep) naar individueel zelf samengestelde reis (zelfregie, route op maat, diverse settings).
Dus niet voor niets dat we dan opnieuw gaan nadenken over de Kennisinfrastructuur, om kennis (producten en expertise (mensen)) toegankelijk te maken en te delen voor continue kennisontwikkeling (gedurende de reis wordt veel geleerd en gemaakt); en de ICT-infrastructuur: niet alleen een goede en veilige infrastructuur maar ook afspraken. Afspraken tbv een infrastructuur waarmee we flexibilisering kunnen realiseren: inschrijfproces, planning van modules, gekoppelde informatie uit de studiegids, financiering (Digitaliseringsimpuls_NL: Zie infographic) (tijdens de reis wil je veilig reizen maar ook zo frictieloos (grenzeloos) mogelijk).

Leeromgeving.
De beweging naar een steeds diffusere leeromgeving. In het Horizon Report gaat het hybride leren om het vormgeven van “learning spaces” die geschikt zijn gelijktijdig fysiek als online lesgeven: simultaan leren. Voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld de hybride virtual classroom: de hybride leerruimte Volgens de panelleden van het Horizon Report worden het simultaan leren, het blended leren en het leren op afstand “mainstream”. Ik zou dat zelf nog iets sterker in een bredere context willen plaatsten namelijk: het leren in nieuwe contexten (zie rede Nynke Bos). Hybride leren is niet alleen fysiek-online (1 seam), er zijn meerdere seams: samenwerken-individueel leren; fysiek-online; school-stage. Waar het leren plaatsvindt, de context-de setting, wordt steeds diffuser. Van belang is de student een continue leerervaring te bieden: vloeiend leren met technologie die de seams overbrugt. Bijvoorbeeld de inzet van portfolio maar denk ook aan de ontwikkeling van ‘De nieuwe digitale leeromgeving: NDGLE’ waarbij de leeromgeving wordt ingericht en ontworpen als een leerecosysteem: gekoppelde applicaties (lees bijv de blog van Esther van Popta of ook de architectuurprincipes).

Wellicht staat deze beweging ten dienste van de hiervoor beschreven beweging: de studentmobiliteit. Een toekomstbeeld?

Geplaatst in digitale transformatie, onderwijsinnovatie, Rapporten, Trends | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Lectorale rede Nynke Bos: vloeiend over grenzen heen: technologie als verbinder van leerprocessen (6 april 2022).

Lectorale rede Nynke Bos: Vloeiend over grenzen heen: technologie als verbinder van leerprocessen’ (6 april 2022)

Het uiteindelijke doel is studenten op te leiden die in staat zijn om authentieke, en vaak complexe, vraagstukken op te lossen in een maatschappij die continu aan verandering onderhevig is, betoogd Nynke Bos in haar rede op 6 april jl.. Complexe vraagstukken zijn vraagstukken die vanuit meerdere disciplines moeten worden aangevlogen: over grenzen heen. Het vinden van nieuwe oplossingen en daarmee het leren vindt rondom deze grenzen plaats. Voor het oplossen van deze vraagstukken is nodig dat studenten geen discontinuïteit ervaren bij hun leren, dus vloeiend over grenzen heen kunnen leren oftewel: naadloos, seamless leren. Hoe zorgen we dat studenten vloeiend kunnen leren en zo weinig mogelijk hinder hebben van ‘de naden’? In het betoog komt naar voren dat studenten daarbij het roer in handen hebben (zie plaatje hierboven) om hun ervaringen opgedaan in verschillende contexten samenbrengen tot een voor hen betekenisvol geheel. De inzet van technologie speelt daarbij een belangrijke rol.

In het betoog zijn twee lijnen (tevens twee onderzoekslijnen van het lectoraat) uitgewerkt.
Allereerst blended leren. Blended learning is ‘’de harmonieuze integratie van verschillende activerende strategieën, bereikt door een zinvolle combinatie van fysieke interactie en ICT. De waarde van elke leeromgeving wordt benut in relatie tot de beoogde leerdoelen, leeruitkomsten, fase in het leerproces en kenmerken van de student’’ (rede blz 15). De nadruk bij deze definitie ligt op het bewust ontwerpen van de leeromgeving: wanneer zet je online of fysieke leeractiviteiten in voor het leerproces van studenten. En hoe integreer je dit tot één geheel: zowel fysiek onderwijs in online onderwijs als andersom. Blended learning is een middel (géén doel). Doelen zijn bijv. activeren, differentiëren, intensiveren van leren. Uit o.a. onderzoek van Nynke Bos zelf stelt ze vast dat blended learning een implementatievraagstuk is. We hebben de kennis in huis, het is nu een zaak van doen.

Als tweede lijn legt de nadruk op de hybride leeromgeving. Het hoger onderwijs is steeds meer gericht op werken met authentieke vraagstukken c.q. opdrachten. We willen studenten een zo’n realistisch mogelijk context bieden waarin ze leren: het werken met authentieke vraagstukken helpt daarbij. Voorbeelden van een hybride leeromgeving zijn de (living) labs, (kennis)werkplaatsen (er zijn vele termen). Studenten werken in deze context met leeruitkomsten. Het werken met leeruitkomsten vraagt van studenten dat ze zelf hun persoonlijke leerpad uitstippelen. Het doel van hybride opleiden tweeledig is (rede blz 43): 1) het opleiden van multidisciplinaire kenniswerkers die (2) vanuit hun eigen kennisbasis in staat zijn om gezamenlijk nieuwe, niet bestaande oplossingen of antwoorden te vinden voor complexe problemen of vraagstukken. Om deze tweeledige doelen te bereiken is het nodig om een hybride leeromgevingen op curriculumniveau in te richten.

De hybride leeromgeving speelt zich vooral af op ‘de randen van het curriculum’: daar waar je over grenzen heen gaat (boundary crossing). Het leren vindt plaats rondom deze grenzen: daar waar koppeling ontstaat tussen twee of meerdere werelden en nieuwe antwoorden te vinden zijn of nieuwe oplossingen voor de complexe vraagstukken. Oftewel daar waar transformatie (als één van de leermechanismen van de hybride leeromgeving) plaatsvindt. Bij het ontwerpen van een hybride leeromgeving hoeven de grenzen niet te worden weggenomen. Wat wel van belang is, is het leggen van betekenisvolle verbindingen. Het gaat namelijk om de continuïteit van leren of anders gesteld: het voorkomen van discontinuïteit in leren. En dit wordt seamless leren genoemd.

Seamless learning is te beschouwen als een ontwerpperspectief voor het faciliteren van het continu leren over de grenzen (seamless learning design) (rede blz 51). De kern van seamless learning zijn de ontwerpbeslissingen die worden genomen over het faciliteren van continue, niet storende, gecontextualiseerde leerprocessen (rede blz 51). Bij het ontwerpen van seamless leren hebben studenten zelf het roer in handen om hun ervaringen opgedaan in verschillende contexten samenbrengen tot een voor hen betekenisvol geheel. Dit alles als aanzet tot leven lang ontwikkelen.

De ‘seams of naden’ die we nu kennen, en moeten overbruggen, zijn bijv. fysiek-online leren (en leeromgeving), formeel versus informeel leren, sociaal versus gepersonaliseerd leren, leren over tijd en locaties heen, just-in-time versus altijd en overal toegang tot kennis e.a.. Sommige naden zitten vast in onze systemen en/of ons denken, sommige wat losser: in ieder geval we creëren ze zelf (dus kunnen we ze wegnemen).

Om het leerproces van studenten binnen hybride (leer)omgevingen te versterken kan technologie een belangrijke rol spelen. Nynke Bos onderscheidt twee doelen:

  1. Het voorkomen van discontinuïteit (seamless learning).
  2. Het verbinden van leeromgevingen (school/opleiding en werkplekleren e.a.) door de inzet van digitale grensobjecten.

(ad 1) Continuïteit in leren versterken
Achter vele seams zit veelal nog een docentgestuurde onderwijsgedachte. Bos ziet een oplossing voor het overbruggen van de seams door te werken in een PLE: personal learning environment. Dit is een leeromgeving waarin zich (contextgebonden) tools, gemeenschappen, mensen en diensten bevinden die gezamenlijk een individueel educatief platform vormen (bijv zie plaatje hieronder). De student zelf staat aan het roer van de PLE. Een PLE staat dan ook in de context van de bredere ontwikkeling van onderwijstechnologie, legt de nadruk op vraaggestuurd leren en werken, en gaat uit van een onderwijs- en opleidingssysteem als geheel. Door het werken met een PLE probeer je het aantal seams te verkleinen. Aandacht besteden aan en het begeleiden van metacognitie bij het leren (Zie bijv. canon leiden) is belangrijk.

(ad 2) Verbinden van de leeromgevingen via grensobjecten.
Een grensobject is een object dat zich bevindt tussen twee contexten en dat het potentieel heeft om samenwerking mogelijk te maken. Het is een object dat in beide praktijken een functie vervult, met als doel informatiestromen te coördineren. Grensobjecten moeten kaders aanreiken, maar tegelijkertijd ruimte bieden voor een eigen invulling. Nynke Bos onderscheidt bij de grensobjecten: objecten waarmee en objecten waaraan wordt gewerkt. Waarmee: denk aan ebook, video, pdf etc.. Waaraan: denk aan kennisproducten waaraan gezamenlijk wordt gewerkt zoals een video-opname, een onderzoeksrapport, een design, een observatieschema. Het kennisproduct kan een tussenproduct zijn (als product waar aan nog gewerkt kan worden) of als afrondend (eind)product: een product waarover een student een beoordeling ontvangt. En bij dit eindproduct is nadrukkelijk aandacht voor het leerproces dat een student heeft doorgemaakt. Een bekend digitaal grensobject waarin de student zijn/haar leerproces bijhoudt is het digitaal portfolio.

Nu is het interessante dat binnen de visie van de PLE, stelt Nynke Bos, het eigenlijk niet gaat om de uiteindelijke producten: de oplossing voor het authentieke complexe vraagstuk. Het gaat om de tussenproducten om tot die oplossing te komen. Want, en dat speelt ook mee, deze tussenproducten, waaraan gezamenlijk wordt gewerkt, veranderen constant: er wordt steeds op doorgebouwd (kennis stapelen). De tussenproducten geven een tussenstand (foto) waar het werkproces zich bevindt en geven inzicht in het leer- en ontwikkelproces van de student.  

Staat buiten kijf dat bij het ontwerpen van een hybride leeromgeving een opbouw in het curriculum nodig is rondom het aanleren van metacognitieve vaardigheden, zelfregulerende vaardigheden en onderzoekend vermogen. Maar ook een opbouw in de mate van authenticiteit van de vraagstukken (via bijv. de mate van complexiteit en zelfsturing). En bij het vormgeven van een PLE ligt een grote verantwoordelijkheid bij de student. Als opleiding c.q. organisatie aan ons de taak te zorgen voor de technische en onderwijslogistieke infrastructuur van de instelling flexibel genoeg zijn. Maar nog belangrijker dat er sprake is, bij het inrichten en ontwerpen van een hybride leeromgeving van gelijkwaardige partnerschap. En dit is ‘a change of mind’.

Bronnen
(*) Rede Vloeiend over grenzen heen; technologie als verbinder van leerprocessen.
(*) Lectoraat Teaching Learning and Technologie
(*) Inholland artikel: Nynke Bos houdt lectorale rede over technologie in het onderwijs
(*) En de opname van de rede: livecast.

Geplaatst in blended learning, gepersonaliseerd-onderwijs, hybride leeromgeving, onderwijsinnovatie, Rapporten, seamless leren | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Data van studenten benutten voor interventies bij leren

pietro-jeng-n6B49lTx7NM-unsplash

Een boodschap die ik uit de Masterclass over Learing Analytics (op 18 mrt jl. georganiseerd door BAES education) meenam was de volgende: zonder interventies geen learning analytics. De definitie, volgens Justian Knobbouts (gaf de masterclass) van learning analytics is dan ook: het meten, verzamelen, analyseren en rapporteren van data van studenten en hun omgeving met als doel het leren en de leeromgeving te begrijpen en te optimaliseren. En met dat optimaliseren gaat het om die interventies. Je verzamelt niet zomaar data, je verzamelt en analyseert het met een bedoeling.
Interventies, door docenten genomen, op bijvoorbeeld het inrichten van de leeromgeving (bijv. faciliteert de door mij ingerichte Moodle/Canvas-omgeving het leren van de student). Of interventies door studenten genomen (bijv. welke vragen maak ik niet goed en moet die leerstof beter doornemen). Uit de masterclass kwam wel naar voren dat als er interventies worden gedaan via learning analytics dit meer nog door docenten wordt gedaan dan studenten.

Tijdens de masterclass kwamen wat voorbeelden voorbij maar toch kon je vaststellen dat learning analytics nog niet een breed opgepakt onderwerp is. Toepassingen zie je bijvoorbeeld bij het:

  • monitoren van (student) voortgang: de data in het LMS en cijfer systeem benutten om de voortgang van een student inzichtelijk te maken; deze informatie delen met begeleiders zodat zij het gesprek over de voortgang kunnen voeren met extra informatie;
  • monitoren deelname groepswerk: wie doet actief mee;
  • monitoren studiegedrag via bijv. dashboards: een veel gebruikte manier om de informatie te laten zien aan docenten/begeleiders bijv over gevolgde leerpaden, gedane leeractiviteiten; tijdsbesteding bekijken leermaterialen;
  • voorspellen van resultaten: aan de hand van bijvoorbeeld patronen o.b.v. gegenereerde data;
  • [voorspellen van uitval: deze laatste werd meteen ook doorgestreept omdat je hier heel snel in een selffulfilling prophecy situatie beland; studenten die te horen krijgen dat ze waarschijnlijk het jaar niet gaan halen gaan zich er dan ook naar gedragen.]

    Na de masterclass schoot me opeens een voorbeeld bij Inholland, van collega Eduard Reus, te binnen (heb je altijd). Hij zet FeedbackFruits in bij zijn lessen. Een voorbeeld van monitoren van studiegedrag (deelname aan leeractiviteiten.

In het gesprek tijdens  de masterclass kwam ook naar voren dat studenten nog veel meer meegenomen moeten worden in de toepassing van learning analytics. En dat is ook mijn ervaring (tot nu toe). Studenten zijn zich soms niet bewust van wat met hun data gebeurt (ze vertrouwen de organisatie wel dat er goed met hun gegevens wordt omgegaan) of de studenten zijn kritisch (big brother is watching you: ik word in een hokje geplaatst). Wel interessant omdat ik in een Educause artikel over learning analytics (febr, 2022) las dat studenten (en docenten!) de mogelijkheden zien maar zich ook zorgen maakten.

‘The results of our interview analyses suggest that although students and faculty are open to the collection of data at higher education institutions, they are concerned about how certain types of data (i.e., demographic data and student performance data) might be misused’

Naast ‘misuse’ wordt in het EDUCAUSE artikel nog een paar zorgen benoemd waaronder: de  beschikbaarheid van bruikbare data, data-geletterdheid, gebrek aan regie en strategie, scepticisme ten op zichtte van de data.

Learning analytics is nog een soort ‘ver van m’n bedshow’. Het gaat niet alleen over data, het gaat over de inrichting van de leeromgeving, het gaat over hoe we onderwijs ontwikkelen of nog sterker: de waarden die we in onderwijs uitdragen (zie bijv waardenwijzer). De inrichting van systemen, applicaties bepalen namelijk ook welke datasporen we achterlaten, die weer de basis vormen voor informatie en dus voor beslissingen die we mogelijk kunnen nemen over bijvoorbeeld studiegedrag. Zie

Onbekend is onbemind: laten we het onbekende bekender maken. En niet, wat vaak het geval is, dit soort ontwikkelingen bij IT-afdelingen of de leveranciers houden. Wij moeten zelf ‘aan de bak’: een stukje data-wijzer worden of stukje meer data-geletterd. In ieder geval starten we, het is een begin, met gesprekken bij Inholland ((lees de interviews met drie Inholland lectoren) over learning analytics. Wat uit deze gesprekken aan beelden naar voren komt, volgt vast.

Extra info
(*) SURF-publicatie: Aan de slag met het ‘Referentiekader privacy en ethiek voor studiedata’
(*) Website van de zone over studiedata (Versnellingsplan): Doe meer met studiedata.
(*) Nog een Educause artikel: show students their data, using dashboards (juli 2021)

Geplaatst in data&informatie, learning analytics | Tags: , | Een reactie plaatsen

Naar een nationaal aanpak ‘Regie op Leermaterialen’ (de Verklaring)

ravi-pinisetti-1zikZJVXSfA-unsplash

Toegang tot alle kennis in de wereld, is één van de ambities in de transitieagenda ‘Leren Digitaliseren’ (blz 23). Een, toch wel grote, stap daartoe is de ondertekening De Verklaring: Regie op Leermaterialen. Een stap prachtig getimed in deze Open Education Week.
De Nederlandse hoger onderwijsinstellingen spreken, in deze Verklaring, af dat zij gezamenlijk gaan optrekken en werken aan het maken, delen, hergebruiken en inkopen van leermaterialen. Coördinatie en samenwerking op Open (delen leermateriaal, infrastructuur, inkopen) zijn de uitgangspunten. Het Koersteam van het Versnellingsplan heeft het afgelopen jaar volop naar dit resultaat toegewerkt.

Robert Schuwer, lector op Open Educational Resources; Fontys Hogeschool, gaat samenvattend in zijn blog in op de Verklaring. Lees de achtergrondinformatie bij de Verklaring en de betekenis ervan voor open leermaterialen. Voor Robert is ‘open leermaterialen’ een breed begrip namelijk dat open leermaterialen een: minimaal digitale toegang zonder financiële drempels waarborgen voor een zo groot mogelijke doelgroep’. De Verklaring neigt naar deze brede opvatting.

Het stimuleren van het delen en hergebruiken van leermaterialen kun je plaatsen in de context van de bredere digitalisering van hoger onderwijs, of beter: de digitale transitie in het hoger onderwijs. In een eerdere blog beschrijf ik drie kijkperspectieven in het onderwijs. Een perspectief naar meer persoonlijker (op maat) leren, meer genetwerkt (inter-actief) leren, en naar meer duurzame kennisontwikkeling (bijdragen aan en voortbouwen op kennis). De Verklaring, in de transitieagenda een doorbraakproject genoemd, past in het laatste perspectief.

De Verklaring benoemd diverse doelen en kansen (blz 15). Hier wil ik extra benadruk dat het stimuleren van delen en hergebruiken van digitale (open) leermaterialen ten dienste staat van het leren van studenten c.q. lerenden. Niet alleen docenten hebben meer materialen twee beschikking om een rijke leeromgeving in te richten (grotere database, uitwisselen, efficiënter ontwikkelproces). Het werken vanuit de ‘Open’ gedachte sluit aan en stimuleert de beweging naar studentparticipatie en -betrokkenheid in het onderwijs. Bijvoorbeeld door te werken vanuit de gedachte: de student als mede-vormgever (makers) van onderwijs. We noemden dat in een trendrapport de student als ‘prosumer’ (Lees Themauitgave blz 19/20/Trendrapport 2012, blz 6). We benadrukten dit ook in een blog: Open Pedagogy als doorbraakmiddel. En recent, vrijdag 11 maart jl, hoorden we in een webinar over Open Pedagogy,  een prachtig voorbeeld vanuit de TUD (Martine Rutten en Vanessa Schaller)(verslag volgt). Naast het doel toegang tot (alle) kennis te realiseren is de gedachte daarachter: actief bijdragen aan duurzame kenniscreatie en -ontwikkeling door diverse stakeholders. En dit is nodig voor versterken van innovatie en het gezamenlijk oplossen van (complexe) vraagstukken.

Op naar de volgende stap. Waarbij wij allen, als hoger instellingen, aan zet zijn in de initiatiefase. Oftewel: ‘Integreer de doelen en afspraken van de verklaring nationale aanpak digitale en open leermaterialen in de strategie van de instelling’(blz 51).

Meer lezen
Persbericht SURF: Hoger onderwijs gaat intensief samenwerken aan open en digitale leermaterialen
Persbericht Versnellingsplan: het hoger onderwijs zet ik op open en digitale leermaterialen
Interview: Huib de Jong en Theo Bastiaens
Rapport: Digitale leermaterialen in het Hoger Onderwijs

Geplaatst in digitale transformatie, Open Course Ware, Open Pedagogy, Rapporten | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Drie kijkperspectieven nav Leren Digitaliseren

Foto unsplash Christopher Burns

‘Leren Digitaliseren’ de transitieagenda al niet toe kan leiden. Deze agenda deed me denken aan een ooit geschreven (met collega’s) position paper over trends in Onderwijs&Onderzoek (2019).


Drie kijkperspectieven die ook, volgens mij als hoofdlijn, terug komen in deze transitieagenda. Waar komt steeds meer het accent op te liggen? Welke bewegingen worden sterker worden door allerlei ontwikkelingen. Zo zie ik ze en heb ze nader uitgedacht en uitgewerkt (2022):

1. De persoonlijke ontwikkelvraag van de student: regie op het eigen leerproces voor het aansluiten op de eigen leervraag.
De wereld om ons heen, inclusief de arbeidsmarkt, is voortdurend in beweging: ontwikkelingen zijn continue en deels onvoorspelbaar. Iedere student is uniek en verschilt qua leerwens: door de eigen opgedane kennis en ervaring, de eigen drijfveren, ambitie en (loopbaan)doelen. Dit vraagt een rijke gevarieerde leeromgeving (van materialen tot contexten) waarin de student keuzeruimte heeft.
Het accent komt steeds meer te liggen op het leren te leren, formatief handelen, waarderen van voortgang in ontwikkeling, erkennen van (reeds)verworven competenties, keuzeruimte in vak of curriculum, werken vanuit leeruitkomsten. De student leert verantwoordelijkheid te nemen voor zijn/haar leren en keuzes te maken ten behoeve van de persoonlijk ontwikkeling.
Oftewel: het versterken van leren start bij de eigen leervraag. Het doet een appél op interesse, autonomie, interactie, vertrouwen in eigen kunnen.

Door bijvoorbeeld:
(*) Vanuit transitieagenda passen de doorbraakprojecten hierbij: pilot microcredentials; experiment leeruitkomsten of versnellingsplan flex
(*) Meer nadruk op het lerend vermogen (zoals zelfregulerende en meta-cognitieve vaardigheden) bijv. door het benutten van data voor monitoren van leren en directe interventies of door meer ondersteunen van feedbackgeletterdheid: reflectie op impact keuzes en leren.

2. De genetwerkte leercontext: leren in verbinding en samenhang voor het oplossen van (complexe) vraagstukken.
We staan voor steeds grotere complexe (maatschappelijke) vraagstukken. De vraagstukken zijn complex omdat de oplossing onvoorspelbaar en onhelder is. Het komen tot nieuwe (en niet bestaande) oplossingen vraagt steeds meer een gezamenlijke aanpak met inbreng vanuit diverse perspectieven en disciplines (zie Leren Digitaliseren; blz 13). Wat meteen ook lastig is: er zijn vele opvattingen.
Het accent komt meer te liggen op inter- en transdisciplinair (kunnen) leren en werken: voor het verbinden van perspectieven en over grenzen heen te leren. Leren vindt plaats daar waar ‘het schuurt’ en tegelijkertijd daar waar betekenisvolle​ ontmoetingen zijn: studenten, docenten, onderzoekers en werkveld. Op die manier is het gemakkelijker om, in samenwerking, met het werkveld, relevante praktijkvragen en actuele vernieuwende vraagstukken in te brengen.  Dit vraagt van alle partijen een professionele, onderzoekende en lerende houding. Iedereen is lerende.
Oftewel: het versterken van leren door de leerervaringen (betekenisvol) te verbinden in verschillende (leer)contexten.

Door bijvoorbeeld:
(*) Vanuit transitieagenda passen de doorbraakprojecten hierbij: Comenius Netwerk.
(*) Participatie in communities: voor samen leren, creëren, ontwikkelen en onderzoeken. Studenten denken niet alleen mee maar doen actief mee. Inholland living-labs en Lab of nog andere leeromgevingen op snijvlak onderwijs&werkveld of Community op Open: Verpleegkunde
(*) Versterken van hybride leeromgevingen: daar waar vermenging plaatsvindt van werken-opleiden; experimenteerplekken; ruimtes voor uitproberen. Zoals het organiseren van en leren in (living) labs maar ook het leren en werken (docent, student, onderzoeker) met het werkveld als samenwerkingspartner of verbinding in de organisatie van staf en onderwijs en onderzoek. Houd lectorale rede van Nynke Bos in de gaten (6 april 2022)!!

3. De duurzame kennisontwikkeling: leren door bijdragen aan het versterken en vernieuwen van de leeromgeving en de praktijk
Leren is innoveren. Daarvoor is vrije toegang tot kennis(producten) essentieel: publicaties (open access), leermaterialen (Leren digitaliseren; blz 23) Delen van en voortbouwen op reeds bestaande kennis: voor vrije en veilige uitwisseling van ideeën (Coalitieakkoord; blz 22) Binnen de onderwijs instellingen wordt veel kennis geproduceerd, gedeeld, ge(her)bruikt, getoetst via de interactie in diverse groepen. Enerzijds ten behoeve van het verder ontwikkelen van de leeromgeving zoals meer: adaptief, flexibel, persoonsgericht, gedifferentieerd, interactief of levensecht (zoals VR/AR).
Anderzijds ook ten behoeve van het versterken en vernieuwen van de (wetenschappelijke & beroeps)praktijk door het delen van vakkennis en delen van nieuwe kennis om bij te dragen aan het vernieuwen van een beroep. Waarde toevoegen door continue (duurzame) kennisontwikkeling. Dit betekent dat we kennis als inclusief beschouwen (te delen en duurzaam) in plaats van exclusief (houden en tijdelijk). Leren is een continue proces.
Oftewel: het versterken van leren door bij te dragen aan kennisontwikkeling en voort te bouwen op (bestaande) kennisproducten.

Door bijvoorbeeld:
(*) Vanuit transitieagenda passen de doorbraakprojecten hierbij: Leermaterialen open stellen: de Verklaring (bestuurlijk stimulans voor Regie op Leermaterialen)
(*) Kennis(producten) duurzaam toegankelijk maken: open science, open access, open education. Stimuleren van kenniscirculatie via o.a. een gekoppelde infrastructuur en via een cultuur van delen.
(*) Het stimuleren van open innovatie in de driehoek onderzoek-onderwijs-werkveld (‘regionale verankering 3.0’) (open wordt uitgangspunt); (Lees: open innovatie)

Deze drie bewegingen gaan samen op, versterken elkaar, zijn wederkerig. Uiteindelijk gaat het bij alle drie ontwikkelingen om van ruimte te scheppen voor betekenisvol leren: voor je eigen ontwikkeling, in verbondenheid met anderen in verschillende leercontexten en om bij te dragen aan kennisontwikkeling. Om daarmee bij te dragen aan de wereld waarin we samen-leven.

Meer lezen
(*) Futurelearn: self-education online learning the future of education.  
(*) SURF-Magazine: hoe doen ze het in de VS.
(*) Promotieonderzoek Erica Bouw naar leeromgeving op de grens van school en beroepspraktijk.
(*) Scienceguide: HO-instellingen zijn juist niet gericht op innoveren.
(*) Top 10 it issues 2022 HE.  
(*) Scienceguide: Leven Lang Ontwikkelen als kompas voor HO (Radboud Dam en Lucie te Lintelo)
(*) Redecker, C. et al. (2011) The Future of Learning: Preparing for Change Seville Spain: Institute for Prospective Technological Studies, JRC, European Commission
(*) De terugkeer van het lesgeven en wereldgericht onderwijs (Biesta)

Geplaatst in digitale transformatie, flexibilisering, onderwijsinnovatie, Trends | Tags: , , | 1 reactie

Rathenau rapport over ‘Naar hoogwaardig digitaal onderwijs’

Afgelopen week heb ik in ons beleidsteam de transitieagenda ‘Leren Digitaliseren’ besproken. Zie presentatie. Dat was een goed en inspirerend gesprek, en nog niet afgerond. We zaten nog midden in de discussie over onder andere de vraag of we een visie nodig hebben op digitaliseren. Als ik het net uitgekomen rapport Rathenau Instituut; Naar hoogwaardig digitaal onderwijs. Advies: JA.

Als kernboodschap wil het Rathenau, met het rapport, meegeven : ‘dat doordachte digitalisering, met het streven naar een zo hoogwaardig mogelijk onderwijs, een zeer complexe opgave is’ (blz 118). Het gaat niet alleen over vernieuwend denken over onderwijs en de uitwerking op onderwijsontwerp en de kwaliteit. Het rapport laat ook zien dat digitalisering in het onderwijs kansengelijkheid, gezondheid, keuzevrijheid, samenwerken en burgerschap raakt. En dan gaat het over de waarden.  Deze waarden kunnen soms conflicteren tijdens het afwegen tussen (soms schijnbare) tegengestelde effecten. Bijvoorbeeld de privacy van studenten vs benutten van data.
Via het rapport wil het Rathenau Instituut het onderwijs helpen met de digitale transitie. De auteurs geven aan dat een goed overzicht van de effecten van digitalisering ontbreekt en verschillende partners in het onderwijsveld zich ‘handelingsverlegen’ voelen op dit terrein. Het Rathenau beveelt aan dat het belangrijk is om visie te ontwikkelen, eisen te stellen, ondersteuning te bieden en onderzoek te stimuleren. Het rapport biedt veel informatie, ook 4 uitgebreide beschreven praktijken op thema (adaptief onderwijs, studiedata&onderwijs, blended learning, open science).
Lees hier: de samenvatting en aanbevelingen.

Om een eerste indruk te geven, hier heel kort de 4 actielijnen op een rijtje.

Actielijn 1. Visie ontwikkeling
Er is een toekomstgerichte digitaliseringsstrategie nodig (zowel nationaal-regionaal-lokaal). Neem mee o.a. het doordenken van de integrale invloed van digitalisering op het onderwijs maar ook aan welke voorwaarden je wilt voldoen om volwaardig te werken met digitale middelen. En niet voor de korte maar voor de langere termijn.

Actielijn 2. Eisen stellen aan digitale infrastructuur en datagebruik
Hierbij gaat het om korte termijn landelijke afspraken (en eisen) te formuleren, ten aanzien van bijvoorbeeld: de digitale infrastructuur (modulariteit, interoperabiliteit), bepaalde vormen van datagebruik ( profilering), en waarden (tegenwicht geven aan de Big Tech).

Actielijn 3. Ondersteuning bieden
Wat is nodig om lokaal goed te kunnen opereren? Niet alleen beschikking hebben over goed hardware en software maar ook digitaal bekwame docenten en het doorvoeren van aanpassingen aan het onderwijsmodel zoals het invoeren van nieuwe vormen van onderwijs en toetsen. Met daarbij de aanbeveling: ‘Koppel digitale leermiddelen en gepersonaliseerde leerpaden aan referentie- en streefniveaus’.

Actiepijn 4: Aanbevelingen bij onderzoek naar leeropbrengsten
Deze actiepijn gaat in op het stimuleren van (wetenschappelijk) onderzoek, bijvoorbeeld naar de leeropbrengst van digitale leermiddelen (adaptieve software). Of het werken met teams van experts maar ook dat de inspectie scherp is op de kwaliteit van onderwijs met ICT-middelen.

Een rapport met veel informatie en veel haakjes om te bediscussiëren. Zoals de gedachte, die ik had na het lezen van het rapport, of het doordenken van een toekomstige digitaliseringsvisie onlosmakelijk samengaat met een visie op onderwijs en leren. Dat mocht wat mij betreft nog wel sterker naar voren komen. Het doordenken van de invloed digitalisering op onderwijs is tenslotte het bevragen van onze overtuigingen over onderwijs en leren. Maar ook de digitalisering zelf: waarderend of het ‘overkomst ons’. Of zoals de transitieagenda beschrijft: wat is ons ‘dominante’ denken.
Niet alleen een goede doordachte (en met waarden voorziene) infrastructuur maar ook goed heroverwogen onderwijscultuur en leeromgeving. Maar wellicht gaat dit samen op. Oftewel de gestelde vraag (blz 120 van het rapport): wat voor onderwijs willen we hebben? Of nog liever: hoe willen we leren? Wat is nog een leeromgeving? Daarover in gesprek!

Dus: in het vervolggesprek over de transitieagenda ‘leren Digitaliseren’ neem ik het rapport van Rathenau mee voor extra denkperspectieven.

Lees ook
(*) Persbericht
(*) Blog Wilfred Rubens: https://www.te-learning.nl/blog/digitalisering-en-onderwijs-kansen-en-zorgen/

Rathenau Instituut (2022). Naar hoogwaardig digitaal onderwijs. Den Haag (auteurs: Karstens, B. en L. Kool, m.m.v. A. Lemmens, S. Doesborgh en R. Montanus)

Geplaatst in digitale transformatie, learning analytics, onderwijsinnovatie, Rapporten, Trends | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Transitieagenda leren digitaliseren: Open Pedagogy als potentieel doorbraakmiddel

Begin november 2021 is vanuit het versnellingsplan de “Transitieagenda Leren Digitaliseren” uitgekomen. Daarin is een heldere analyse gemaakt van de bottlenecks in het huidige HO, wordt er geschetst hoe de gewenste transitie in het hoger onderwijs eruitziet met toekomstbeelden en worden daarnaast stappen beschreven die gezet kunnen worden om de gewenste doelen in gang te zetten. Een belangrijk onderdeel van de transitieagenda is de beschrijving van een aantal doorbraakprojecten, waaronder “het openstellen van leermaterialen”.

De SIG Open Education mist in dit project aandacht voor de belevingswereld van de docent en de student. Open Pedagogy zou een rol kunnen spelen bij het vullen van deze gap. In deze blog beschrijven we waarom de SIG denkt dat Open Pedagogy een belangrijk vliegwiel kan zijn in het adopteren van open leermaterialen, de genoemde toekomstbeelden vanuit de transitieagenda en daarmee uiteindelijk de doelen van het Hoger Onderwijs.

Als SIG hebben we daarover een blog geschreven, waarin Marijn Post (kernteamlid) de initiatiefnemer is. We schrijven er over op de community-site. Zowel vanuit deze blog als vanuit de community-site link ik graag door naar ‘ICT in onderwijs en onderzoek’ blog van de HAN:

Transitieagenda leren digitaliseren: Open Pedagogy als potentieel doorbraakmiddel

Meer lezen
(*) Themauitgave: Er is meer Open pedagogy dan je denkt
(*) Model Open Pedagogy en Studentbetrokkenheid


Geplaatst in Open Pedagogy, Trends | Tags: , | Een reactie plaatsen

Hoe leren studenten in het hoger onderwijs? Een canon van de Hogeschool Leiden

In december 2021 kwam een interessant publicatie uit: de Leidse canon: Hoe leren studenten in het hoger beroepsonderwijs? Voor een deel nieuwe kennis maar ook veel bekende kennis. Goed om weer actief op te halen en op te frissen in mijn geheugen. Maar ook om weer eens scherp op het netvlies te hebben dat het leren van studenten centraal staat, en niet zozeer het organiseren ervan. In de canon gaan de auteurs in op wat we weten over de grote drie thema’s van het hoger onderwijs:

  • Kennis: hoe studenten kennis verwerven?
  • Houding: hoe een professionele beroepshouding ontwikkelen?
  • Vaardigheden: hoe studenten zich vaardigheden toe-eigenen?

Er is nog een hoofdstuk 25 waarin wordt ingegaan op hoe we diversiteit en inclusie in het onderwijs waarborgen. Elk hoofdstuk bestaat uit een theoretische onderbouwing, adviezen en voorbeelden. Verder zijn er kennisclips over de onderwijsmythes gemaakt: het hebben van kennis is overbodig als je toch alles kan opzoeken; de leerpiramide van Bales; ondersteuningsnetwerken van studenten; je moet in je onderwijs aansluiten bij verschillende leerstijlen. Op scienceguide staat een interview met de auteurs over het proces van het schrijven van deze canon. Hier een paar hoofdlijnen rondom het leren.

Kennis: effectief leren
Werkgeheugen heeft beperkte capaciteit. Een goed werkend werkgeheugen is nodig om nieuwe kennis te verwerven of complexe cognitieve vaardigheden te leren. Zodoende doceren is doseren van informatie (less is more). Dit als uitgangspunt nemende zijn concrete adviezen:

  • structureren van informatie: bij het leren van nieuwe dingen zoeken we steeds naar ordening, structuur of samenhang; omgaan met ongestructureerde gegevens vindt ons brein lastig.
  • verspreid het leren in de tijd: nodig omdat je leert als je rust: organiseer pauzes, tussentijd (spaced practice) en/of wat ook effectief is, is het afwisselen van het leren van verschillende vakken naast elkaar (interleaving):
  • herhalen: nodig om kennis in het lange termijngeheugen te verankeren; herhaal, oefen, koppel nieuwe informatie of ervaringen aan datgene wat je al weet en geef het zo betekenis.
  • verbinden onbekend met bekende kennis: ontwikkelen van begrip voor de leerstof door het geleerde te verbinden met wat al bekend is, patronen te herkennen en betekenis geven (elaboreren); maar ook het werken met advanced organizers.
  • variëren voor verankeren: van leermateriaal of het combineren van verbale met visuele informatie (dual coding).
  • toepassen in context: koppel concrete voorbeelden aan abstracte concepten (transfer).

Kennis: het belang van leren te leren
Een pleidooi wordt gehouden dat het belangrijk is dat studenten leren te leren. En dan gaat het over zelfregulatie, eigenaarschap en motivatie. Uit onderzoek, stellen de auteurs vast, blijkt dat vaak studenten verkeerde leerstrategieën kiezen. Zelfregulatie vraagt om de ontwikkeling van leerstrategieën:

Bovendien: zorg voor focus op leren (aandacht) en zorg voor zo weinig mogelijk afleiding (inhibitie).

https://www.adesignfor.education/workshops/effectieve-leerstrategieen/

Houding: motivatie en beroepsidentiteit
Door Corona krijgt studentbetrokkenheid en motivatie (terecht) veel aandacht. Motivatie is een belangrijke voorwaarde voor leren, al genoemd bij zelfregulatie.
Naast de motivatie strategieën gaat de auteurs ook in op de beroepsidentiteit: je een goede voorstelling leren maken van deze beroepspraktijk en de rol die je daarin (straks) gaat of wilt vervullen. Beroepsidentiteit volgt uit een proces dat mensen doormaken door zich stapsgewijs te identificeren met het beroep. Lees: whitepaper-professionele-identiteit.pdf (lerenisaltijd.nl)

Steeds meer wordt met authentieke beroepsopdracht gewerkt en eigen praktijkervaring ingebracht. Ook, geven de auteurs aan, kun je het (leren) reflecteren op nieuwe (beroeps)rollen uitproberen, Dat levert een bijdrage aan de ontwikkeling van de persoonlijke en professionele identiteit van studenten.

Vaardigheden: nodig voor het uitoefenen van het beroep
Een vaardigheid wordt gedefinieerd als ‘het vermogen om een handeling bekwaam uit te voeren, waarbij kennis in een specifieke context wordt toegepast’(blz 136). Regelmatig oefenen is hierbij essentieel. Het hoofdstuk gaat in op o.a. vaardigheden in het vak (basis, complex), en ook levensvaardigheden. Maar ook op taal, motorische vaardigheden, zelfregulatie en reflectie. Hier een paar adviezen tav complexe vaardigheden en levensvaardigheden:

Het oplossen van complexe en/of authentieke (praktijk)problemen vraagt veelal om de inzet van complexe vaardigheden. Het gaat dan om ‘het flexibel combineren en coördineren van een aantal vaardigheden, terwijl de situatie waarin de vaardigheid moet worden uitgevoerd telkens anders is’ (blz 138). Om een vaardige beroepsbeoefenaar te worden zijn drie elementen van belang (voor iedere student):

  • Aanleren van sleutelvaardigheden
    De vaardigheden waaruit een complexe vaardigheid is opgebouwd, moet een student met een hoge mate van automatiseren kunnen uitvoeren.
  • Integreren van deze sleutelvaardigheden
    De juiste combinatie van vaardigheden tegelijk inzetten in een bepaalde context.
  • Weten wanneer deze vaardigheden ingezet kunnen worden
    De transfer leren maken van de ene naar de andere situatie.

Een docent heeft een belangrijk rol door in het ontwerp van onderwijs te:

  • Vereenvoudigen bijv. door: het expliciteren van welke sleutelvaardigheden nodig zijn binnen een complexe vaardigheid en/of het opdelen van het vraagstuk;
  • Integreren bijv door: aandacht te besteden aan de conceptuele kennis die nodig is om de complexe vaardigheid uit te kunnen voeren; organiseer toetsvormen waarin de integratie van vaardigheden expliciet aan bod komt.

Levensvaardigheden zijn sociale en emotionele vaardigheden die nodig zijn om met alledaagse eisen en uitdagingen om te gaan: zelfbewustzijn, zelfmanagement, sociaal bewustzijn, verantwoordelijke besluitvorming, relatievaardigheden. Uit onderzoek blijkt dat het aanbieden van levensvaardighedeninterventies een gunstig effect heeft op de sociale en emotionele vaardigheden van studenten maar ook op het studentsucces. De auteurs stellen dat het van belang hier kennis over te hebben (bewustzijn), zich ertoe weten te verhouden (t.a.v. andere mensen, ook in beroep), en vaardiger te worden (oefenen, ervaren).

In de canon staat heel veel informatie. Lang niet alles is benoemd in deze blog. Soms was er wel wat overlap en vroeg ik me wel af waarom bepaalde stukken in bepaalde hoofdstuk stonden. De canon is echter, geven de auteurs aan, een groeidocument: dus nog niet definitief. We kijken uit naar de volgende editie.

Meer bronnen

Geplaatst in leren, Rapporten | Tags: , | Een reactie plaatsen

Van Rups (reparatie) naar Vlinder (transformatie)

Nynke Bos stelde, in het interview op de SURF-OWD, dat Coronatijd een EHBO-periode was: ad hoc maatregelen werden getroffen en opeens moesten niet-ICT-vaardige docenten leertechnologie toepassen. Want ja, het onderwijs moest doorgaan. Door deze urgentie was er weinig aandacht voor een didactische goed doordacht ontwerp. Reparatie in plaats van transformatie

Natuurlijk boden de omstandigheden niet de tijd en ruimte om het onderwijsontwerp goed te doordenken. Toch is de neiging die ruimte ook daarna niet te nemen. Na 1,5 jaar hopen we de kracht van ‘online’ te integreren in het ontwerp in plaats van terug naar wat we kenden. Blijkbaar is het lastig, door allerlei factoren, het anders te doen. Uit het bekende patroon te stappen, uit wat we kennen.

Ik moest denken aan een gesprek, dat ik voerde met een oud-collega, over dat we constant heel hard rennen maar maar niet vooruit komen. We verbeteren wel maar we zetten onszelf niet in beweging. De oud-collega wees me op het boek van ‘Uit het Transformatie Moeras’ van Menno Lantink: een bekend spreker en auteur van managementboeken over technologie, leiderschap en innovatie. Hoewel Lantink veel voorbeelden van digitale transformatie beschrijft uit het bedrijfsleven las ik het met interesse voor het onderwijs. Het geeft inzicht en beeld om de verschuiving waar in we zitten beter te begrijpen, te bespreken en te duiden/bespreken.

Het boek beslaat drie delen: afstand voor overzicht, de faalfactoren en op weg naar een nieuwe realiteit.

Lantink onderscheidt, in het deel afstand voor overzicht, verschillende stadia van digitale transformatie waarin organisaties zich kunnen bevinden: digitale reparatie, digitale optimalisatie, digitale optimalisatie op grote schaal en de digitale transformatie als lerende organisatie.  Deze stadia herkende ik in een artikel van Educause: how higher education can overcome barriers to digitale transformation.

De vijf faalfactoren van Lantink zijn overzichtelijk beschreven in een volgende schema (door Henny Portman) met daarbij het probleem, de oplossing in denk- en doe-wijze en de stadia van digitale transformatie.

Bron: https://hennyportman.files.wordpress.com/2021/06/qrc-digitalisering-faalfactoren.pdf

Lantink geeft in zijn boek aan dat de dat digitale transformatie over het algemeen nergens soepel verloopt.  En dat digitale transformatie is geen lineair proces is waarvoor een allesomvattende aanpak bestaat. Dat is een geruststelling! Wel geeft Lantink aan dat leiderschap nodig is met een visie op digitalisering: vooral als het gaat over de ontwikkelingen en impact rondom AI, nanotechnologie etc (nieuwe realiteit). Voeren we daar het gesprek over: de impact de betekenis. Of laten we dat over aan de IT-afdeling? Voor bedrijven is dat zeker een must, maar dat lijkt me ook voor onderwijs. Wat is de impact, wat is de betekenis? Waarin-waartoe-waarom is digitalisering een breekijzer?

Onderwijs gaat over mensen. Digitaliseren ook. En ook digitale transformatie: het gaat ons allemaal aan (niet alleen de IT-kant). De transformatie is een organisatorische uitdaging, maar ook een morele en fundamentele: waartoe is het onderwijs? Die vraag werd ook gesteld door Loorbach tijdens de SURF-OWD. Op onze weg ‘een vlinder te worden’ kunnen we het schema er nog eens bij halen en onszelf bevragen: zijn er hard aan het rennen maar blijven op dezelfde plek? Voegen we met technologie waarde toe of is het een middel? Laten we 1000 bloemen bloeien maar heeft geen richting? Of ook: zijn we een lerende organisatie en zien we onszelf als een ecosystemen van de toekomst.

Meer bronnen:
De vijf faalfactoren kort uitgelegd in een samenvatting van Pascal Timmermans.

Geplaatst in digitale transformatie | Tags: | Een reactie plaatsen

Nieuwe grenzen zijn nodig met digitaliseren als breekijzer. Transitieagenda voor het hoger onderwijs.

Ze waren even weg maar ze zijn er weer: de file’s. Steeds meer auto’s op de weg. De oplossing tot nu toe is veelal: meer snelwegen. Maar dat lost het probleem op een gegeven moment niet meer op.  Het systeem loopt vast. Er ontstaat kramp. We zijn niet meer in staat antwoorden te bieden op de nieuwe opgave. In dit voorbeeld: mobiliteit. En daar ontstaat een transitie: daar waar een systeem niet verder verbeterd kan worden. Er is fundamentele verandering nodig. Anders kijken. Anders doen. Andere aanpak. Nieuwe grenzen.

Mobiliteit is een maatschappelijke functie. Onderwijs ook. In het HO ontstaat ook langzamerhand een kramp in het systeem. Ook hier lopen we tegen grenzen aan. Hoe opnieuw leren kijken. Hoe grenzen herijken en/of verleggen. Daarover gaat de transitieagenda ‘leren digitaliseren’, geschreven door het transitieteam vanuit het Versnellingsplan.  De schrijvers nemen de brede (verander)dynamiek van het HO als vertrekpunt voor de verandering: de focus ligt op de digitalisering als breekijzer voor de transitie in het hoger onderwijs.

Een transitie is een systeemverandering in een maatschappelijk deelsysteem die zich voltrekt in een aantal decennia en die niet lineair is. Er ontstaat chaos, onzekerheden, weerstand, onrust, ongemak. Maar het gaat ook over macht en belangen. Transitie, geven de schrijvers aan, begint altijd vanuit de reflectie en herbezinning: in welke context opereren we, hoe zijn we hierin terecht gekomen, en welke krachten spelen er die tot transitiedruk leiden?

Als we onderwijs in de historie plaatsen zien we een verschuiving van industriële naar kenniseconomie. In die beweging is nadruk op efficiëntie en doorstroming e.a. ontstaan. Dit heeft ons veel gebracht. Echter we lopen tegen grenzen aan: het ‘moeten’ domineert: prestatiedruk, leren is efficiëntie proces geworden. Oftewel: optimalisatie.

Optimalisatie werkt niet voor langere termijn voor deze persistente problemen. Wel het verzamelen van ideeën en beelden die werken als een kompas voor de gewenste transitie. De schrijvers noemen een paar beelden zoals:

  • Variatie: leeftijd van lerenden, keuzemogelijkheden, samenwerkingen (in en tussen instellingen, in en tussen teams). Daarmee ook: lerende geven eigen leerpad vorm.
  • Plezier en nieuwsgierigheid
  • Leren is toegankelijk: o.a. gemeenschappelijke fundering obv Open Education
  • Docent mag en kan zich op vele manieren ontwikkelen
  • HO’s bundelen krachten zodat zij – met EdTech – bepalen hoe we digitaliseren
  • De fysieke campus is ondanks of dankzij digitalisering een thuisbasis

Er zijn al (voor)beelden (doorbraken, transitiepaden): zie de pilot microcredentialing of leermaterialen open stellen. Ook al zijn ze gefragmenteerd, deze initiatieven hebben de ruimte gekregen om stappen te zetten naar de gewenste transitie.

Een nieuwe balans is nodig. En die vraagt nieuwe grenzen c.q. nieuwe kaders of verleggen van grenzen. Bijvoorbeeld over privacy, zeggenschap, eigenaarschap. De schrijvers geven aan dat het vormgeven van die nieuwe grenzen de kern is van de transities en een zoektocht die me met z’n allen aangaan voor de komende jaren.

De schrijvers doen een oproep aan studenten, docenten, medewerkers, ministerie, bestuurders. Belangrijkste is: ga in gesprek (nav de transitieagenda), schep ruimte, verbind de beweging.
En wat ik ook meeneem (vanuit het boekje en de SURF OWD): doe dit met plezier en nieuwsgierigheid.

Meer lezen:
(*) Scienceguide: hoger onderwijsintellingen zijn juist niet gericht op innoveren.
(*) Interview Derk Loorbach over de transitieagenda.

Geplaatst in digitale transformatie, flexibilisering, gepersonaliseerd-onderwijs | Tags: , , | Een reactie plaatsen