Nodig voor toekomstgericht functioneren

toekomstig functionerenDe steeds verdergaande technologische ontwikkelingen en de onzekerheden die dat met zich meebrengt roept discussie, verbeelding en vele rapporten op. Er is een gevoel van urgentie. Ik had in mijn vorige blog het rapport ‘Maak Waar’ aangehaald waarin een oproep wordt gedaan aan overheid hun dienstverlening toekomstgericht in te richten. De Onderwijsraad doet een appèl op nadenken over toekomstgericht onderwijs in hun rapprt ‘Doordacht digitaal’. Vorige week kreeg ik een whitepaper ‘Met de juiste vaardigheden de arbeidsmarkt op’ van Juliette Walma van der Molen en Paul Kirschner en onder ogen. Zij schrijven welke met kennis, vaardigheden, houding, zelfbeeld en motivatie nodig zijn die het leren en ontwikkelen van leerlingen ondersteunen. Wat hebben jongeren nodig om een plaats in te nemen in een steeds complexere en technologisch snel ontwikkelende samenleving.

In de toekomstige arbeidsmarkt zullen routinematige en administratieve banen verdwijnen (Kirscher&vdMolen halen een onderzoek van Frey&Osborn, 2013;2017 aan). Computers en robots (combinatie Big data en  machine learning) zijn in staat dergelijke taken over te nemen en zelfs beter te doen.

Gezien de snelle ontwikkelingen zijn (samengevat) belangrijke aspecten voor het toekomstig functioneren, volgens Kirscher &vd Molen , de volgende (blz 17, whitepaper):

  1. een gedegen basiskennis waarmee de wereld te begrijpen is,
  2. voldoende kennis over maatschappelijk-technologische ontwikkelingen,
  3. voldoende kennis over ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en het maken van keuzes die daarbij aansluiten,
  4. vaardigheden om goed met die kennis om te gaan: creativiteit, eigen analyse, kritische informatieverwerking,
  5. een positieve wil en houding om onderzoekende en kritische vragen te stellen, te blijven leren en samen te werken,
  6. vertrouwen in je eigen ontwikkelmogelijkheden,
  7. de motivatie om te blijven leren en je flexibel aan te passen.

Op basis van een eigen onderzoek naar de effectief en efficient gebruik van informatievaardigeheden komen Kirschner&vdMolen tot drietraps-advies voor onderwijsbeleid (blz 39, whitepaper) waarbij trap 1 en 2 de basis legt voor trap 3.

  1. ‘’De eerste trap betreft het leggen van een kennisfundament waar leerlingen op voort kunnen bouwen om goed te functioneren in vervolgonderwijs en in de toekomstige loopbaan. Dat houdt in dat kennis niet beperkt blijft tot de monodisciplines, maar ook discipline-overschrijdend
  2. De tweede trap moet ervoor zorgen dat leerlingen het gevoel krijgen dat zij ook echt iets kunnen met wat zij hebben geleerd (efficacy building). Om dat mogelijk te maken zullen zij moeten beschikken over de nodige kwaliteiten (zowel kennis, vaardigheden, attitudes, als een positief zelfbeeld en motivatie) om hun opgedane kennis in uiteenlopende situaties toe te passen, problemen op te lossen, zichzelf blijvend te ontwikkelen en te kunnen samenwerken.
  3. De derde trap betreft het zorgen dat leerlingen hogere denkvaardigheden ontwikkelen zoals metacognitie en reflectie, vaardigheden die aan de basis liggen van een leven lang leren en kritisch kunnen denken.’’

Succesvolle trajecten die al stapen zetten richting het inrichten van onderwijs dat zich richt op het toekomstig functioneren. Een kenmerk is inspirerend leiderschap en dat innovatie natuurlijk aansluit op en integreert in het reeds ontwikkelde onderwijsprogramma (geen added-on). En dat het docententeam een andere houding (door nascholing e.a.) heeft ten aanzien van onderzoekend en vakoverschrijdend onderwijs.
(zie verder de website van het nsvp waar de whitepaper te downloaden is: innovatiefinwerk)

Toekomstgericht functioneren
Het WEF stelt dat wat het allerbelangrijkste wat de wereld nodig heeft in 2020: complex probleemoplossend vermogen. Vraagstukken die ‘complex’ zijn kenmerken zich door o.a.: chaotisch, voortdurend in ontwikkeling, waarschijnlijk onoplosbaar. En bij het oplossen van die complexe vraagstukken zit altijd ‘onzekerheden’. Bijv. hoe anticipeer je als transportbedrijf op zelfrijdende auto’s hebt;  hoe anticiperen we in het onderwijs op de mogelijkheden en risico’s van big data? Dit soort vraagstukken heb je dus niet 1-2-3 opgelost. En ook, er is waarschijnlijk ook niet één oplossing.
Om dit soort vraagstukken aan te kunnen pakken zijn de beschreven aspecten voor toekomstig functioneren in de whitepaper van Kirscher&vdMolen de basis. Wel zou ik er voor willen waken dat we niet in de valkuil stappen van oude discussies over ‘kennis&vaardigheden’. We moeten goed kijken naar welke kennis en vaardigheden. Niet voor niets hebben Kirschner&vdMolen het over ‘basiskennis om de wereld te begrijpen’ en kennis om keuzes te maken.
Kennis en informatie is in onze informatiesamenleving fluïde. En ook hier neemt de computer en de robot taken van ons over.

Wat mij betreft is de kern bij toekomstgericht functioneren dat het gaat om jezelf blijvend te ontwikkelen: leren en innoveren. Beseffen dat je nooit klaar bent, dat je telkens weer nieuwe ideeën moet verzinnen, deze testen en aanpassen. En ervaringen en wat je ervan leert (welke kennis je opdoet) vastleggen en (open) delen als basis voor de volgende stap. Dit vraagt kritisch denken, creativiteit, open staan, aanpassingsvermogen en vertrouwen (in jezelf en anderen).

Voor de komende tijd gaat mijn interesse dan uit naar: welke nieuwe (onderwijs-, leer)omgeving past bij de voorbereiding op dat toekomstig functioneren? En hoe creëren we die? Gaat deze verder dan de ideeën en ontwerpen (en functionele eisen) die we hebben ten aanzien van de digitale leeromgeving? Is dit niet veel meer een (virtuele) ruimte waar fysiek en digitaal samenvloeien. Een slimme leeromgeving…….

Andere inspiratiebronnen
* Talent voeden (Juliette Walma van der Molen)
* Erik Veldhoen: Het nieuwe werken ( Autonomie, vakmanschap, netwerk en ‘activity based working’)
* Column Ben Tiggelaar dd 28 juli 2017: Zo ben je klaar voor de technologische revolutie.
* Deloitte Review: Navigating the future of work (issue 21; July 2017)

ccbysa

Geplaatst in Levenlang Leren, Rapporten, Trends, Uncategorized | Tags: , | Een reactie plaatsen

Digitaal een tandje harder

maak waarInmiddels zijn we als burgers gewend dat ‘alles’ online kan zoals film kijken, eigen sieraden ontwerpen en online 3D uit laten printen of online bestellingen plaatsen. Het personaliseren van de dienstverlening is steeds meer een normale zaak. We zijn er inmiddels aan gewend geraakt en willen ook steeds meer gepersonaliseerde producten en diensten. Dit is o.a. mogelijk door o.a. ‘the internet of things’: slimme verbonden digitale technologie objecten met continue gegevens uitwisseling. We leven niet meer in een tijdperk dat digitalisering processen automatiseert: we zijn er integraal onderdeel van geworden. Dienstverlening wordt en is gepersonaliseerd.

Als we dit gegeven weten dan moeten we als overheid ‘een tandje harder’ inzetten van de digitale technologie in de diensteverlening van de overheid. Het rapport van de studiegroep Informatiesamenleving en Overheid ‘Maak Waar’ stelt: ‘’digitalisering hoort in de categorie belangrijk én urgent’’.

Misvattingen digitalisering
De grote maatschappelijke impact van digitalisering staat nog onvoldoende op ons netvlies, stelt de studiegroep. Enkele misvattingen die zij aanstippen (blz 11):

  1. De opvatting dat digitalisering louter een middel is om beheersefficiency van bedrijfsvoering te vergroten, gericht op kosten reductie;
  2. Digitale technologie slechts een middel is dat niet of nauwelijks invloed heeft op de beleidseffectiviteit; mogelijkheden blijven onbenut;
  3. De angst voor uit de hand lopende projecten die de noodzaak tot innoveren verlammen

Bovendien wordt beschreven dat digitalisering nog vaak een kwestie is van afzonderlijke organisaties en afdelingen. Oplossingen (met daarbij behorende app/softeware) worden apart ontwikkeld en beheerd). Voor de gebruiker ontstaat een een doolhof van websites, portals.

Ontwikkelingen door digitalisering
Waarom ‘een tandje harder’? De studiegroep beschrijft enkele ontwikkelingen:

  1. Dataficatie: de explosieve groei van hoeveelheid data: voor profielen, continue feedbackloops;
  2. Kunstmatige intelligentie en Machine learning: o.b.v. data algoritmes opstellen voor het nemen van beslissingen ergens over;
  3. Platformen: deze maken verbindingen tussen gebruikers en aanbieders maar stellen andere partijen ook in staat nieuwe producten te ontwikkelen (Youtube); zo ontstaat innovatieve dynamiek (eco-systemen);
  4. Customization: producten en diensten worden op maat van de gebruiker gemaakt en geleverd; verwachtingen worden tegelijkertijd geïnventariseerd;
  5. Commoditisering: digitalisering is plug-and-play; slim en snel nieuwe diensten en producten een brede toepassingsbereik geven.

Pleidooi
De studiegroep beveelt aan dat de overheid digitale technologie als integraal onderdeel van de strategiën moet inzetten: daarvoor is nodig een langetermijnvisie. Maar ook een andere (radicalere) houding ten aanzien van digitale techonologie.
Wat mij triggerde is het pleidooi dat een andere houding vereist is ten opzichte van digitale technologie (blz 54 rapport maak waar). Technologie niet langer zien als ‘hulpmiddel’  maar als vertrekpunt van denken, organiseren en werken van de overheid (digital by design).
Dit vraagt het in huis hebben van kennis (bij iedere medewerker) op het gebied van digitale technologie, multidisciplinair samenwerken: de vraagstukken rondom digitale technologie kent vele perspectieven; agile werken; participeren in brede digitale ecosystemen: investeren in relaties met marktpartijen en onderwijs- en kennisinstellingen. En beseffen dat digitalisering ’nooit af’ ‘permanent bèta). Het vraagt ook het stimuleren (door de overheid) van meer weten van digitalisering bij de burger: het leren vinden en kritisch beoordelen van online-informatie, nieuwsgierigheid, samenwerken en programmeren.

Relatie Onderwijs
En ligt bij dit laatste ook niet een schone taak voor het onderwijs: de bewustwording van vraagstukken rondom digitale technologie. Zoals vakinhoudelijke bewustwording maar ook het omgaan met informatie (informatiegeletterdheid).
Verder is gepersonaliseerd onderwijs is ook een bekende discussie in de onderwijssector. Die discussie focussed zich erg op het onderwijsprogramma en de logistiek. Zouden we de discussie van de digitale technologie ook hierin niet veel meer moeten betrekken. Tenslotte verlenen we ook een dienst aan studenten: het creëren van een leeromgeving. En met het oog op de toekomst: die leeromgeving wordt virtueel. We zijn nu te veel bezig met het digitaal maken van onderwijs (en de leeromgeving). In die virtuele ruimte gaan we werken, elkaar ontmoeten, dingen met elkaar delen, met elkaar samen zijn, net als wij dat nu in de fysieke ruimte zijn. Dat is (radicaal) anders.
En die leeromgeving wordt slim: een platform die gebruikers van onderwijs en experts op vakgebieden verbindt en waar nieuwe vormen van onderwijs ontstaan.
Het onderscheid tussen de digitale en fysieke leeromgeving zal vervagen en een nieuwe onderwijs- en leeromgeving(en) ontstaat(n). En dan is technologie geen ‘(hulp)middel meer maar een vertrekpunt.

‘Maar Waar’ is dus een lezenswaardig rapport. Geschreven voor de nieuwe digitale dienstverlening van de overheid. De vertaling naar onderwijs is zo te maken.

Downloaden rapport ‘Maak Waar’ via Rijksoverheid pagina.
https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2017/04/18/actievere-rol-voor-overheid-in-informatiesamenleving-nodig

ccbysa

Geplaatst in informatiemanagement, Rapporten, Trends | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Rapport Onderwijsraad ‘Doordacht Digitaal’

onderwijsraad2017.png

De snel digitaliserende samenleving vraagt om een antwoord van het onderwijs waarin plaats is voor digitale onderwijsdoelen, de inzet van digitale leermiddelen, en het gebruik van digitale toepassingen voor de organisatie van het onderwijs. Tegelijkertijd ziet de raad risico’s aan digitaliseren ‘puur omdat het kan’ en pleit hij daarom voor het maken van doordachte onderwijskeuzes.’’

Drie aanbevelingen zijn beschreven in het rapport ‘Doordacht Digitaal‘ om optimaal te profiteren van de mogelijkheden die digitaliseren voor het onderwijs biedt  (zie samenvatting rapport). Het rapport kwam 9 mei jl. uit.
1. Ontzorg het onderwijs door garanderen van randvoorwaarden van digitalisering.
Een basale infrastructuur is een voorwaarde van doordacht digitaliseren: hardware van goede kwaliteit, stabiele toegang tot internet,  internetveiligheid, privacy, toereikende financiën.
2. Vergroot het eigenaarschap van digitalisering in het onderwijsveld.
Docenten en andere betrokkenen (vraagkant van de markt) meer eigenaarschap geven. Hun betrokkenheid bij de vormgeving van innovatieve toepassingen is cruciaal. Als onderwijsveld zelf dit ook oppakken! Daarnaast wordt aangegeven dat het ontwikkelen, delen en bewerken van open leermiddelen krachtiger dient te worden opgepakt. Open onderwijs uit de hobby-sfeer trekken.
3. Verken digitale toepassingen om ervaring op te doen en visie te ontwikkelen.
En visie ontwikkel je door met alle betrokkenen (docenten-ondersteuning-beleid-management) de digitale toepassingen te verkennen: gezamenlijk en interactief. Gepleit wordt voor kleinschalige laagdrempelige pilots: leren innoveren. De onderwijsinstelling als oefenplaats. Dat houdt ook in: zorg voor een veilige omgeving. Verder waarschuwt men voor de keerzijden van veelvuldig ICT-gebruik: wees je daarvan bewust.

Wilfred Rubens heeft een mooie lijst van hoofdpunten (en zijn gedachten daarbij) beschreven: zie zijn blog. Wat ik er nog aan wil toevoegen en/of accentueren:

  • Is naar aanleiding van het rapport een gezamenlijk doe-debat over de impact – de mogelijkheden – de keerzijden van digitalisering in het onderwijs een idee om op te pakken. Doordacht digitaliseren gaat wat mij betreft verder dan goede keuzes maken wanneer uit/aan of online/offline. En verder dan nadenken over privacy en risico’s (met de bedreigingen en angsten). En verder dan deskundigheidsbevordering. De mens heeft techniek (nu is dat inzet van ICTmiddelen) al heel lang ingezet om z’n bestaan te verbeteren en vergemakkelijken. De vraag is hoe gaan we met de nieuwe bijbehorende vraagstukken om? Hoe staan we in relatie staan tot digitalisering? Hoe pakken we het op als integraal vraagstuk? Bijvoorbeeld bij het ontwerpen met inzet van onderwijstechnologie of n.a.v. een case (bijv privacy/inzet learning analytics) gezamenlijk te rade gaan wat bijbehorende vraagstukken zijn. Zo wordt technologie een onderdeel van het proces en niet ‘iets’ eraan vastgeplakt. Of zoals ik dat hier en daar in het rapport lees: keuze maken voor ‘online/offline-zijn’. Of tijd van klep-dicht of klep-open.
    Een uitgelezen moment is bijvoorbeeld ook op dit moment, in het HO, de nieuwe aankomende digitale leeromgeving (DLO).
    (*) Hoe willen we ons onderwijs inrichten of misschien wel herinrichten (gezien de nieuwe vraagstukken rondom flexibiliseren, levenlang leren e.a.)? Welke visie hoort daarbij (en uitgangspunten c.q. waarden). Welke DLO systeem past daar dan bij? Bijvoorbeeld: is een DLO open of gesloten?
    (*) Zijn we ons bewust welke applicatiekeuzes de leverancier al gemaakt heeft in het systeem die bepalend zijn voor de inrichting c.q. het ontwerpen van onderwijs?
    Bijvoorbeeld: wel of niet een e-portfolio?
    (*) Wat is de innovatie als we een nieuwe DLO adopteren en implementeren (en waarom + hoe)? Blijft het bij het systeem sec of verandert het onderwijs mee in de richting die we willen? Of is het systeem een ‘nudge’ (zie verder) voor innovatie. Zo ja, zijn we ons van die nudge bewust?
  • In het rapport wordt professionalisering (kennis en vaardigheden) en ondersteuning (randvoorwaarde) onderstreept. Lijkt me ook goed om een herijking te doen naar de manier waarop we de ondersteuning hebben ingericht. Nu is de ondersteuning vaak ‘op afstand’, althans, zo ervaren docenten dat (merk ik). Wanneer we blijven doen zoals nu is de support misschien wel goed en versterkt ingericht maar de docent nog niet ontzorgd. Neem ondersteuners bijv. mee in de pilots: dat zij direct in kunnen gaan op wensen van de docent en ervaren (en dus kunnen inspelen) wat docenten nodig hebben.
  • Digitalisering en Informatie: digitalisering van onderwijs gaat naar mijn mening meer en meer (ook) over data en informatie. We generen heel veel data. Hoe slaan we dit op, hoe en wat analyseren we en maken we informatie toegankelijk. Maar ook: welke invloed heeft dat op de manier waarop we onderwijs vormgeven en de rol van de docent daarbij. En ook, welke toepassingen zijn er? Learning Analytics kennen we. Maar het begrip ‘nudging’ is nog niet een veel besproken fenomeen in het onderwijs: dat in het ontwerp van applicaties elementen zitten die efficiënt het keuzegedrag van mensen beïnvloeden (duwtjes).
  • Goed dat er een pleidooi wordt gehouden dat open onderwijs (zie aanbeveling 2:.. trek het uit de hoek van hobbyisme..). Het delen en hergebruiken van onderwijsdata en –informatie is nog een innovators-onderwerp maar deze beweging wordt groter. Net als blended learning is ook het delen en hergebruiken een keuze in het onderwijsproces.

Meer informatie:

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Wensen student voor digitaal onderwijs

digitale studentStudenten willen meer benutting van digitaal onderwijs: voor informatie en voor de studievoortgang. Maar ook om een rijker aanbod te krijgen voor een onderwijsprogramma. Tenslotte willen zij klaargestoomd worden voor de banen van de toekomst. Hoger onderwijs kan veel beter en meer de online mogelijkheden benutten.

Dit komt o.a. naar voren door een rapport van New Day at Work (voorjaar 2017). Hun rapport ‘De digitale student; hoe ICT&innovatie echt ervaren wordt’ uitgebracht met daarin beschreven de studentwensen t.a.v. digitalisering .
Centrale vraag van het rapport is wat studenten van de huidige ICT-faciliteiten en applicaties in het onderwijs vinden.  Ongeveer 1000 studenten hebben gereageerd waaronder rond de 800 HO-studenten.

Hoofdconclusie is:

  • 40% van de studenten vindt dat er geen optimaal gebruik wordt gemaakt van de aangeboden applicaties.
  • De applicaties en ICT-faciliteiten worden laag gewaardeerd (6 of lager).
    Dit komt o.a. door de wirwar aan applicaties: welke zijn er en waar zijn ze te vinden.

Andere uitspraken waar we meer bij moeten stilstaan:

  • Studenten geven aan dat (blz 10 van het rapport):
    ‘De meerderheid van de studenten (61%) geeft aan beter te presteren wanneer zij inzicht hebben in hun studievoortgang en meer dan een kwart van de studenten (28%) vindt het belangrijk om de studieprestaties af te kunnen zetten tegen die van studiegenoten.
  • Van de ondervraagden wilde 16% onderwijs volgen die alleen maar bestaat uit digitale lessen Blended learning zal dus de komende jaren een belangrijk aandachtspunt voor de onderwijsinstelling. Ook vinden ze integratie van alle applicaties belangrijk.
  • Wat ik ook een uitspraak vond (bij de mening over levenlang leren) is dat: ‘maar liefst 40% van de studenten twijfelt of de huidige studie hen klaarstoomt op banen van de toekomst’.
  • Wat een opsteker is voor flexibel (door open) onderwijs: ’50% van de studenten geeft namelijk aan dat zij van alle lessen bij alle onderwijsinstellingen gebruik willen maken. Daarnaast zegt 40% van de studenten minder snel af te haken wanneer het onderwijsprogramma makkelijk verrijkt kan worden met het aanbod van andere onderwijsinstellingen.’(blz 17)

En wat interessant als één van de studenten, van de instelling waar je zelf werkt, met eigen woorden (een deel van) de bovenstaande boodschap vertelt: beluister Ivo Chen, student aan de Faculteit Techniek. Hij vindt digitale lessen handig: herhaling van leerstof, directe feedback en de mogelijkheid voor oefenen. Maar ook de mogelijkheid voor verrijking van leerstof of verbreding. Waarom niet meer keuzeruimte in het opleidingsprogramma voor het volgen van online vakken.

Geplaatst in e-learning, onderwijsinnovatie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

OER17: Open informatie en teams

DSC03008Afgelopen 5 en 6 april bezocht ik, met een aantal collega’s, OER17. Mijn twee hoofdlijnen.

Open onderwijs en aanbieden van meerdere perspectieven
Eén van de hoofdlijnen die ik heb meegenomen is dat Open Onderwijs kan bijdragen aan betekenis geven aan informatie. Eén van de keynotes op OER17 (Lucy Crompton-Reid ) ging daar bijvoorbeeld over: de inzet van Wikipedia in onderwijs.
Informatie is ‘power’ . Het is de bron voor kennisontwikkeling. Wikimedia (de organisatie achter Wikipedia, het platform) wil een open knowledge movement zijn en stimuleren tot ‘wikipedia in de klas of college’. Samenwerken met onderwijs betekent bijdrage aan de kennisontwikkeling.

Je kunt als instelling je verbinden met Wikipedia en vanuit bijvoorbeeld modules meewerken aan de informatieverrijking en verbetering van Wikipedia. Dit via de zogenoemde Residence (Ewan McAndrew, University of Edinburgh). Door actief studenten te laten bijdragen aan informatieontwikkeling leer je hen kritisch omgaan met data, feiten en informatie. Wanneer is een informatie juist? Hoe interpreteer je informatie? Hoe kun je bijdragen aan heldere en juiste informatie? Studenten zijn daarmee creators of knowledge of/en prosumers. Zij dragen actief bij, analyseren, verrijken en verbeteren de informatie. Maar ook aan de discussie over de (betekenis) van de feiten en informatie. In de tijd waar fake news en fake facts is delen van informatie, aanbieden van meerdere perspectieven en er waarde aan geven des te belangrijker geworden.

Aansluitend een advies van Diana Arce: je moet zijn waar de studenten zijn. En zij zitten o.a. op wikipedia. De organisatie staat er al. Als instelling hoef je alleen maar in te stappen. Zou het een idee zijn om wikipedia als informatie platform te gebruiken voor onderwijs: Wikimedia als open interactief informatie platform.

Zie ook:
Histopedia: http://histropedia.com/histropediajs/demos/renaissance-art/fullscreen.html#
Psychology wiki: http://psychology.wikia.com/wiki/Psychology_Wiki
En zo kun je op vele vakgebieden wiki’s maken en verrijken.

Ontwerpen in teams
Een tweede hoofdlijn is hoe belangrijk het organiseren van multidisciplinaire samenwerking is voor het herontwerp van onderwijs. Onderwijs is teamwork, en vraagt een integrale aanpak. Het ontwerpen is steeds minder de verantwoordelijkheid van de docent alleen. Neem bij het ontwerpen van onderwijs het creëren van open content mee. Want blijkt uit een presentatie van Nascimbeni & Burgos dat wie samenwerkt bij het maken van onderwijsmateriaal meer bereid is dit open te stellen. Dit vraagt ook om de nodige kennis. Te denken van aan licenties en auteursrechten. Dus zorg voor de goede randvoorwaarden en een ondersteunende infrastructuur.
Maar wellicht vraagt het ook om een innovatieve ontwerp aanpak. Voorbeeld was de presentatie over de virtually open education waarin Chris Follows het digital maker collective liet zien. Een variant van de makerspaces en labs. Samenwerken van en participatie met diverse betrokken organisatie (bijv. vanuit musea, docenten, studenten) stimuleert delen, hergebruiken en vooral ook innoveren en creëren (van o.a. content).

Zie ook:
Presentatie Chris Follows: https://process.arts.ac.uk/content/virtually-real-open-education-oer17-presentation-slides; Makerspace: http://digitalmakercollective.org/node/26

Geplaatst in Open Online Onderwijs | Tags: , | Een reactie plaatsen

Een rijke leeromgeving met open onderwijs

3a0262444f4e8375ce1d86ffb2794c8a_oewlogo-2017-wo-date-transparent-bg’Leren kun je overal; kennis en informatie overal beschikbaar is. Onze taak, in onderwijs, is betekenis geven of waarde geven aan informatie: kennis ontwikkeling. En met die kennisontwikkeling jouw bijdrage te kunnen geven aan de wereld (vrij naar gedachtegoed van Gert Biesta).’’

Dit was een gedachte uit de dialoog (vorige week) die ik met mijn collega’s voerde, naar aanleiding van presentatie ( Open Onderwijs 30maart2017_HvA_lunchbijeenkomst ) over ‘Open Onderwijs’. De Open Education Week leek mij een prachtig gelegenheid om hen eens mee te nemen met de ontwikkelingen rondom de Open Beweging.

Mijn boodschap was dat Open Onderwijs de mogelijkheid biedt een rijke leeromgeving te realiseren om daarmee het leren van studenten/lerenden te kunnen faciliteren. Voor docenten om de (digitale) leeromgeving in te richten (doordat je gevarieerde bronnen tot je beschikking hebt) en effectief leren te ondersteunen (zoals bij een reflectiefilmpje bij directe feedback). Voor studenten om een diversiteit aan leerstof ter ondersteuning van het leren.
Bovendien, ‘open’ is een driver voor innovatie. Het beschikbaar hebben en delen van leermaterialen of kennisproducten maakt het mogelijk nieuwe kennisproducten en diensten te ontwikkelen. Nieuwe en rijke combinaties in modules en programma’s; waardetoevoeging aan bestaande kennisproducten.

Ik wees op het streven van de (demissionair) minister van OCW: dat in 2025 alle docenten in het hoger onderwijs hun onderwijsmaterialen vrij beschikbaar stellen zodat zij gebruik kunnen maken van elkaars digitale leermaterialen en dit toepassen in hun eigen onderwijscontext (Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek ‘Waarde van Weten’ (blz 39)).
Dit komt niet zomaar uit de lucht vallen. Het komt voort uit een al langer gaande dialoog. Hierbij is de richting het maximaliseren van open toegankelijkheid van publieke geïnvesteerde materialen zoals in wetenschap, data, onderwijs, bibliotheken, archieven, musea, software e.a..

Digitale openheid is op zich al beweging die al enkele jaren gaande is. De nodige stappen zijn gezet, maar moeten ook nog gezet worden. Een collega gaf aan dat voor Open Onderwijs eigenlijk niks in de weg staat: we kunnen, als we willen, onze materialen zo delen en hergebruiken. Ik besefte dat we bij Open Onderwijs voor een behoorlijke cultuurinterventie staan, maar ook moeten zorgdragen voor heldere en ondersteunende randvoorwaarden (auteursrechten, cc-licentie, gebruikersvriendelijke platform e.a.).

Lees ook nog: Open Education Resources in kielzog van Open Access.

ccbysa

Geplaatst in onderwijsinnovatie, Open Online Onderwijs | Een reactie plaatsen

Horizon Report 2017

horizon-he-2017-cover1Ook dit jaar weer een Horizon report, uitgave van het New Media Consortium en EDUCAUSE Learning Initiative. In dit rapport worden de belangrijkste ‘trends’ beschreven die bijdragen aan de versnelling van de adoptie van ICT, de mogelijke belemmeringen hierbij en belangrijke ontwikkelingen op het gebied van ICT en leren.
Deze staan hieronder kort beschreven en zijn in het volgende filmpje samengevat: 2017 Horizon Report.

Door de jaren heen zie dat trends komen en gaan. Je kunt van het rapport van alles zeggen (de manier waarop ze tot deze trends komen e.a.). Toch laat het in vogelvlucht zien wat de belangrijkste opkomende (en neergaande) technologieën zijn. En stel mij de vraag: benutten we de mogelijkheden van technologieën voldoende in ons onderwijs? Zijn we innovatief genoeg en waarin zouden we innovatiever kunnen zijn?
De ‘bigger picture’ geeft de volgende kernwoorden mee (blz 6 en 7). De technologie heeft door de jaren heen aangezet tot:

  • uitbreiding van de toegankelijkheid (tijd en plaatsonafhankelijkheid en being connected) en het gemak (zichtbaarheid, snelheid);
  • versterken van innovatie (bijv. door de mogelijkheden van Artificial Intelligence);
  • omarmen van authentiek leren (bijv. in gaming of augmented reality);
  • inzichtelijk maken van leren en leerproces (meten en tracken) (bijv. learning analytics;
  • verbeteren van de onderwijsprofessie (van doceren naar faciliteren van leren bijv. via mentoring en coaching; van ‘sage of the stage’ naar ‘guide on the side’)

Wat mij wel triggerde was het laatste puntje over digital fluency. Dat technologie een integraal onderdeel is in ons onderwijs. De ontwikkeling ‘digitalisering’ in het onderwijs staat niet apart of ‘komt erbij’. We zullen de impact moeten begrijpen aangezien het in alle facetten van het onderwijs zit en invloed heeft of krijgt. Dat:
‘… simply understanding how to use a device or certain software is not enough; faculty, staff, and students must be able to make connections between the tools and the intended outcomes, leveraging technology in creative ways that allow them to more intuitively adapt from one context to another. Ownership of this movement must be shared and supported among institutional divisions as digital fluency is an important thread that runs through practically every facet of teaching and learning‘(HR2017, blz 7)

Dit laatste realiseer ik me des te meer na een opmerking die ik hoorde. Er zijn collega’s die zich afvragen wat de toegevoegde waarde is van onderwijstechnologie in het onderwijs. Het gaat toch om het echte contact met studenten. Dus waarom blended learning? Echter, digitalisering is een onderdeel van deze tijd. Het is niet alleen een ‘tool’ het brengt een andere en nieuwe manier van opleiden met zich mee. Een andere manier van het inrichten van een leeromgeving c.q. faciliteren van leren. Bovendien is het een onderdeel van hoe we studenten voorbereiden op de toekomstige arbeidsmarkt, met alle vraagstukken daarbij. Wellicht is een dialoog daarover nog een belangrijke: hoe verhouden we ons tot de digitalisering van de onderwijs- en leeromgeving.

Nu volgen in hoofdlijnen de key-trends, mogelijke belemmeringen en de technologie trends.

De key-trends
In het volgende plaatje staan ze in de lijn van key-trends uit voorgaande Horizon Reports (blz 4) met daaronder, samengevat, specifiek die van 2017.
 blog-hr

De trends voor 2017: Korte termijn
(*)          Er is sprake van toenemende mate van de inzet van Blended learning.
Daarbij zijn onderwijsinstellingen ook bezig hun digitale omgevingen te vernieuwen. Nieuwe combinaties van face-to-face en online leren ontstaan: flipping the classroom.(*)          Er is sprake van meer collaboratief leren.
Online samenwerken, connected zijn. ‘’Further, through adaptive learning and student advising platforms, data can be shared across an institution to illuminate student performance in order to inform improved instructional design and student advising,” beschrijft het Horizon Report.

De trends voor 2017: Mid-termijn
(*)          Er is sprake van een toenemende focus op het meten van leren.
Binnen het hoger onderwijs gebruiken we steeds meer methodes en instrumenten om te evalueren, het leerproces te monitoren en te meten. Er is sprake van een versterkte inzet van data science.
(*)          Er is sprake van het herontwerpen van learning spaces.
In toenemende mate is er aandacht voor onderwijssettings die een grotere mobiliteit, flexibiliteit en meervoudig gebruik van het apparaten ondersteunen.

De trends voor 2017: Langere termijn
(*)          Er is sprake van een groeiende innovatie cultuur.
Nieuwe vormen van leren en doceren vragen om andere inrichtingen van de gebouwen waar wordt geleerd.
(*)          Er is sprake van focus op verdiepend leren.
Er komt meer nadruk te liggen op verdiepend leren. Hierbij het gaat om het daadwerkelijk beheersen van leerinhouden en lerenden ook kritisch denken, problemen oplossen, samen werken en zelfgestuurd leren. Het gaat ook om nieuwe kennis integreren met reeds bestaande kennis.

Wat zijn mogelijke belemmeringen?
Op te lossen vraagstukken
(*)          Het verbeteren van de digitale geletterdheid van lerenden en docenten.
(*)          Het combineren en integreren van formeel en informeel leren.

Lastige vraagstukken
(*)          Verschil in behalen van prestaties.
De uitdaging voor het hoger onderwijs is om te gaan met de diversiteit in het onderwijs. Dit door aan te sluiten bij de behoeften van alle studenten. Te veel studenten halen niet hun doelen. De inzet van meer adaptieve en persoonlijke leerstrategieën maakt dit mogelijk.
(*)          Verschil in digitaal vermogen.
Het verbeteren van de toegang tot internet voor iedereen.

Complexe vraagstukken
(*)          Omgaan met steeds snel veranderende kennis.
Veranderingen gaan snel (technologisch, kennis): hoe spelen we daarop in?
(*)          Herijken van de rol van de opleiders.
Studenten gebruiken de technologie intuïtief. Het is geïntegreerd in hun manier van communiceren en samenwerken. Het staat ‘altijd aan’. Wat betekent dat voor de rol van een docent, de begeleiders?   Wat betekent dat voor het ontwerpen van onderwijs?

Technologie trends
In het volgende schema de belangrijkste technologie trends, met toegevoegd 2017.

Tijds

horizon

2013 2014 2015 2016 2017
Nu-1 jaar Tablet Computing Flipped Classroom Bring Your Own Device (BYOD) Bring Your Own Device (BYOD) Adaptive Learning Technologies
Nu-1 jaar MOOC Learning Analytics Flipped Classroom Learning Analytics and Adaptive Learning Mobile Learning
2-3 jr Game based Learning 3D Printing Makerspaces
(bijv fablabs)
Augmented and Virtual Reality The Internet of Things
2-3 jr Big Data & Learning Analytics Games en Gamification Waerable Technology Makerspaces Next-Generation LMS
           
4-5 jr 3D printing Qualified Self (*) Adaptive Learning Technologies Affective Computing Natural User Interfaces
  Wearable Technology Visual Assistants (**) Het internet der dingen Robotics Artificial Intelligence

Meer informatie
Korte samenvatting in het volgende document: preview Horizon Report 2017
De blogs van het Horizon Report van de voorgaande jaren: 2012 en 2013 en 2014, 2015 en 2016.

Adams Becker, S., Cummins, M., Davis, A., Freeman, A., Hall Giesinger, C., and Ananthanarayanan, V. (2017). NMC Horizon Report: 2017 Higher Education Edition. Austin, Texas: The New Media Consortium.

ccbysa

Geplaatst in onderwijsinnovatie, Rapporten | Tags: , | Een reactie plaatsen