Naar een Slimme Leeromgeving

transformatieKlaus Schwab  (WEF) geeft aan dat we ons in de vierde industriële revolutie begeven. Een revolutie die gekenmerkt wordt door technologie als kunstmatige intelligentie, robotica en biotech. Deze technologie is een aanjager van de digitale transformatie die nu gaande is. De kern van deze digitale transformatie komt o.a. neer op fundamentele veranderingen in (a) benadering van en interactie met de gebruiker (klant); (b) andere verdienmodellen en (c) de operationale processen in organisaties (Rik Maes).  Organisaties hebben verschillende percepties van digitale transformatie variërende van volgzaam tot radicale vernieuwing (ING; Netflix).

Digitalisering is niet alleen louter een technisch proces, het is ook samenspel tussen betrokkenen ( ontwikkelaars, besluitvormers, adviseurs en gebruikers) binnen een organisatie context. Een proces van (met elkaar) keuzes maken ten aanzien van het aanschaffen, ontwikkelen en implementeren van de nieuwe technologie.  Van Baalen (zie oratie ‘digitaliserende organisaties’) onderscheidt representatieve en generatieve digitalisering. Bij representatieve digitalisering ligt de nadruk op substitutie of aanvulling van taken een processen in de organisatie. Vertrekpunt een visie, plan mbt processen die men wil ondersteunen. Generatieve digitalisering is het vermogen van een technologie om spontaan diensten en producten voort te brengen door een grote, gevarieerde en initieel ongecoördineerde groep van mensen (blz 14; van Baalen). Bij generatieve digitalisering staat het platform centraal. Of ook wel het denken vanuit ecosystemen. YouTube of Android of airBnB zijn bekende platforms. Binnen het onderwijs kennen we de MOOC-platforms. De achterliggende technologieën zijn (aan elkaar verbonden) intelligente systemen die allerlei nieuwe bewerkingen van de data mogelijk maken. Alles hangt met alles samen (via internet of things).
Staat bij die representatieve digitalisering de techniek centraal. Bij generatieve digitalisering de organisatie (en de mens in deze organisatie). Van Baalen (blz 18): ‘’bij het generatieve digitaliseringsperspectief ligt het accent op het organiseren en samenbrengen van kennis, creativiteit en andere capaciteiten met hulp van digitale platforms uiteindelijk niet om de technologie, maar om de organisatie’’

Slimme leeromgeving
Bij het lezen moest ik ook weer denken aan die virtuele ruimte van Erik Veldhoen (zie eerder geschreven blog). Zouden we bij de ontwikkeling van de nieuwe digitale leeromgeving niet veel meer in dat perspectief moeten ontwikkelen. Zou de toekomstige digitale leeromgeving niet veel meer een virtuele leerruimte moeten zijn (rakend aan de generatieve digitalisering).  Een ruimte waar docenten gebruik maken van allerlei voorhanden zijnde informatie (gedeeld en ter plekke ook ontstaan) om het leren van studenten te faciliteren; waar verschillende betrokken (docent-student-externe experts) elkaar ontmoeten en samenwerken (en niet afgesloten modules); een plek waarin de gebruiker zijn eigen ‘leerverhaal c.q. leerroute’ maakt; een plek waar een collectief innovatieproces ontstaat doordat vele expertises en leer)behoeftes samen komen en samen creëren.

In deze leerruimte gaat het om kennis bij elkaar brengen (kennisdelen) en nieuwe kennis laten ontstaan (kenniscreatie). Ter ondersteuning heb je uiteindelijk niet een systeem nodig maar een informatie- en database (nu nog repository en database) waarin je als gebruiker op allerlei interessante manieren met informatie en gegevens kunt omgaan. Ter vergelijking: je bent bezig met een game i.p.v. een film. De film is voor je ontworpen. In een game maak je je in het design, je eigen verhaal. Vaak gaat de DLO-discussie over het systeem en niet over wat dit systeem moet ondersteunen.

In dat perspectief, hebben we dan eigenlijk niet veel meer over een slimme leeromgeving; een combinatie is van representatieve en generatieve digitalisering (van Baalen (blz 6):
1. Een slimme (leer)omgeving: inzet van slimme techniek voor een slimme infrastructuur c.q. leerplatform. Op basis van een metadesign: niet voorschrijvend maar beschrijvend (internet of things) (representatieve digitalisering).
2. Een omgeving voor slim organiseren van leren en ontwikkelen: kennis en expertise samenbrengen en verbinden, creativiteit en innovatie stimuleren, inbrengen van andere capaciteiten, beter benutten van de digitale mogelijkheden voor het maken van ‘eigen’ leerverhalen; het on-demand kunt werken en leren. Een omgeving waar co-creatie letterlijk worden opgevat (generatieve digitalisering).

We zijn op dit moment bezig met de digitale leeromgeving de leeromgeving ‘beter’ te ontwerpen door o.a. een platform te kiezen (aan te besteden) die met de bestaande systemen kan worden verbonden (interoperabiliteit).  Alhoewel, van Baalen aangeeft dat (blz 18): ‘’Er liggen grote uitdagingen voor meer traditioneel organiseerde bedrijven, waarin het gebruik van slimme digitale technologieën en generatieve digitale platforms vaak nog beperkt is.’’ Hij ziet daarbij wel dat er (kleine) stappen worden ondernomen. Het ontwikkelen van een slimme (leer)omgeving gaat ons (vast) lukken.
Een omgeving slim organiseren is een lastiger verhaal. Van Baalen geeft aan dat ‘innovatieproces aanzienlijk wordt versneld naarmate het platform een meer open, en daarmee een meer generatief karakter heeft’. Dat vraagt van een organisatie ook openheid, vertrouwen, samenwerken, creativiteit, diversiteit in denken, design denken.

Mentale transformatie
Wat mij betreft is het kernwoord bij een ontwerpen van een slimme leeromgeving: verbondenheid. Individuen die samen activiteiten ontplooien waarbinnen de organisatie (maar) één schakel is. De technologie is de aanjager, maar mensen zullen de nieuwe technische mogelijkheden moeten (gaan) adopteren, benutten en implementeren voor innoveren. Daarmee is de digitale transformatie ook een mentale transformatie.

Deze mentale transformatie start niet bij technologie maar bij het beeld over waartoe dient ons onderwijs. En volgens mij zou daar een verschuiving moeten plaatsvinden namelijk: de focus leggen op het leren & ontwikkelen (high impact learning) in plaats van het doceren (high impact teaching). Ontwikkelen wij niet veel meer een onderwijsomgeving in plaats van een leeromgeving? Of zoals Dochy het beschrijft op blz 30 van High Impact Learning that Last (HILL)): ‘.. dat niet alle learning management systemen in voldoende mate een leerproces gericht op HILL  faciliteren, maar eerder gericht zijn op het gebruik van een variatie van vrij traditionele leeraanpakken‘.
Wie weet stimuleert het ontwerpen van een leeromgeving vanuit de gedachte van generatieve digitalisering deze focus en daarmee die mentale transformatie.

Inspiratie
De oratie van van Baalen: digitaliserende organisaties.
Podcast interview met Rik Maes: digitale transformatie.
Column Jaap Boonstra: Innoveren en slimmer organiseren ; drie focuspunten
Flexibele en persoonlijke leeromgeving. SURF: notitie, website
Notitie ‘Dare to share‘. Werkgroep Kennisdeling Onderwijs UvA.
Hype cycle van Gartner voor onderwijs: blog Pedro de Bruyckere
Bouwstenen voor High Impact Learning. Dochy, Berghmans, Koenen, Segers. (inkijkexemplaar)(artikel)

ccbysa

Advertenties
Geplaatst in informatiemanagement, onderwijsinnovatie, Ontwerpen, Rapporten, Trends | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Virtuele (leer)ruimte

zwermFlexibilisering en personalisering van het onderwijs en nu net opkomende dialoog over Levenlang leren komen niet zomaar uit de lucht vallen. Deze gedachte werd versterkt door het lezen van het boek ‘De Zwerm’ (te downloaden via de website van Doxis). In dit boek staat de (veranderende) relatie informatie en mens centraal en de slimmer en onoverzichtelijk wordende informatiesystemen. Kortom: de betekenis van een informatie in de informatiesamenleving waarin we nu, als mens, leven.

Zwerm
Aan de hand van drie interviews (Erik Veldhoen, Jos de Mul en René ten Bos) destilleert de schrijver drie maatschappij trends:

1. Atomatiseren. Het proces van fragmentatie: het opgaan in kleinere eenheden. Ontstaan van diversiteit.
Traditionele (sociale, economische e.a.) verbanden vallen uiteen: groepen hebben niet langer een sterke identiteit. Mensen willen maatwerk (eigen samengestelde Niki-sneakers). Dit gaat gepaard met een betere dienstverlening gericht op de wens van de klant.

2. Uniformering. Het proces van concentratie, het zoeken naar verbinding en homogeniteit.
‘Op maat’ gaat samen met ‘en masse’: atomatisering gaat hand in hand samen met uniformering. Een gemiddelde ontstaan op basis van de inbreng van vele diverse bijdragen. Wikipedia is een uniform geheel (platform-infrastructuur), ontstaan door kleine bijdragen. Uniformeren is een soort standaardiseren die nodig is om persoonlijk / op maat mogelijk te maken.
n.b. Hier komt de term ‘zwerm’ ook uit voort: Jos de Mul (blz 32): ‘’in de toekomst wordt individuele intelligentie steeds meer vervangen door collectieve intelligentie – de ‘zwerm’.. De kennis bevindt zich niet langer op het niveau van het individu, die zit in allerlei patronen…. En dat betekent dat het denkwerk meer wordt uitgesmeerd over verschillende individuen, en systemen die hen verbinden.’’

3. Toenemende onzekerheid. Het proces van leren leven met complexiteit en onzekerheid.
Door de toegenomen complexiteit ontstaat meer onzekerheid. Jos de Mul’(blz 94): ‘we leven niet langer in een risicosamenleving, waar de kansen en de bedreigingen kunnen worden berekend en beleid erop aangepast, maar in een onzekerheidssamenleving, waarin het effect van ons handelen niet te overzien is’’. Niet meer streven naar totaaloverzichten en controle, maar leren leven met die onzekerheid.

Virtuele (leer)ruimte
Deze trends zijn technologisch gedreven. In het boek wordt door de drie geïnterviewden een pleidooi gehouden om bewuster na te denken over wat de betekenis is van digitalisering en informatie. Ieder vanuit een eigen perspectief. Digitale informatie kan op oneindig veel manieren worden geconstrueerd, geproduceerd, verspreid, gebruikt: data-informatie en de samenleving worden complexer in de informatiesamenleving.

Erik Veldhoen benadrukt de belangrijkheid van virtualisering. Dit proces gaat veel verder dan digitaal maken van informatie (bijv. voor onderwijs: het digitaal maken van een college en op de DLO plaatsen). Het gaat om het werken (zoals hij dat benoemd) in een virtuele ruimte: daar ontmoeten we elkaar, delen en creëren we, net als wij dat nu in de fysieke ruimte zijn. In een virtuele ruimte gaat het om andere activiteiten. Virtualisering stelt namelijk opnieuw de vraag naar de kernactiviteit van de organisatie. Bij een architect gaat het niet meer over ‘woonomgeving’ maar een ’leefomgeving’. Bij een taxibedrij niet meer om ‘ritjes’ maar om ‘vervoer van mensen’. Hierop doorgaand zou het bij onderwijs niet meer gaan op ‘diploma garantie’ maar om ‘begeleiden van leren en ontwikkelen’.

Erik Veldhoen stelt in het algemeen dat (blz 17): ‘de samenhang van digitale informatie en wat je daarmee doet, is op dit moment in die virtuele ruimte nog niet goed georganiseerd’. We denken en doen nog te veel vanuit een fysieke ruimte. Wat zou er ontstaan als we de onderwijsactiviteiten eens vanuit een virtuele (leer)ruimte zouden ontwikkelen? En dit gaat verder dan de nieuwe digitale en/of online en/of blended leeromgeving. Denk maar eens aan de hobbels die we ondervinden bij archivering van toetsen, zoeken en vinden van webcolleges, documenten plaatsen in de DL(W)O.

Een virtuele (leer/onderwijs)ruimte is een plek waar informatie transparant en toegankelijk is (makkelijk te zoeken en te vinden en te delen); waar informatie verrijkt kan worden door studenten en mede-docenten (nieuwe informatie toevoegen; feedback geven). Het is een plek voor samenwerken en netwerken, waar innovaties ontstaan o.b.v. kenniscreatie (waar informatie de basis voor is) en waar flexibiliteit en diversiteit wordt benut. Let nog even op de termen in de definitie van de ‘informatiesamenleving’…….

Was informatie eerst een boek, artikel: een document. Erik Veldhoen pleit dat we meer uitgaan van ‘content’. Documenten sla je op en archiveer je (toetsen, scripties, beleidsdocumenten, papers): is gesloten en soms wel/niet toegankelijk. Bij content gaat het over delen, hergebruiken, verrijken: is dus open en direct toegankelijk.

Als we flexibilisering en personalisering van het onderwijs en ook Levenlang leren verder vorm willen geven kunnen we niet om het vraagstuk informatie heen. Het is een integraal vraagstuk waarbij vele betrokkenen en experts nodig zijn. Bijvoorbeeld: bibliotheek (zoeken en vinden; licenties; copyrights); DIV (archivering); docenten (delen en hergebruiken van onderwijsleermaterialen; onderwijsontwerp); ICT (informatiesystemen); juristen (privacy); IR (omgaan met data en informatie). We hebben elkaar nodig!

Deze betrokkenen zullen ten dienste moeten staan aan een steeds meer ‘op maat’-wens van de student. Daarbij kan de vraag worden gesteld: wie is deze student? Die identiteit is divers niet zo helder meer in de komende jaren (atomatiseren). Flexibiliseren vraagt om standaardiseren van omgevingen om verbinding en toegankelijkheid tot stand te kunnen brengen (uniformering). En ja, dat is een complex vraagstuk met vele onzekerheden op korte termijn (zoals veiligheidsvraagstuk) en op de langere termijn (stelsel-vraagstuk). We zitten er al midden in.

Een kans:
Call Stimuleringsregeling Open en Online Onderwijs 2018. Alhoewel het er niet direct staat: in deze call gaat om delen en hergebruiken van informatie(objecten) (onderwijsleermaterialen).

ccbysa

Geplaatst in flexibilisering, gepersonaliseerd-onderwijs, informatiemanagement, Levenlang Leren, onderwijsinnovatie, Open Online Onderwijs, Rapporten, Trends | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Nodig voor toekomstgericht functioneren

toekomstig functionerenDe steeds verdergaande technologische ontwikkelingen en de onzekerheden die dat met zich meebrengt roept discussie, verbeelding en vele rapporten op. Er is een gevoel van urgentie. Ik had in mijn vorige blog het rapport ‘Maak Waar’ aangehaald waarin een oproep wordt gedaan aan overheid hun dienstverlening toekomstgericht in te richten. De Onderwijsraad doet een appèl op nadenken over toekomstgericht onderwijs in hun rapprt ‘Doordacht digitaal’. Vorige week kreeg ik een whitepaper ‘Met de juiste vaardigheden de arbeidsmarkt op’ van Juliette Walma van der Molen en Paul Kirschner en onder ogen. Zij schrijven welke met kennis, vaardigheden, houding, zelfbeeld en motivatie nodig zijn die het leren en ontwikkelen van leerlingen ondersteunen. Wat hebben jongeren nodig om een plaats in te nemen in een steeds complexere en technologisch snel ontwikkelende samenleving.

In de toekomstige arbeidsmarkt zullen routinematige en administratieve banen verdwijnen (Kirscher&vdMolen halen een onderzoek van Frey&Osborn, 2013;2017 aan). Computers en robots (combinatie Big data en  machine learning) zijn in staat dergelijke taken over te nemen en zelfs beter te doen.

Gezien de snelle ontwikkelingen zijn (samengevat) belangrijke aspecten voor het toekomstig functioneren, volgens Kirscher &vd Molen , de volgende (blz 17, whitepaper):

  1. een gedegen basiskennis waarmee de wereld te begrijpen is,
  2. voldoende kennis over maatschappelijk-technologische ontwikkelingen,
  3. voldoende kennis over ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en het maken van keuzes die daarbij aansluiten,
  4. vaardigheden om goed met die kennis om te gaan: creativiteit, eigen analyse, kritische informatieverwerking,
  5. een positieve wil en houding om onderzoekende en kritische vragen te stellen, te blijven leren en samen te werken,
  6. vertrouwen in je eigen ontwikkelmogelijkheden,
  7. de motivatie om te blijven leren en je flexibel aan te passen.

Op basis van een eigen onderzoek naar de effectief en efficient gebruik van informatievaardigeheden komen Kirschner&vdMolen tot drietraps-advies voor onderwijsbeleid (blz 39, whitepaper) waarbij trap 1 en 2 de basis legt voor trap 3.

  1. ‘’De eerste trap betreft het leggen van een kennisfundament waar leerlingen op voort kunnen bouwen om goed te functioneren in vervolgonderwijs en in de toekomstige loopbaan. Dat houdt in dat kennis niet beperkt blijft tot de monodisciplines, maar ook discipline-overschrijdend
  2. De tweede trap moet ervoor zorgen dat leerlingen het gevoel krijgen dat zij ook echt iets kunnen met wat zij hebben geleerd (efficacy building). Om dat mogelijk te maken zullen zij moeten beschikken over de nodige kwaliteiten (zowel kennis, vaardigheden, attitudes, als een positief zelfbeeld en motivatie) om hun opgedane kennis in uiteenlopende situaties toe te passen, problemen op te lossen, zichzelf blijvend te ontwikkelen en te kunnen samenwerken.
  3. De derde trap betreft het zorgen dat leerlingen hogere denkvaardigheden ontwikkelen zoals metacognitie en reflectie, vaardigheden die aan de basis liggen van een leven lang leren en kritisch kunnen denken.’’

Succesvolle trajecten die al stapen zetten richting het inrichten van onderwijs dat zich richt op het toekomstig functioneren. Een kenmerk is inspirerend leiderschap en dat innovatie natuurlijk aansluit op en integreert in het reeds ontwikkelde onderwijsprogramma (geen added-on). En dat het docententeam een andere houding (door nascholing e.a.) heeft ten aanzien van onderzoekend en vakoverschrijdend onderwijs.
(zie verder de website van het nsvp waar de whitepaper te downloaden is: innovatiefinwerk)

Toekomstgericht functioneren
Het WEF stelt dat wat het allerbelangrijkste wat de wereld nodig heeft in 2020: complex probleemoplossend vermogen. Vraagstukken die ‘complex’ zijn kenmerken zich door o.a.: chaotisch, voortdurend in ontwikkeling, waarschijnlijk onoplosbaar. En bij het oplossen van die complexe vraagstukken zit altijd ‘onzekerheden’. Bijv. hoe anticipeer je als transportbedrijf op zelfrijdende auto’s hebt;  hoe anticiperen we in het onderwijs op de mogelijkheden en risico’s van big data? Dit soort vraagstukken heb je dus niet 1-2-3 opgelost. En ook, er is waarschijnlijk ook niet één oplossing.
Om dit soort vraagstukken aan te kunnen pakken zijn de beschreven aspecten voor toekomstig functioneren in de whitepaper van Kirscher&vdMolen de basis. Wel zou ik er voor willen waken dat we niet in de valkuil stappen van oude discussies over ‘kennis&vaardigheden’. We moeten goed kijken naar welke kennis en vaardigheden. Niet voor niets hebben Kirschner&vdMolen het over ‘basiskennis om de wereld te begrijpen’ en kennis om keuzes te maken.
Kennis en informatie is in onze informatiesamenleving fluïde. En ook hier neemt de computer en de robot taken van ons over.

Wat mij betreft is de kern bij toekomstgericht functioneren dat het gaat om jezelf blijvend te ontwikkelen: leren en innoveren. Beseffen dat je nooit klaar bent, dat je telkens weer nieuwe ideeën moet verzinnen, deze testen en aanpassen. En ervaringen en wat je ervan leert (welke kennis je opdoet) vastleggen en (open) delen als basis voor de volgende stap. Dit vraagt kritisch denken, creativiteit, open staan, aanpassingsvermogen en vertrouwen (in jezelf en anderen).

Voor de komende tijd gaat mijn interesse dan uit naar: welke nieuwe (onderwijs-, leer)omgeving past bij de voorbereiding op dat toekomstig functioneren? En hoe creëren we die? Gaat deze verder dan de ideeën en ontwerpen (en functionele eisen) die we hebben ten aanzien van de digitale leeromgeving? Is dit niet veel meer een (virtuele) ruimte waar fysiek en digitaal samenvloeien. Een slimme leeromgeving…….

Andere inspiratiebronnen
* Talent voeden (Juliette Walma van der Molen)
* Erik Veldhoen: Het nieuwe werken ( Autonomie, vakmanschap, netwerk en ‘activity based working’)
* Column Ben Tiggelaar dd 28 juli 2017: Zo ben je klaar voor de technologische revolutie.
* Deloitte Review: Navigating the future of work (issue 21; July 2017)

ccbysa

Geplaatst in Levenlang Leren, Rapporten, Trends, Uncategorized | Tags: , | 1 reactie

Digitaal een tandje harder

maak waarInmiddels zijn we als burgers gewend dat ‘alles’ online kan zoals film kijken, eigen sieraden ontwerpen en online 3D uit laten printen of online bestellingen plaatsen. Het personaliseren van de dienstverlening is steeds meer een normale zaak. We zijn er inmiddels aan gewend geraakt en willen ook steeds meer gepersonaliseerde producten en diensten. Dit is o.a. mogelijk door o.a. ‘the internet of things’: slimme verbonden digitale technologie objecten met continue gegevens uitwisseling. We leven niet meer in een tijdperk dat digitalisering processen automatiseert: we zijn er integraal onderdeel van geworden. Dienstverlening wordt en is gepersonaliseerd.

Als we dit gegeven weten dan moeten we als overheid ‘een tandje harder’ inzetten van de digitale technologie in de diensteverlening van de overheid. Het rapport van de studiegroep Informatiesamenleving en Overheid ‘Maak Waar’ stelt: ‘’digitalisering hoort in de categorie belangrijk én urgent’’.

Misvattingen digitalisering
De grote maatschappelijke impact van digitalisering staat nog onvoldoende op ons netvlies, stelt de studiegroep. Enkele misvattingen die zij aanstippen (blz 11):

  1. De opvatting dat digitalisering louter een middel is om beheersefficiency van bedrijfsvoering te vergroten, gericht op kosten reductie;
  2. Digitale technologie slechts een middel is dat niet of nauwelijks invloed heeft op de beleidseffectiviteit; mogelijkheden blijven onbenut;
  3. De angst voor uit de hand lopende projecten die de noodzaak tot innoveren verlammen

Bovendien wordt beschreven dat digitalisering nog vaak een kwestie is van afzonderlijke organisaties en afdelingen. Oplossingen (met daarbij behorende app/softeware) worden apart ontwikkeld en beheerd). Voor de gebruiker ontstaat een een doolhof van websites, portals.

Ontwikkelingen door digitalisering
Waarom ‘een tandje harder’? De studiegroep beschrijft enkele ontwikkelingen:

  1. Dataficatie: de explosieve groei van hoeveelheid data: voor profielen, continue feedbackloops;
  2. Kunstmatige intelligentie en Machine learning: o.b.v. data algoritmes opstellen voor het nemen van beslissingen ergens over;
  3. Platformen: deze maken verbindingen tussen gebruikers en aanbieders maar stellen andere partijen ook in staat nieuwe producten te ontwikkelen (Youtube); zo ontstaat innovatieve dynamiek (eco-systemen);
  4. Customization: producten en diensten worden op maat van de gebruiker gemaakt en geleverd; verwachtingen worden tegelijkertijd geïnventariseerd;
  5. Commoditisering: digitalisering is plug-and-play; slim en snel nieuwe diensten en producten een brede toepassingsbereik geven.

Pleidooi
De studiegroep beveelt aan dat de overheid digitale technologie als integraal onderdeel van de strategiën moet inzetten: daarvoor is nodig een langetermijnvisie. Maar ook een andere (radicalere) houding ten aanzien van digitale techonologie.
Wat mij triggerde is het pleidooi dat een andere houding vereist is ten opzichte van digitale technologie (blz 54 rapport maak waar). Technologie niet langer zien als ‘hulpmiddel’  maar als vertrekpunt van denken, organiseren en werken van de overheid (digital by design).
Dit vraagt het in huis hebben van kennis (bij iedere medewerker) op het gebied van digitale technologie, multidisciplinair samenwerken: de vraagstukken rondom digitale technologie kent vele perspectieven; agile werken; participeren in brede digitale ecosystemen: investeren in relaties met marktpartijen en onderwijs- en kennisinstellingen. En beseffen dat digitalisering ’nooit af’ ‘permanent bèta). Het vraagt ook het stimuleren (door de overheid) van meer weten van digitalisering bij de burger: het leren vinden en kritisch beoordelen van online-informatie, nieuwsgierigheid, samenwerken en programmeren.

Relatie Onderwijs
En ligt bij dit laatste ook niet een schone taak voor het onderwijs: de bewustwording van vraagstukken rondom digitale technologie. Zoals vakinhoudelijke bewustwording maar ook het omgaan met informatie (informatiegeletterdheid).
Verder is gepersonaliseerd onderwijs is ook een bekende discussie in de onderwijssector. Die discussie focussed zich erg op het onderwijsprogramma en de logistiek. Zouden we de discussie van de digitale technologie ook hierin niet veel meer moeten betrekken. Tenslotte verlenen we ook een dienst aan studenten: het creëren van een leeromgeving. En met het oog op de toekomst: die leeromgeving wordt virtueel. We zijn nu te veel bezig met het digitaal maken van onderwijs (en de leeromgeving). In die virtuele ruimte gaan we werken, elkaar ontmoeten, dingen met elkaar delen, met elkaar samen zijn, net als wij dat nu in de fysieke ruimte zijn. Dat is (radicaal) anders.
En die leeromgeving wordt slim: een platform die gebruikers van onderwijs en experts op vakgebieden verbindt en waar nieuwe vormen van onderwijs ontstaan.
Het onderscheid tussen de digitale en fysieke leeromgeving zal vervagen en een nieuwe onderwijs- en leeromgeving(en) ontstaat(n). En dan is technologie geen ‘(hulp)middel meer maar een vertrekpunt.

‘Maar Waar’ is dus een lezenswaardig rapport. Geschreven voor de nieuwe digitale dienstverlening van de overheid. De vertaling naar onderwijs is zo te maken.

Downloaden rapport ‘Maak Waar’ via Rijksoverheid pagina.
https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2017/04/18/actievere-rol-voor-overheid-in-informatiesamenleving-nodig

ccbysa

Geplaatst in informatiemanagement, Rapporten, Trends | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Rapport Onderwijsraad ‘Doordacht Digitaal’

onderwijsraad2017.png

De snel digitaliserende samenleving vraagt om een antwoord van het onderwijs waarin plaats is voor digitale onderwijsdoelen, de inzet van digitale leermiddelen, en het gebruik van digitale toepassingen voor de organisatie van het onderwijs. Tegelijkertijd ziet de raad risico’s aan digitaliseren ‘puur omdat het kan’ en pleit hij daarom voor het maken van doordachte onderwijskeuzes.’’

Drie aanbevelingen zijn beschreven in het rapport ‘Doordacht Digitaal‘ om optimaal te profiteren van de mogelijkheden die digitaliseren voor het onderwijs biedt  (zie samenvatting rapport). Het rapport kwam 9 mei jl. uit.
1. Ontzorg het onderwijs door garanderen van randvoorwaarden van digitalisering.
Een basale infrastructuur is een voorwaarde van doordacht digitaliseren: hardware van goede kwaliteit, stabiele toegang tot internet,  internetveiligheid, privacy, toereikende financiën.
2. Vergroot het eigenaarschap van digitalisering in het onderwijsveld.
Docenten en andere betrokkenen (vraagkant van de markt) meer eigenaarschap geven. Hun betrokkenheid bij de vormgeving van innovatieve toepassingen is cruciaal. Als onderwijsveld zelf dit ook oppakken! Daarnaast wordt aangegeven dat het ontwikkelen, delen en bewerken van open leermiddelen krachtiger dient te worden opgepakt. Open onderwijs uit de hobby-sfeer trekken.
3. Verken digitale toepassingen om ervaring op te doen en visie te ontwikkelen.
En visie ontwikkel je door met alle betrokkenen (docenten-ondersteuning-beleid-management) de digitale toepassingen te verkennen: gezamenlijk en interactief. Gepleit wordt voor kleinschalige laagdrempelige pilots: leren innoveren. De onderwijsinstelling als oefenplaats. Dat houdt ook in: zorg voor een veilige omgeving. Verder waarschuwt men voor de keerzijden van veelvuldig ICT-gebruik: wees je daarvan bewust.

Wilfred Rubens heeft een mooie lijst van hoofdpunten (en zijn gedachten daarbij) beschreven: zie zijn blog. Wat ik er nog aan wil toevoegen en/of accentueren:

  • Is naar aanleiding van het rapport een gezamenlijk doe-debat over de impact – de mogelijkheden – de keerzijden van digitalisering in het onderwijs een idee om op te pakken. Doordacht digitaliseren gaat wat mij betreft verder dan goede keuzes maken wanneer uit/aan of online/offline. En verder dan nadenken over privacy en risico’s (met de bedreigingen en angsten). En verder dan deskundigheidsbevordering. De mens heeft techniek (nu is dat inzet van ICTmiddelen) al heel lang ingezet om z’n bestaan te verbeteren en vergemakkelijken. De vraag is hoe gaan we met de nieuwe bijbehorende vraagstukken om? Hoe staan we in relatie staan tot digitalisering? Hoe pakken we het op als integraal vraagstuk? Bijvoorbeeld bij het ontwerpen met inzet van onderwijstechnologie of n.a.v. een case (bijv privacy/inzet learning analytics) gezamenlijk te rade gaan wat bijbehorende vraagstukken zijn. Zo wordt technologie een onderdeel van het proces en niet ‘iets’ eraan vastgeplakt. Of zoals ik dat hier en daar in het rapport lees: keuze maken voor ‘online/offline-zijn’. Of tijd van klep-dicht of klep-open.
    Een uitgelezen moment is bijvoorbeeld ook op dit moment, in het HO, de nieuwe aankomende digitale leeromgeving (DLO).
    (*) Hoe willen we ons onderwijs inrichten of misschien wel herinrichten (gezien de nieuwe vraagstukken rondom flexibiliseren, levenlang leren e.a.)? Welke visie hoort daarbij (en uitgangspunten c.q. waarden). Welke DLO systeem past daar dan bij? Bijvoorbeeld: is een DLO open of gesloten?
    (*) Zijn we ons bewust welke applicatiekeuzes de leverancier al gemaakt heeft in het systeem die bepalend zijn voor de inrichting c.q. het ontwerpen van onderwijs?
    Bijvoorbeeld: wel of niet een e-portfolio?
    (*) Wat is de innovatie als we een nieuwe DLO adopteren en implementeren (en waarom + hoe)? Blijft het bij het systeem sec of verandert het onderwijs mee in de richting die we willen? Of is het systeem een ‘nudge’ (zie verder) voor innovatie. Zo ja, zijn we ons van die nudge bewust?
  • In het rapport wordt professionalisering (kennis en vaardigheden) en ondersteuning (randvoorwaarde) onderstreept. Lijkt me ook goed om een herijking te doen naar de manier waarop we de ondersteuning hebben ingericht. Nu is de ondersteuning vaak ‘op afstand’, althans, zo ervaren docenten dat (merk ik). Wanneer we blijven doen zoals nu is de support misschien wel goed en versterkt ingericht maar de docent nog niet ontzorgd. Neem ondersteuners bijv. mee in de pilots: dat zij direct in kunnen gaan op wensen van de docent en ervaren (en dus kunnen inspelen) wat docenten nodig hebben.
  • Digitalisering en Informatie: digitalisering van onderwijs gaat naar mijn mening meer en meer (ook) over data en informatie. We generen heel veel data. Hoe slaan we dit op, hoe en wat analyseren we en maken we informatie toegankelijk. Maar ook: welke invloed heeft dat op de manier waarop we onderwijs vormgeven en de rol van de docent daarbij. En ook, welke toepassingen zijn er? Learning Analytics kennen we. Maar het begrip ‘nudging’ is nog niet een veel besproken fenomeen in het onderwijs: dat in het ontwerp van applicaties elementen zitten die efficiënt het keuzegedrag van mensen beïnvloeden (duwtjes).
  • Goed dat er een pleidooi wordt gehouden dat open onderwijs (zie aanbeveling 2:.. trek het uit de hoek van hobbyisme..). Het delen en hergebruiken van onderwijsdata en –informatie is nog een innovators-onderwerp maar deze beweging wordt groter. Net als blended learning is ook het delen en hergebruiken een keuze in het onderwijsproces.

Meer informatie:

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Wensen student voor digitaal onderwijs

digitale studentStudenten willen meer benutting van digitaal onderwijs: voor informatie en voor de studievoortgang. Maar ook om een rijker aanbod te krijgen voor een onderwijsprogramma. Tenslotte willen zij klaargestoomd worden voor de banen van de toekomst. Hoger onderwijs kan veel beter en meer de online mogelijkheden benutten.

Dit komt o.a. naar voren door een rapport van New Day at Work (voorjaar 2017). Hun rapport ‘De digitale student; hoe ICT&innovatie echt ervaren wordt’ uitgebracht met daarin beschreven de studentwensen t.a.v. digitalisering .
Centrale vraag van het rapport is wat studenten van de huidige ICT-faciliteiten en applicaties in het onderwijs vinden.  Ongeveer 1000 studenten hebben gereageerd waaronder rond de 800 HO-studenten.

Hoofdconclusie is:

  • 40% van de studenten vindt dat er geen optimaal gebruik wordt gemaakt van de aangeboden applicaties.
  • De applicaties en ICT-faciliteiten worden laag gewaardeerd (6 of lager).
    Dit komt o.a. door de wirwar aan applicaties: welke zijn er en waar zijn ze te vinden.

Andere uitspraken waar we meer bij moeten stilstaan:

  • Studenten geven aan dat (blz 10 van het rapport):
    ‘De meerderheid van de studenten (61%) geeft aan beter te presteren wanneer zij inzicht hebben in hun studievoortgang en meer dan een kwart van de studenten (28%) vindt het belangrijk om de studieprestaties af te kunnen zetten tegen die van studiegenoten.
  • Van de ondervraagden wilde 16% onderwijs volgen die alleen maar bestaat uit digitale lessen Blended learning zal dus de komende jaren een belangrijk aandachtspunt voor de onderwijsinstelling. Ook vinden ze integratie van alle applicaties belangrijk.
  • Wat ik ook een uitspraak vond (bij de mening over levenlang leren) is dat: ‘maar liefst 40% van de studenten twijfelt of de huidige studie hen klaarstoomt op banen van de toekomst’.
  • Wat een opsteker is voor flexibel (door open) onderwijs: ’50% van de studenten geeft namelijk aan dat zij van alle lessen bij alle onderwijsinstellingen gebruik willen maken. Daarnaast zegt 40% van de studenten minder snel af te haken wanneer het onderwijsprogramma makkelijk verrijkt kan worden met het aanbod van andere onderwijsinstellingen.’(blz 17)

En wat interessant als één van de studenten, van de instelling waar je zelf werkt, met eigen woorden (een deel van) de bovenstaande boodschap vertelt: beluister Ivo Chen, student aan de Faculteit Techniek. Hij vindt digitale lessen handig: herhaling van leerstof, directe feedback en de mogelijkheid voor oefenen. Maar ook de mogelijkheid voor verrijking van leerstof of verbreding. Waarom niet meer keuzeruimte in het opleidingsprogramma voor het volgen van online vakken.

Geplaatst in e-learning, onderwijsinnovatie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

OER17: Open informatie en teams

DSC03008Afgelopen 5 en 6 april bezocht ik, met een aantal collega’s, OER17. Mijn twee hoofdlijnen.

Open onderwijs en aanbieden van meerdere perspectieven
Eén van de hoofdlijnen die ik heb meegenomen is dat Open Onderwijs kan bijdragen aan betekenis geven aan informatie. Eén van de keynotes op OER17 (Lucy Crompton-Reid ) ging daar bijvoorbeeld over: de inzet van Wikipedia in onderwijs.
Informatie is ‘power’ . Het is de bron voor kennisontwikkeling. Wikimedia (de organisatie achter Wikipedia, het platform) wil een open knowledge movement zijn en stimuleren tot ‘wikipedia in de klas of college’. Samenwerken met onderwijs betekent bijdrage aan de kennisontwikkeling.

Je kunt als instelling je verbinden met Wikipedia en vanuit bijvoorbeeld modules meewerken aan de informatieverrijking en verbetering van Wikipedia. Dit via de zogenoemde Residence (Ewan McAndrew, University of Edinburgh). Door actief studenten te laten bijdragen aan informatieontwikkeling leer je hen kritisch omgaan met data, feiten en informatie. Wanneer is een informatie juist? Hoe interpreteer je informatie? Hoe kun je bijdragen aan heldere en juiste informatie? Studenten zijn daarmee creators of knowledge of/en prosumers. Zij dragen actief bij, analyseren, verrijken en verbeteren de informatie. Maar ook aan de discussie over de (betekenis) van de feiten en informatie. In de tijd waar fake news en fake facts is delen van informatie, aanbieden van meerdere perspectieven en er waarde aan geven des te belangrijker geworden.

Aansluitend een advies van Diana Arce: je moet zijn waar de studenten zijn. En zij zitten o.a. op wikipedia. De organisatie staat er al. Als instelling hoef je alleen maar in te stappen. Zou het een idee zijn om wikipedia als informatie platform te gebruiken voor onderwijs: Wikimedia als open interactief informatie platform.

Zie ook:
Histopedia: http://histropedia.com/histropediajs/demos/renaissance-art/fullscreen.html#
Psychology wiki: http://psychology.wikia.com/wiki/Psychology_Wiki
En zo kun je op vele vakgebieden wiki’s maken en verrijken.

Ontwerpen in teams
Een tweede hoofdlijn is hoe belangrijk het organiseren van multidisciplinaire samenwerking is voor het herontwerp van onderwijs. Onderwijs is teamwork, en vraagt een integrale aanpak. Het ontwerpen is steeds minder de verantwoordelijkheid van de docent alleen. Neem bij het ontwerpen van onderwijs het creëren van open content mee. Want blijkt uit een presentatie van Nascimbeni & Burgos dat wie samenwerkt bij het maken van onderwijsmateriaal meer bereid is dit open te stellen. Dit vraagt ook om de nodige kennis. Te denken van aan licenties en auteursrechten. Dus zorg voor de goede randvoorwaarden en een ondersteunende infrastructuur.
Maar wellicht vraagt het ook om een innovatieve ontwerp aanpak. Voorbeeld was de presentatie over de virtually open education waarin Chris Follows het digital maker collective liet zien. Een variant van de makerspaces en labs. Samenwerken van en participatie met diverse betrokken organisatie (bijv. vanuit musea, docenten, studenten) stimuleert delen, hergebruiken en vooral ook innoveren en creëren (van o.a. content).

Zie ook:
Presentatie Chris Follows: https://process.arts.ac.uk/content/virtually-real-open-education-oer17-presentation-slides; Makerspace: http://digitalmakercollective.org/node/26

Geplaatst in Open Online Onderwijs | Tags: , | Een reactie plaatsen