Verkennend Onderzoek naar Technologierijke Learning Spaces

Learning spaces onderzoekSteeds meer hippe termen voor een advanced onderwijsruimte zijn in omloop. Termen als living lab, atelier, werk&leerplaats, studio, field labs, hub, skills lab. En al dan niet verrijkt met technologie. Zie bijvoorbeeld de HAN met het iXperium of Digital Society Hub van de Hanze. Zo werd ik deze week geattendeerd op een rapport van twee Inholland-collega’s (Jos Fransen en Estella Griffioen: Lectoraat Teching, Learing & Technology) die een ‘Verkennend onderzoek naar technologierijke learning spaces in het hoger onderwijs’ hebben gedaan. Interessant te constateren dat het herdenken en (her)inrichten van een leeromgeving is volop in beweging. Met als kern: een leeromgeving creëren die:
(*) gericht is op activerend leren en/of innoveren&leren en/of onderzoekend leren;
(*) toewerkt naar het werken in leergemeenschappen: samen werken aan vraagstukken;
(*) gericht is op de gebruiker ipv dat de gebruiker zich richt op de omgeving: het kunnen vormgeven van diverse (onderwijs&onderzoeks)leerpraktijken.

De onderzoekers komen tot een volgende definitie van een technologierijke learning space:
Een technologierijke learning space wordt voor deze verkenning als volgt omschreven (blz 6):

‘’Een onderwijsruimte waarvan de fysieke inrichting en aanwezige complexe technologie alle mogelijkheden biedt voor het vormgeven van onderwijsleerpraktijken, waarin relatief snel geschakeld kan worden tussen instructie, interactie en samenwerkend leren, en/of waarbij studenten op afstand deel kunnen nemen aan in deze ruimte georganiseerde onderwijsleeractiviteiten. ‘’

Die technologierijke learning spaces worden volgens de instellingen die zijn bevraagd steeds belangrijk. Dit vanwege vanwege nieuwe opvattingen over onderwijs en een veranderende vraag van studenten en partners waarmee in de toekomst wordt samengewerkt.

De onderzoekers kenmerken de volgende  type onderwijsleerpraktijken:
1. content-flexible learning spaces is een learning spaces die is in te zetten onafhankelijk van de leerinhoud die wordt onderwezen. De onderscheiden zijn:

  • open instructional spaces: Learning spaces die worden gebruikt voor leerpraktijken die docenten organiseren;
  • open learning spaces: learning spaces waar studenten zelfstandig gebruik van maken.
    En, ‘open’ verwijst naar de vrijheid in wijze van benutten van de ruimtes.

2. content-specific learning spaces zijn moet nog een onderscheid gemaakt worden naar;

  • een inrichting die het specifieke leerproces gericht ondersteund (space-as-a-stage) en
  • een inrichting die zelf het object van studie is en die daarmee onmisbaar is om een bepaalde inhoud te verwerven of vaardigheid te ontwikkelen (space-as-content).

Daarnaast nog twee type: fysieke learning Spaces en online learning spaces.

De term ‘technologierijke learning spaces’ wordt eigenlijk niet gehanteerd door de bevraagde instellingen, wel innovatieve onderwijsruimtes. Wat men er met name mee bedoeld is dat in deze andere vormen van onderwijs, waarbij werkcolleges en vormen van samenwerkend leren meestal worden genoemd in relatie tot de generiek inzetbare technologierijke learning spaces. Of andere vormen van interactie.  Is een ruimte specifiek ingericht voor een opleiding/faculteit dat zie je dat ze met name worden ingezet voor het trainen van specifieke beroepsvaardigheden, of voor experimenten binnen een gesimuleerde beroepspraktijk. De ruimtes worden ingezet omdat dit een onderdeel is van het programma.

Achttien instellingen (Uni: 13/HBO: 15) zijn bevraagd op learning spaces. Bij meer dan de helft (10/18) van de technologierijke learning spaces gaat het om ruimtes die ingericht zijn voor specifiek gebruik in relatie tot een bepaalde beroepsopleiding. Blz 11 een tabel ‘soorten technoliegierijke learning spaces naar type instelling’.

Learning spaces

Van li>re: (*) Ruimte voor samenwerkend leren; (*) Ruimte voor multi-lokatie leren (f2f+virtual classroom); (*) Ruimte voor simulaties en experimenteren; (*) Ruimte voor AR & VR.

Een paar voor mij in het oog springende conclusies (blz 17,18):

  • De gebruikte terminologie voor learning spaces in het Nederlandse hoger onderwijs is cryptisch en niet eenduidig.
  • Het aantal nieuwe technologierijke learning spaces met flexibel meubilair zal naar verwachting toenemen, waardoor ook het aantal klassieke hoorcolleges zal afnemen.
  • Er zijn indicaties dat docenten geneigd zijn om hun onderwijs aan te passen als gevolg van de mogelijkheden die technologierijke onderwijsruimtes bieden.
  • Het zijn vaak pioniers onder de docenten die gebruikmaken van de ruimtes. Zij gebruiken de learning spaces om studenten te stimuleren om samen te werken. Deze ruimte maakt dat mogelijk omdat docenten er instructie, interactie en productie kunnen combineren. Ook inspireren deze pioniers vervolgens andere collega’s om met nieuwe werkvormen aan de slag te gaan.

Op blz 20 en 21 van het verkennende onderzoek geven de onderzoekers nog enkele aanbevelingen waaronder visievorming  en beleidsvorming (is er nog niet veel), het versterken van (didactische en technische) ondersteuning aan docenten, het inzetten van pioniers.

Waar ikzelf nog aan dacht is de koppeling met de implementatie van de digitale leeromgeving. De geïntegreerd ontwerp van een digitale leeromgeving met f2f-onderwijs, dat elkaar versterkt, maakt dat niet ook een technologierijke learning space? Waarom een onderscheid van f2f-leeromgeving die technologierijk is en de digitale-leeromgeving die we inzetten als ‘aanvulling’ op het f2f-onderwijs. Wat mij is de vraag hoe ontwerp je een rijke leeromgeving die het leren faciliteert van studenten/lerenden, met inzet van technologie: didactisch (bijv inzet van een LMS, digitaal toetsen, feedbacktools, specifieke apps ect) en beroepsgerelateerde technologie (games, robot, VR, AR). Een rijke leercontext, dus.
Verder valt me op dat de learning space gericht is op de onderwijspraktijk zoals we die kennen: het onderwijzen. Ik ben erg benieuwd naar nieuwe praktijken zoals de Digital Society School (en er zullen wel meer zijn) die vanuit een hele ander startpunt (de complexe praktijkvraag; oplossen door samenwerking opleiding-lectoraat-werkveld) een learning- (en ook een onderzoeks)space inricht. En waar de student zelf invloed heeft op die learning space. Wat ontstaan dan? Wat is dan nodig?

De onderzoekers merkten trouwens zelf al op (blz 20):
‘Ten slotte moet hier nog worden opgemerkt dat in de verkenning nog geen voorbeelden werden gevonden waarbij studenten actief werden betrokken bij de inrichting van technologierijke learning spaces, terwijl juist die betrokkenheid van studenten in vormen van participatory design kan leiden tot door studenten als bruikbaar en als effectief ervaren technologierijke learning spaces’.

Bij het rapport is ook een mooi overzichtelijke infographic gemaakt: met de hoofdlijn, conclusies en aanbevelingen.
Een andere bronnen hierbij inbrengend:
(*) ELI Anaheim 2018: active learning spaces.
(*) Wel wat anders maar toch hieraan rakend, in 2017 heeft het Rathenau Instituut een rapport uitgebracht over ’living Labs in Nederland’.

ccbysa

Over Ria Jacobi

Als ervaren onderwijskundig ontwerper, -adviseur en projectmanager houd ik mij bezig met het ontwikkelen en verbeteren van onderwijs. Mijn ambitie is goed doordacht onderwijs te realiseren, dat aansluit bij de behoefte van individuen en hun organisaties en daarmee een stimulerend effect heeft.
Dit bericht werd geplaatst in learning spaces, Rapporten en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s