Dialoog over kernwaarden n.a.v. digitalisering

digitaliseringWe leven in interessante tijden, gaf een decaan aan toen ik hem sprak in voorbereiding op onze aanstaande HvA-onderwijsconferentie. De ontwikkelingen die elkaar in snel tempo opvolgen, mede door de digitalisering, dwingen ons terug te gaan naar de kern van een vak of vakgebieden. Wat was die kern? Waar draait het om. De kern(waarde) van het vak(gebied) verandert niet. Het zijn de omstandigheden, waarin het vak(gebied) zich bevindt, die veranderen? Hoe gaan we daarmee om? Transport/vervoer blijft, blijft de chauffeur? Nieuws duiden blijft, blijft het journaal op TV? Topsportprestaties begeleiden blijft, blijft de sportcoach op het veld? Innovatie is default. De kern(waarde) vasthouden en responsief zijn ten aanzien van de veranderende omstandigheden.

Deze gedachte kwam op bij mij bij het lezen van de publicatie ‘Digitalisering en Bildung’ (TeldersStichting, 2017). In deze publicatie gaat het om de verhouding tussen digitalisering van het onderwijs en Bildung. De centrale vraag van de publicatie is: Welke kansen en bedreiging brengt digitalisering van het onderwijs met zich mee, welke scenario’s zijn daarbij bedenkbaar en wat kan dat betekenen voor de verschillende actoren?
De studie richt zich op de manier waarop onderwijs (onderwijsruimte) wordt gegeven a.g.v. digitalisering en niet op de inhoud (eisen curriculum).

Om een beeld te krijgen bij de kansen en bedreigingen is een visie nodig. De auteurs stellen dat ‘een brede vorming van het individu nodig is, gericht op zijn unieke talenten’ (blz 58). De drie inhoudelijke dimensies bij het begrip Bildung zijn daarbij van belang: kennis, vaardigheden en de menselijke factor. De auteurs omschrijven de menselijk factor als het vermogen relaties met anderen aan te gaan zoals creativiteit, nieuwsgierigheid. Deze menselijk factor wordt steeds belangrijker vanwege de wereld die continue verandert door globalisering, digitalisering.
Wat zijn dan de kansen en bedreigingen voor de inrichting van de onderwijsruimte: de manier waarop de drie inhoudelijke dimensies van het onderwijs worden vormgegeven. Daarbij gaat het om de vragen: WAAR onderwijs gegeven kan worden (f2f of online); het WANNEER onderwijs gegeven kan worden (any time, any place); of het HOE onderwijsgegeven kan worden (de didactiek) en op de ROL van de docent (taakopvatting, vormgeving vak).

De auteurs beschrijven, op basis van een analyse, drie algemene kenmerken hoe het onderwijs in de toekomst vorm krijgt als gevolg van de technologische ontwikkelingen:
1. Onderwijs zal meer via digitale leerwegen plaatsvinden;
2. Onderwijs zal meer gepersonaliseerd en adaptief zijn;
3. Er ontstaan nieuwe (internationale) samenwerkingverbanden.

De kansen die de auteurs zien, door digitalisering zijn, effectiever kennisoverdracht en vaardigheden aanleren bijvoorbeeld door flipping the classroom. De auteurs zien ook de potentie voor gepersonaliseerd en effectief onderwijs bijv door learning analytics. Via video/skype ontstaan er allerlei (internationaal) samenwerkingverbanden. Kortom: digitalisering biedt kansen voor verhogen van de kwaliteit van onderwijs en het toegankelijk maken van onderwijs.
Genoemde bedreigingen zijn: het kunnen onderscheiden van betrouwbare informatiebronnen, de verarming van onderwijs doordat studenten alleen maar online onderwijs volgen en daarmee vaak kennis en vaardigheden opdoen en niet zichzelf ethische vragen stellen. Natuurlijk wordt het vraagstuk rondom privacy ook genoemd (wie is eigenaar van de data?).
Naast een aantal algemene aanbevelingen beschrijft de werkgroep ook aanbevelingen gericht aan de overheid (blz 64-68). In deze aanbevelingen doet de werkgroep een beroep op de overheid:

  • Opnieuw te kijken naar de bekostiging. Bijvoorbeeld toe te werken naar een model voor individuele studiefinanciering (werken met vouchers);
  • Opnieuw te kijken naar de doelmatigheid. Bijvoorbeeld de mogelijkheid scheppen dat studenten een eigen persoonlijk curriculum kan samenstellen (ook via internationale vakken/MOOCs);
  • Opnieuw te kijken naar kansengelijkheid en inclusiviteit. Bijvoorbeeld door het stimuleren van ‘leren leren’ en permanente educatie (ook via particulier aanbod)
  • Stimuleren van onderzoek en ontwikkeling aan instellingen voor lerarenopleidingen ten behoeve van het vak van docent.

Weer terug naar de vraag: wat is de kern(waarde) van het onderwijs. Een publicatie als ‘Digitalisering en Bildung’ is een mooie aanleiding om daar de dialoog over te voeren. Vooral dan vanuit het begrip Bildung, en niet vanuit Digitalisering. Want de beschreven trends bij digitalisering (h)erken ik: altijd interessant om weer te lezen.

Als opstapje voor die dialoog twee gedachten.
(1) Allereerst een nuance bij de invulling van het begrip Bildung die de auteurs geven. Naar mijn mening vat Gert Biesta die dimensies fundamenteler op (zie blog). Biesta’s invulling van persoonsvorming (de menselijke factor in de publicatie) richt zich op het bijdragen aan de wereld. Of hoe Biesta, naar aanleiding van Hannah Arendt, aangeeft: in de wereld komen. Onderwijs biedt een (veilige) ruimte hiervoor. Tenminste zo lees ik het. En dat gaat verder dan aanbeveling E (blz 70) aan studenten: de vorming via verenigingsleven of andere sociale verbanden. En dat is, in het onderwijs:

  • Via de ontmoeting.
    Want ‘in de wereld komen’ is afhankelijk van anderen. Het gaat over initiatieven nemen, maar die initiatieven komen tot uiting als anderen die initiatieven ook oppakken.
  • Via uniciteit.
    Bij uniciteit gaat het om ‘aangesproken’ worden. Het gaat om datgene in jou dat onvervangbaar is. Hetgeen waarin jij uniek bent. Uniciteit is dus niet iets dat we hebben, maar iets dat we alleen kunnen realiseren. Daarvoor is ruimte nodig voor eigen initiatief en wens in plaats van aanbod volgen
  • Via dialoog.
    We leven in een pluriforme samenleving. Met die pluriformiteit moeten we om (kunnen) gaan. Want hierin zit ook de weerstand: hoe gaan we om met ideeën die door anderen niet worden geaccepteerd. Dialoog speelt een belangrijk rol hierin: een setting waar alle partijen tot hun recht komen.

(2) Ik zal niet zo snel spreken van bedreiging van digitalisering voor onderwijs. Dat roept een soort huivering op of angst voor digitalisering (en techniek). En impliciet ook een spanning tussen de fysieke leeromgeving en de digitale leeromgeving. Wat mij boeit is de vraag hoe we vormgeven aan onderwijs met digitalisering? Niet erbij maar als integraal onderdeel van het ontwerp van een vak/programma/opleiding (onderwijs). De fysieke leeromgeving gaat hand in hand met de digitale leeromgeving. Wat zijn dan de eisen die we stellen aan goed onderwijs waarbij digitalisering een integraal onderdeel is. Hoe creëren we een onderwijs(leer)omgeving (fysiek&digitaal) waarin studenten elkaar ontmoeten en worden ‘aangesproken’ en tot hun recht komen?

Bron plaatje: https://pixabay.com/en/forward-man-race-digital-binary-3210935/

ccbysa

Over Ria Jacobi

Als ervaren onderwijskundig ontwerper, -adviseur en projectmanager houd ik mij bezig met het ontwikkelen en verbeteren van onderwijs. Mijn ambitie is goed doordacht onderwijs te realiseren, dat aansluit bij de behoefte van individuen en hun organisaties en daarmee een stimulerend effect heeft.
Dit bericht werd geplaatst in e-learning, Rapporten, Uncategorized en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s