Naar een Slimme Leeromgeving

transformatieKlaus Schwab  (WEF) geeft aan dat we ons in de vierde industriële revolutie begeven. Een revolutie die gekenmerkt wordt door technologie als kunstmatige intelligentie, robotica en biotech. Deze technologie is een aanjager van de digitale transformatie die nu gaande is. De kern van deze digitale transformatie komt o.a. neer op fundamentele veranderingen in (a) benadering van en interactie met de gebruiker (klant); (b) andere verdienmodellen en (c) de operationale processen in organisaties (Rik Maes).  Organisaties hebben verschillende percepties van digitale transformatie variërende van volgzaam tot radicale vernieuwing (ING; Netflix).

Digitalisering is niet alleen louter een technisch proces, het is ook samenspel tussen betrokkenen ( ontwikkelaars, besluitvormers, adviseurs en gebruikers) binnen een organisatie context. Een proces van (met elkaar) keuzes maken ten aanzien van het aanschaffen, ontwikkelen en implementeren van de nieuwe technologie.  Van Baalen (zie oratie ‘digitaliserende organisaties’) onderscheidt representatieve en generatieve digitalisering. Bij representatieve digitalisering ligt de nadruk op substitutie of aanvulling van taken een processen in de organisatie. Vertrekpunt een visie, plan mbt processen die men wil ondersteunen. Generatieve digitalisering is het vermogen van een technologie om spontaan diensten en producten voort te brengen door een grote, gevarieerde en initieel ongecoördineerde groep van mensen (blz 14; van Baalen). Bij generatieve digitalisering staat het platform centraal. Of ook wel het denken vanuit ecosystemen. YouTube of Android of airBnB zijn bekende platforms. Binnen het onderwijs kennen we de MOOC-platforms. De achterliggende technologieën zijn (aan elkaar verbonden) intelligente systemen die allerlei nieuwe bewerkingen van de data mogelijk maken. Alles hangt met alles samen (via internet of things).
Staat bij die representatieve digitalisering de techniek centraal. Bij generatieve digitalisering de organisatie (en de mens in deze organisatie). Van Baalen (blz 18): ‘’bij het generatieve digitaliseringsperspectief ligt het accent op het organiseren en samenbrengen van kennis, creativiteit en andere capaciteiten met hulp van digitale platforms uiteindelijk niet om de technologie, maar om de organisatie’’

Slimme leeromgeving
Bij het lezen moest ik ook weer denken aan die virtuele ruimte van Erik Veldhoen (zie eerder geschreven blog). Zouden we bij de ontwikkeling van de nieuwe digitale leeromgeving niet veel meer in dat perspectief moeten ontwikkelen. Zou de toekomstige digitale leeromgeving niet veel meer een virtuele leerruimte moeten zijn (rakend aan de generatieve digitalisering).  Een ruimte waar docenten gebruik maken van allerlei voorhanden zijnde informatie (gedeeld en ter plekke ook ontstaan) om het leren van studenten te faciliteren; waar verschillende betrokken (docent-student-externe experts) elkaar ontmoeten en samenwerken (en niet afgesloten modules); een plek waarin de gebruiker zijn eigen ‘leerverhaal c.q. leerroute’ maakt; een plek waar een collectief innovatieproces ontstaat doordat vele expertises en leer)behoeftes samen komen en samen creëren.

In deze leerruimte gaat het om kennis bij elkaar brengen (kennisdelen) en nieuwe kennis laten ontstaan (kenniscreatie). Ter ondersteuning heb je uiteindelijk niet een systeem nodig maar een informatie- en database (nu nog repository en database) waarin je als gebruiker op allerlei interessante manieren met informatie en gegevens kunt omgaan. Ter vergelijking: je bent bezig met een game i.p.v. een film. De film is voor je ontworpen. In een game maak je je in het design, je eigen verhaal. Vaak gaat de DLO-discussie over het systeem en niet over wat dit systeem moet ondersteunen.

In dat perspectief, hebben we dan eigenlijk niet veel meer over een slimme leeromgeving; een combinatie is van representatieve en generatieve digitalisering (van Baalen (blz 6):
1. Een slimme (leer)omgeving: inzet van slimme techniek voor een slimme infrastructuur c.q. leerplatform. Op basis van een metadesign: niet voorschrijvend maar beschrijvend (internet of things) (representatieve digitalisering).
2. Een omgeving voor slim organiseren van leren en ontwikkelen: kennis en expertise samenbrengen en verbinden, creativiteit en innovatie stimuleren, inbrengen van andere capaciteiten, beter benutten van de digitale mogelijkheden voor het maken van ‘eigen’ leerverhalen; het on-demand kunt werken en leren. Een omgeving waar co-creatie letterlijk worden opgevat (generatieve digitalisering).

We zijn op dit moment bezig met de digitale leeromgeving de leeromgeving ‘beter’ te ontwerpen door o.a. een platform te kiezen (aan te besteden) die met de bestaande systemen kan worden verbonden (interoperabiliteit).  Alhoewel, van Baalen aangeeft dat (blz 18): ‘’Er liggen grote uitdagingen voor meer traditioneel organiseerde bedrijven, waarin het gebruik van slimme digitale technologieën en generatieve digitale platforms vaak nog beperkt is.’’ Hij ziet daarbij wel dat er (kleine) stappen worden ondernomen. Het ontwikkelen van een slimme (leer)omgeving gaat ons (vast) lukken.
Een omgeving slim organiseren is een lastiger verhaal. Van Baalen geeft aan dat ‘innovatieproces aanzienlijk wordt versneld naarmate het platform een meer open, en daarmee een meer generatief karakter heeft’. Dat vraagt van een organisatie ook openheid, vertrouwen, samenwerken, creativiteit, diversiteit in denken, design denken.

Mentale transformatie
Wat mij betreft is het kernwoord bij een ontwerpen van een slimme leeromgeving: verbondenheid. Individuen die samen activiteiten ontplooien waarbinnen de organisatie (maar) één schakel is. De technologie is de aanjager, maar mensen zullen de nieuwe technische mogelijkheden moeten (gaan) adopteren, benutten en implementeren voor innoveren. Daarmee is de digitale transformatie ook een mentale transformatie.

Deze mentale transformatie start niet bij technologie maar bij het beeld over waartoe dient ons onderwijs. En volgens mij zou daar een verschuiving moeten plaatsvinden namelijk: de focus leggen op het leren & ontwikkelen (high impact learning) in plaats van het doceren (high impact teaching). Ontwikkelen wij niet veel meer een onderwijsomgeving in plaats van een leeromgeving? Of zoals Dochy het beschrijft op blz 30 van High Impact Learning that Last (HILL)): ‘.. dat niet alle learning management systemen in voldoende mate een leerproces gericht op HILL  faciliteren, maar eerder gericht zijn op het gebruik van een variatie van vrij traditionele leeraanpakken‘.
Wie weet stimuleert het ontwerpen van een leeromgeving vanuit de gedachte van generatieve digitalisering deze focus en daarmee die mentale transformatie.

Inspiratie
De oratie van van Baalen: digitaliserende organisaties.
Podcast interview met Rik Maes: digitale transformatie.
Column Jaap Boonstra: Innoveren en slimmer organiseren ; drie focuspunten
Flexibele en persoonlijke leeromgeving. SURF: notitie, website
Notitie ‘Dare to share‘. Werkgroep Kennisdeling Onderwijs UvA.
Hype cycle van Gartner voor onderwijs: blog Pedro de Bruyckere
Bouwstenen voor High Impact Learning. Dochy, Berghmans, Koenen, Segers. (inkijkexemplaar)(artikel)

ccbysa

Advertenties

Over Ria Jacobi

Als ervaren onderwijskundig ontwerper, -adviseur en projectmanager houd ik mij bezig met het ontwikkelen en verbeteren van onderwijs. Mijn ambitie is goed doordacht onderwijs te realiseren, dat aansluit bij de behoefte van individuen en hun organisaties en daarmee een stimulerend effect heeft.
Dit bericht werd geplaatst in informatiemanagement, onderwijsinnovatie, Ontwerpen, Rapporten, Trends en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s