Wendbare didactiek in perspectief

spreeuwen
Als we beide rapportages (blog 1 blog 2) nog eens belichten vanuit de trend-gedachte. Wat ‘zeggen’ de beschreven innovatieve pedagogies ons? Daarbij realiserend dat een didactisch concept een werkvorm is die altijd gerelateerd dient te worden aan het realiseren van een bepaald doel van onderwijs. Didactiek ondersteunt onderwijs. In de didactiek zitten gemaakte keuzes. In alle vormen van innovatieve didactische concepten laten een verschuiving zien van vormgeving van onderwijs.

Laten we het een verschuiving naar ‘persoonlijk onderwijs’ noemen (o.a. inspiratie Stephen Downes en Gert Biesta). Ik ben zelf nog niet tevreden met die term. Want onderwijs is meer dan ‘persoonlijk’. Een persoon staat altijd in verbinding met anderen en heeft een doel. De kern is dat de student regie heeft op het eigen leerproces en er richting aan geeft. En dit is een kanteling in denken over onderwijs-vormgeven.

Als ‘persoonlijk onderwijs’ de richting is , kunnen we dan de volgende uitgangspunten nemen die de basis vormen voor de didactische keuzes?

  1. Uitgaan van diversiteit
    Allereerst dat we veel meer onderkennen dat we met diversiteit in het onderwijs te maken hebben. Hoe kunnen we rekening houden met de diverse achtergronden, voorkennis, wensen van studenten. En moet iedereen hetzelfde kunnen en kennen? Vormgeven aan onderwijs waarbij de student regie heeft op het leerproces. En dit betreft onderwijs voor de actief lerenden en prosumer en self-learner.
    Het gaat erover dat we onderwijs niet zo vastleggen. Zodanig dat studenten al ruim van te voren keuzes moeten maken waarvan ze later toch op terug moeten komen. Regie hebben op je eigen leerproces. Eigenaarschap voor je leerpad en wat je wilt bereiken.
    Vormgeven aan dit uitgangspunt zien we bij adaptief onderwijs, inclusief onderwijs, engaging pedagogy.
  2. Uitgaan van wendbaarheid
    Bij dit uitgangspunt gaat het over ‘de klas in de wereld’ brengen in plaats van ‘de wereld in de klas’.
    Zowel ten aanzien van de keuzes die je zelf wil maken in je leerroute. Zelf wendbaar zijn voor het samenstellen van wat je wilt leren, met wie en waartoe? Wel de richting weten maar niet alles vastleggen. En daarmee sneller kunnen anticiperen op ontwikkelingen die er zijn. Anticiperen op wie en wat je tegenkomt die invloed op je hebben of die je inspireren, En dat integreren in jouw route.
    Maar ook ‘letterlijk’ de vraagstukken waarvoor we staan integreren in onderwijs. Studenten laten werken aan complexe praktijkgerichte vraagstukken. Ervaren dat de weg naar de oplossing creativiteit vraagt, nieuwsgierigheid, uithoudingsvermogen, samenwerken, intuïtiviteit, omgaan met mislukkingen, aanpassings vermogen, anticiperen, itteratieve aanpak.
    Vormgeven aan dit uitgangspunt zien we bij: agile pedagogy, computable thinking, labs, contextbased learning, situated pedagogy, incidental learning.
  3. Uitgaan van connected-zijn
    Complexe vraagstukken vragen een integrale benadering. Vanuit verschillende expertises ideeën voor oplossingen aandragen. Co-creatie. Leren met en van elkaar, soms in verschillende communities. Het kan ook betekenen dat studenten in verschillende (digitale) onderwijsomgevingen leren en werken.
    Vormgeven aan dit uitgangspunt zien we bij: agile pedagogy, computing pedagogy, labs, crosslearning, learning through argumentation.
  4. Uitgaan van open
    Co-creatie, crosslearning, integraal leren en werken betekent onderwijs ‘over grenzen’ heen vormgeven. En dat betekent ook delen en verdelen.
    Vormgeven aan dit uitgangspunt zien we bij: distributed pedagoy, open pedagogy, adaptive teaching.

We zitten in een overgangsperiode van innovatieve didactische vormen die we uitproberen in een onderwijsomgeving c.q.-systeem die er (nog) niet voor klaar is.Want voordat we het weten geven we vorm aan ‘gepersonaliseerd onderwijs’ (aanbodgericht) in plaats van ‘persoonlijk onderwijs’ (vraaggericht). Zodat flexibel onderwijs gaat over het herorganiseren en niet over de wendbaarheid. Wendbaarheid is niet alleen (*) de organisatie van onderwijs (wanneer: verschillende tempo’s, momenten van instappen); (*) de didactische vormen (hoe: keuzes in opdrachten, leeractiviteiten, toetsvorm) of (*) inhoud (dat de student flexibel is in ‘wat’ hij/zij leert).  Dit alles om bepaalde leeruitkomsten te halen. Op zich goed.
Het gaat ook over de vraag: hoe wendbaar mag de student zijn in het ‘waartoe’? Regie hebben op de richting.

Wendbaar onderwijs staat en valt bij wendbare mensen (die gezamenlijk een wendbare organisatie vormen). En dat is nu juist waar de discussie over gaat: hoe leiden we op tot wendbare studenten die weten welke richting ze op willen gaan en steeds daarbij zich kunnen aanpassen aan wat op je (leer)pad komt. En (reflectieve) ruimte en het geduld hebt om na te gaan of je je nog steeds op de juiste leerroute bevindt in de juiste (leer/onderwijs)omgeving met de juiste mede-mensen.

Ter inspiratie:
Gepersonaliseerd leren of persoonlijk leren (blog Wilfred Rubens)
Delibarate practice (Paul Kirschner)
Six ways to support personalized learning (Gregory Dobbin) (nav blog Wilfred Rubens)
De inleiding van de trendrapportage open en online onderwijs 2015

Advertenties

Over Ria Jacobi

Als ervaren onderwijskundig ontwerper, -adviseur en projectmanager houd ik mij bezig met het ontwikkelen en verbeteren van onderwijs. Mijn ambitie is goed doordacht onderwijs te realiseren, dat aansluit bij de behoefte van individuen en hun organisaties en daarmee een stimulerend effect heeft.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s