Alles is informatie: delen is het nieuwe hebben

kenniscirculatieAlle geïnterviewden in de video ‘alles is informatie‘ benadrukken een toekomst van veel netwerk georiënteerde open organisaties. Het gaat dan de-centralisatie, zelforganisatie en zelfsturing in die organisaties. Het gaat ook over informatie uitwisselen en slim samenwerken en met elkaar aan producten werken. Door technologie is deze manier van organiseren mogelijk. Als organisatie (ook onderwijs) zijn we nog niet echt gewend zo te leren en te werken.

In een netwerksamenleving gaat het niet om kennis bezit maar om toegang tot en het delen van kennis (om te kunnen samenwerken, om aan producten te werken, om kennis te verrijken en vernieuwen). Aslander (min 45.00-46.00) geeft aan dat we de laatste 100 jaren alleen maar bezig zijn geweest met het  vergaren van bezit: in kasten of bibliotheken of op eigen PC’s (boeken, muziek). Dat hoeft niet meer: heel veel informatie is digitaal beschikbaar (zelfs gratis). Toegankelijk maken en delen, daar gaat het om. Echter we hebben nog steeds de neiging informatie bij onszelf te houden. Aslander geeft aan dat digitalisering van de samenleving  dematerialiseren van de samenleving betekent. Het gaat niet om het bezitten van kennis maar het toegankelijk maken van kennis. Het gaat niet om het afschermen van kennis maar om het delen.

Zoals (de kunstenaar, ondernemer, ontwerper) Roosegaarde ook al aangaf: delen is het nieuwe hebben.

Dit netwerk-denken en delen van informatie zou je al een beetje terug verwachten in de discussie rondom meer toekomstgericht onderwijs en specifiek flexibel onderwijs. Toch concentreert de discussie zich tot nu toe op (a) de organisatie en logistiek van studiedelen (modules) bijvoorbeeld de volgordelijkheid bij flexibele leerroutes of op (b) de didactiek en het onderwijskundige perspectief bij flexibiliteit bijvoorbeeld keuzes die studenten kunnen maken in werkvorm, toetsen  of inhoud wel of niet via blended learning vormgegeven.
Wat mij betreft zouden we in deze discussie ook het informatie-vraagstuk moeten meenemen. Want is dit niet randvoorwaardelijk bij het vormgeven van flexibel onderwijs? Zoals bijvoorbeeld:

(a) van kennisoverdracht naar kenniscirculatie: bij flexibel onderwijs gaat het o.a. om kennisontwikkeling en leren in de context van concrete (praktijk)vraagstukken. Deze kennis is toegankelijk, wordt gedeeld en is een basis voor verdere ontwikkeling. Een continue proces dat een andere, intensievere vorm van samenwerking tussen aanbieders en vragers vereist: co-creatie en werken en leren vanuit netwerken. Hoe kunnen we deze kennis toegankelijk maken en delen en opnieuw beschikbaar maken?

(b) duurzame toegankelijkheid van onderwijs: bij flexibel onderwijs wordt persoonlijke keuzes maken steeds belangrijker. Daarvoor is informatie nodig die open toegankelijk is. Bijvoorbeeld in de vorm van open modules zodat studenten betere keuzes kunnen maken op basis van beschikbare informatie over een module (het niveau, de inhoud, wijze van instructie); voor begeleiders die meer over- en inzicht hebben mbt beschikbare modules en beter advies kunnen geven aan studenten over mogelijke routes; voor docenten die beschikbare onderwijsleermaterialen (van het eigen vakgebied) kunnen cureren bij het vormgeven van eigen onderwijs. Maar deze materialen ook kunnen verrijken en opnieuw beschikbaar kunnen stellen. Ook dit is een vorm van kenniscirculatie. Hoe stimuleren we die open deelcultuur?

(c) toegankelijk maken van studentinformatie: in flexibel onderwijs is (persoonlijke) studentinformatie essentieel. Bijvoorbeeld als we spreken over op maat vormgegeven begeleiding en advisering bij het vaststellen van EVCs, het samenstellen van leerroutes of bij de studieloopbaan en het studeerproces. Hoe zorgen we voor een toegankelijke ketenbenadering van studentinformatie? Vaak staat het op verschillende plaatsen, in verschillende systemen, bij verschillende betrokkenen gerelateerd aan studenten.

‘Delen is het nieuwe hebben’: nodig voor vernieuwing (Aslander). Tegelijkertijd lijkt me het ook goed de betekenis ervan nog beter te doordenken. Digitalisering stelt ons in staat steeds meer informatie van en over onszelf te verzamelen (data) en te delen. Bijvoorbeeld via Learning Analytics kunnen we studeer- en leeractiviteiten c.q. patronen achterhalen of via Wearables lichamelijke condities tijdens het studeren. Informatie die je als student goed kunt gebruiken om doelgerichter te studeren. Informatie die je als opleiding kunt gebruiken voor op maat gerichte begeleiding, feedback, informatievoorziening etc.. Maar hoever gaan we daarin, wat gebruiken we wel/niet? Welk gedrag roepen we op bij studenten maar ook docenten en begeleiders? Wat de ethische kant van Learning Analytics of het inzetten van Waerables.

Flexibel onderwijs, ook bekijken als een informatievraagstuk: lijkt mij interessant om verder te doordenken.

Advertenties

Over Ria Jacobi

Als ervaren onderwijskundig ontwerper, -adviseur en projectmanager houd ik mij bezig met het ontwikkelen en verbeteren van onderwijs. Mijn ambitie is goed doordacht onderwijs te realiseren, dat aansluit bij de behoefte van individuen en hun organisaties en daarmee een stimulerend effect heeft.
Dit bericht werd geplaatst in flexibilisering, gepersonaliseerd-onderwijs, informatiemanagement, onderwijsinnovatie en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s