Stof tot nadenken bij Open Leermiddelen

Heb je wel eens meegemaakt dat je terug komt van een bijeenkomst en echt het gevoel vast houdt: dit was interessant, inspirerend en gezellig. Zo’n ervaring had ik gisteren tijdens een bijeenkomst met interessante collega-vrouwen. Het werd boeiend omdat iedereen van de groep een andere achtergrond had (qua vakgebied en werkplek: uitgeverij, landelijke organisatie, universiteit, HBO, VO).
En Open Leermiddelen stond als onderwerp geagendeerd, en dat onderwerp boeit mij ook.

Marja Verstelle en ik gaven een inleiding over Open Leermiddelen. Deze presentatie/inleiding gaf genoeg stof tot discussie. Marja leidt een project over ‘Open Course Ware’ binnen de Universiteit Leiden en ik (met collega’s) probeer binnen de Hogeschool van Amsterdam collega’s daartoe te stimuleren en mobiliseren. We zijn goed op weg.

Ik wil hier niet ingaan op de inhoud (wat OER is, waarom etc.. zie presentatie en eerdere blogs). De bijeenkomst legde nieuwe vraagstukken op tafel die ik via deze blog wil vasthouden. Ook voor verdere discussie.

Vraagstuk 1. Content geen core-business
Content (in de vorm van onderwijsleermiddelen) binnen het hoger onderwijs is  tot voor kort schaars goed geweest en duur en niet-toegankelijk. Maar was wel de basis voor het inrichten en uitvoeren van onderwijs: het inrichten van een vak, een methode, een boek. De docent geeft volgorde aan deze content, geeft toelichting/uitleg/instructie en organiseert leeractiviteiten erom heen. Tenslotte wordt getoetst of de student de content begrijpt en inzicht heeft en het kan toepassen in verschillende praktijken. Content is dus de core-business. Het HO had de kennis in huis. En via het volgen van HO heb je er toegang toe.

Via open leermiddelen, maar het is al gaande via internet, is de content niet meer schaars. Er is een overaanbod aan bronnen, informatie, en leermiddelen. Beschikbaarheid alom (of het makkelijk te zoeken&vinden is, is een andere vraag).
Wat is de consequentie van het feit dat content niet meer schaars is en ook niet meer de core-business kan zijn voor het hoger onderwijs ? Wat dan? Ik gaf aan dat het dan de services kunnen zijn (naar aanleiding van de betogen van Fred Mulder): de begeleiding en feedback van de docent, de certificering etc.. Maar terecht gaf iemand aan dat zij bij het volgen van een (instituuts-onafhankelijke)  MOOC je veel persoonlijke feedback krijgt, je aandacht krijgt door gegeven studietips, je leeractiviteiten worden gevolgd en dat je uiteindelijke ook een certificaat krijgt.

Vraagstuk 2. Strategische positie en functie HO
Iemand gaf aan in de discussie dat zij begon te beseffen dat de discussie rondom Open leermiddelen niet alleen om het produceren van content gaat (weblecturers, powerpoints etc) of ook het verrijken van deze content. Maar het reikt verder:  er zit ook een fundamentele en strategische discussie aan vast over de positie en functie van het HO-instituut (ik maak het wat groot).
– Wat is de toegevoegde waarde nog van onderwijs als de content open is en dat informeel onderwijs (gebaseerd op netwerken en openheid) groeit?
– Moeten we ons Hoger Onderwijs anders organiseren en positioneren? Wat betekent toegankelijk en open fundamenteel? Zullen ‘muren’ tussen diverse betrokken (werkveld, ouders, informele organisaties, docenten, studenten, medewerkers, managers e.a.) veel meer moeten vervagen?
– Zijn andere business-modellen nodig?
– Moeten we met andere begrippen gebruiken. Begrippen als docent, vak, student zijn institutioneel gericht? En verdergaand: is het nodig na te denken over het inrichten van het onderwijs. Bijv. niet meer vanuit vakken denken maar vanuit (flexibele) leerarrangement: ontwerpen, coördineren, uitvoeren.
– Zullen we meer moeten kijken naar wat er naast het formele onderwijs gebeurt (MOOCs bijv) en formeel met informeel meer integreren?

Wellicht moeten we steeds meer denken vanuit (leer)netwerken. In elk netwerk (groot/klein) zit expertise en kennis die wordt gedeeld en wordt gebruikt voor  creëren van nieuwe kennis. Het gaat niet meer om het vak en het aanbod om aan een profiel te voldoen. Het gaat om of je in juiste netwerken zit  die je verder helpen bij wat jij wilt leren. Mensen, met ieder een eigen in te brengen expertise, zijn dan de linking-pin.

n.b. Nu al (wist ik niet) worden MOOCs gebruikt om de beste/de creatiefste deelnemers te spotten voor bepaalde functies. Een nieuw businessmodel!

Kortom: is het tijd om eens na te denken over nieuwe beelden voor het HO?

Advertenties

Over Ria Jacobi

Als ervaren onderwijskundig ontwerper, -adviseur en projectmanager houd ik mij bezig met het ontwikkelen en verbeteren van onderwijs. Mijn ambitie is goed doordacht onderwijs te realiseren, dat aansluit bij de behoefte van individuen en hun organisaties en daarmee een stimulerend effect heeft.
Dit bericht werd geplaatst in Open Course Ware, Trends en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Stof tot nadenken bij Open Leermiddelen

  1. Aan het slot schrijf je: “Nu al (wist ik niet) worden MOOCs gebruikt om de beste/de creatiefste deelnemers te spotten voor bepaalde functies. Een nieuw businessmodel!”

    Dat betekent dat er mensen zijn die MOOCs gebruiken voor iets wat ze willen DOEN. Dat is een sleutel voor hoe het HO anders georganiseerd kan worden: door het handelingsgerichter te maken. Centrale vragen worden dan: wat zou je binnen dit vakgebied willen gaan ondernemen; wat heb je daarbij nodig; vanuit welk prototype (activiteit in kleinere en daardoor direct realiseerbare schaal) kun je daar nu mee aan de gang.

    Dat zou een verademing zijn

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s